Maligne huidtumoren in beeld | Basaalcarcinoom

Het basaalcelcarcinoom (synoniemen: basalecelcarcinoom, basocellulair carcinoom, basalioom) is de meest voorkomende maligne tumor bij de mens. Dit carcinoom ontleent zijn naam aan de gelijkenis van de tumorcellen met de cellen in de basale cellaag van de epidermis en ontstaat uit onvolledig gedifferentieerde immature keratinocyten van de epidermis of de huidaanhangselen.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
In het begin zijn BCCs kleine, doorzichtige of ‘parelmoerglanzende’ verheven laesies in de huid bedekt met een dunne epidermis waarin enkele uitgezette bloedvaatjes (teleangiëctasieën) te zien zijn (figuur 1). De tumor kan ook beginnen als een kleine, glanzende, erythemateuze, vlakke papel of plaque (figuur 2), of zelfs als een oppervlakkig wondje. Er zijn vier klinische (hoofd)verschijningsvormen van deze altijd langzaam groeiende tumor: het nodulaire BCC, het ulcus rodens, het oppervlakkig BCC en het morfea-achtige BCC.

Nodulair basaalcelcarcinoom

Dit is de meest voorkomende vorm (ongeveer 60% van alle primaire basaalcelcarcinomen), die vooral op het gezicht gelokaliseerd is. Het zijn glanzende – centraal soms wat ingezonken – papels, noduli of plaques, vaak met multipele teleangiëctasieën (figuur 3). Niet zelden zijn er wat gepigmenteerde puntjes zichtbaar. Soms overheerst de pigmentatie, dan worden ze wel ‘gepigmenteerde BCCs’ genoemd (figuur 4).

Ulcus rodens

Het ulcus rodens is een plaquevormige, weinig verheven laesie waarin een oppervlakkige ulceratie zichtbaar is (figuur 5). Daarop komt dan een korstje (figuur 6), dat er na verloop van tijd weer afvalt en de ulceratie opnieuw blootlegt.

Oppervlakkig basaalcelcarcinoom

Een oppervlakkig (superficieel) BCC begint als een klein glanzend papeltje. De tumor groeit langzaam en alleen horizontaal (figuur 7). De ovale plaque die daardoor ontstaat, wordt meestal begrensd door een iets verheven, onregelmatige, glanzende rand, die overigens op sommige plaatsen afwezig kan zijn. De epidermis van het centrale gedeelte is vaak atrofisch en licht schilferend. Op diverse plaatsen in het centrum kunnen er papeltjes van tumorgroei zijn en crustae en erosies komen ook voor. Oppervlakkige BCCs zijn soms gepigmenteerd (figuur 8). Op door de zon beschadigde huid (dermatoheliosis) zijn er vaak meerdere laesies (figuur 9). Deze vorm is meestal gelokaliseerd op de romp.

Morfea-achtig basaalcelcarcinoom

Het morfea-achtige BCC (ongeveer 10% van alle BCCs) wordt niet zozeer door tumorgroei gekenmerkt, maar is een plaquevormige laesie die maar zeer licht verheven is of zelfs wat atrofisch (figuur 10). De grenzen zijn niet duidelijk zichtbaar. Dit type basaalcelcarcinoom wordt vaak pas laat herkend. Bij deze vorm, die morfea-achtig genoemd wordt vanwege de aanwezigheid – net als bij morfea – van dichte fibrose, groeit het tumorweefsel vaak in sprieten diep de dermis in.

Behandeling

De voorkeursbehandeling van het BCC bestaat – indien mogelijk gelet op grootte en lokalisatie – uit chirurgische excisie. Bij tumoren kleiner dan 10 mm kan een klinische marge van 3 mm normale huid worden aangehouden. Bij grotere tumoren, sprieterig groeiende BCCs (histopathologie bij een biopt!) of bij een recidief BCC wordt een marge van 5 mm aanbevolen. Er wordt histologisch onderzoek gedaan om te bepalen of de snijvlakken tumorvrij zijn. Indien dat niet het geval is, wordt een re-excisie aanbevolen.
Cryochirurgie kan worden toegepast voor kleine solide en voor superficieel groeiende BCCs, maar is gecontra-indiceerd bij BCCs met agressieve histopathologische groeiwijze. De recidiefpercentages liggen naar verwachting hoger dan bij chirurgische excisie. Voor deze behandeling is cryochirurgische apparatuur vereist, het bekende wattenstokje met vloeibare stikstof is hiervoor minder geschikt!
Imiquimod is een mogelijke behandeling voor patiënten met kleine superficiële BCCs op de romp, ledematen en in de nek, vooral indien er multipele laesies zijn. In de tweede lijn wordt in toenemende mate fotodynamische therapie toegepast. Recidieven in het gelaat worden bij voorkeur behandeld met de Mohs micrografische chirurgie.
Uit preventief oogpunt dient de patiënt geïnstrueerd te worden om de zon zoveel mogelijk te vermijden, een hoed of pet te dragen en om elke morgen, voordat hij naar buiten gaat (ook in de winter), een zonnebrandmiddel met een beschermingsfactor van > 20 aan te brengen op zijn hoofd, gezicht en handruggen en dat bescherming biedt tegen zowel UV-A als UV-B.

Prognose

De prognose quoad vitam is uitstekend. Metastasering van een BCC is uiterst zeldzaam en treedt vooral op bij zeer grote, ulcererende en verwaarloosde BCCs. Bij een agressieve groeiwijze, met name bij de sprieterig groeiende morfea-achtige BCCs, kunnen echter lokale complicaties optreden zoals weefselverlies en ingroei in belangrijke structuren, vooral rond de ogen, de neus en de oren. Er kan – bij langjarig bestaande tumoren – zelfs ingroei zijn van tumorweefsel in de botten van het gezicht en in de meningen. Patiënten met een BCC hebben een verhoogd risico op meerdere BCCs en op andere huidtumoren en wel het plaveiselcelcarcinoom en het melanoom.

Controles

Patiënten met een BCC dat radicaal is geëxcideerd en die niet eerder huidkanker hebben gehad, hoeven niet onder controle te worden gehouden. Wel is goede instructie voor zelfcontrole aan te bevelen. Voor de meeste andere patiënten wordt een jaarlijkse controle voldoende geacht. Controle houdt minimaal in: een zorgvuldige inspectie van het litteken en een algehele inspectie van de aan zonlicht blootgestelde huid. Het verdient de voorkeur om ook de gehele romp te inspecteren.