Angio-oedeem

Angio-oedeem is gekenmerkt door een snel opkomende zwelling van de huid of de slijmvliezen; meestal verdwijnt de zwelling spontaan en restloos binnen één of enkele dagen. De afwijking treedt vooral op in het gelaat, op de tong, aan de extremiteiten of genitalia. Een sterke zwelling in de mond-keelholte kan levensbedreigend zijn.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Als angio-oedeem (soms) samengaat met urticaria wordt het door dezelfde veranderingen als bij urticaria gekenmerkt, alleen zijn de afwijkingen dan dieper in de huid gelegen, terwijl ook het subcutane weefsel is aangedaan. Bij angio-oedeem kan de huid daarom een normaal aspect hebben. Terwijl bij urticaria huidjeuk op de voorgrond staat, is bij angio-oedeem de sensatie meestal meer pijnlijk of brandend. Vaak zijn de afwijkingen asymmetrisch. Urticaria en angio-oedeem treden vaak gezamenlijk op. In deze gevallen is de behandeling dan ook gelijk. Wanneer het angio-oedeem op zichzelf staat en in het geheel niet gepaard gaat met jeuk of andere histaminegerelateerde verschijnselen, is er meestal sprake van een ander ziektebeeld. In de huisartsenpraktijk zal het in de meeste gevallen gaan om angio-oedeem veroorzaakt door het gebruik van een ACE-remmers. Niet histamine maar bradykinine is hierbij de belangrijkste mediatorstof. Patiënten kunnen na jarenlang zonder problemen ACE-remmers te hebben gebruikt een wisselend angio-oedeem ontwikkelen. De diagnose wordt soms gemist, omdat patiënten bij doorgaand gebruik van de remmer ook perioden zonder angio-oedeem doormaken.

Een tweede groep aandoeningen, die minder vaak voorkomt (2–10 per 100.000), zijn de vormen van angio-oedeem die gepaard gaan met stoornissen in het complementsysteem: het oedeem ontstaat eveneens door het vrijkomen van bradykinine, een stof met een sterk vaatverwijdend effect. C1-esteraseremmer, dat het vrijkomen van bradykinine controleert, kan of door een erfelijke afwijking in te lage concentraties in het bloed aanwezig zijn, disfunctioneel zijn of door de aanwezigheid van antistof in zijn activiteit worden geremd.

In het eerste geval zijn bijna altijd familieleden met dezelfde aandoening aanwezig en treedt de aandoening meestal op sinds de puberteit. In het laatste geval is vaak sprake van een onderliggende hematologische aandoening en ontstaan de klachten pas op oudere leeftijd.

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12414-017-0238-6/MediaObjects/12414_2017_238_Fig2_HTML.jpg

Meisje met angio-oedeem van de bovenlip.

Bron: Bijblijven, Uitgave 6/2017
Beeld: Fotolia