Klaske Glashouwer is sinds een jaar bijzonder hoogleraar eetstoornissen bij jeugdigen aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ze doet al lange tijd onderzoek naar eetstoornissen. Ook werkt ze als gz-psycholoog en cognitief gedragstherapeut met deze doelgroep bij kinder- en jeugdpsychiatrie-instelling Accare. Op het congres eetstoornissen op 30 januari spreekt ze over de dunne lijn tussen gewoonte en stoornis.
Gezond en fit zijn, zijn belangrijke thema’s van deze tijd. Op social media vergelijken vooral jongeren zichzelf met anderen die er ogenschijnlijk perfecter uitzien. Is het aantal eetstoornissen toegenomen door deze trend?
Nee, als we kijken naar de Nederlandse cijfers, dan zien we gelukkig dat die redelijk stabiel blijven. Er zijn wel aanwijzingen dat de leeftijd waarop anorexia nervosa begint iets jonger is geworden. Maar we moeten nog bekijken of die trend doorzet. Sommige onderzoekers koppelen die ontwikkeling inderdaad aan social mediagebruik. Maar de oorzaak zou ook van biologische aard kunnen zijn. We weten bijvoorbeeld dat meisjes steeds jonger ongesteld worden, dus jonger vrouwelijke vormen krijgen en daardoor mogelijk eerder specifieke aandacht voor hun lichaam krijgen. En het kan ook zijn dat we beter worden in het herkennen van de problematiek.
Hoeveel onderzoek wordt er gedaan naar eetstoornissen en de behandeling daarvan?
Onderzoek naar eetstoornissen is behoorlijk onderbelicht. Zeker als je het vergelijkt met andere psychische problematiek als depressie en angststoornissen. Terwijl wel meer onderzoek nodig is. Over hoe een eetstoornis in elkaar zit en hoe je de aandoening goed en effectief kunt behandelen.
Veel eetstoornissen komen ook slecht in beeld. De eetbuistoornis bijvoorbeeld komt het meeste voor en die zien we het minst in de behandelkamer. En een probleem dat niet zo zichtbaar is, krijgt ook minder aandacht.
Waarom is het lastig voor een huisarts om te achterhalen of een patiënt een eetstoornis heeft?
Huisartsen krijgen veel verschillende mensen in hun spreekkamer. En we zijn tegenwoordig zoveel bezig met lifestyle, workouts en bepaalde voedingssupplementen. Dat is gewoon erg hip. Het is lastig om in te schatten wanneer je je daar zorgen over moet maken.
Bovendien komt er zelden iemand bij de huisarts die vraagt om hulp vanwege een eetstoornis. De meeste mensen komen met een andere vraag. Zoals slecht slapen of maagklachten. Of iemand heeft overgewicht en wil hulp om af te vallen. We weten dat daar een eetstoornis onder kan liggen.
Veel groepen patiënten zijn ook niet zo zichtbaar. Het stereotype beeld van iemand met een eetstoornis is een graatmager jong meisje met anorexia nervosa. Maar dat is echt maar het topje van de ijsberg. Bij overgewicht wordt veel minder vaak aan een eetstoornis gedacht. Mensen schamen zich er ook voor. Ze durven vaak niet om hulp te vragen en weten niet dat het een bestaand probleem is waar goede behandelingen voor zijn.
En zelfs als iemand aan de stereotypen lijkt te voldoen, is het nog niet altijd duidelijk dat een patiënt een eetstoornis heeft. Zo kreeg ik laatst een meisje met anorexia nervosa binnen die wel bij de huisarts was geweest. Ze was erg afgevallen en werd al een hele tijd niet meer ongesteld. Toch had de huisarts haar eerst doorverwezen naar de gynaecoloog in plaats van haar eetpatroon uit te vragen.
Hoe onderscheid je als huisarts normaal van problematisch eetgedrag?
Het gaat er vooral om in hoeverre het eetgedrag iemands leven gaat beheersen. Dat er veel stress rondom het eetgedrag en het lichaam gaat ontstaan, dat het je levensplezier vermindert en functioneren beïnvloedt.
Bij anorexia nervosa kan het zijn dat de patiënt lichamelijk gezien daadwerkelijk in gevaar is. Vaak ontkent iemand zelf dat er een probleem is. Dan is het vooral de omgeving die zich zorgen maakt.
Bij een eetbuistoornis kan het zijn dat iemand overdag naar het werk gaat en prima lijkt te functioneren. Bijvoorbeeld een volwassen vrouw met twee kinderen en een drukke baan die hard werkt en dingen graag goed wil doen. Nare dingen die ze meemaakt op haar werk, vindt ze lastig te verdragen. Om met die emoties om te gaan, heeft ze ’s avonds, als de kinderen in bed liggen en haar man sport, last van eetbuien. Zo iemand zou bij de huisarts kunnen komen omdat ze te zwaar is.
Het is goed als huisartsen weten dat eetstoornissen een scala aan presentaties kennen en daar een radar voor ontwikkelen. Maar het is uiteindelijk niet aan de huisarts om een exacte diagnose te stellen. Maar de huisarts kan wel heel goed een eerste inschatting maken. En dan kijken wat er nodig is en doorverwijzen.
Kijk voor meer informatie in de (geactualiseerde) Zorgstandaard Eetstoornissen





