Een eetstoornis is een complex ziektebeeld, vertelt Annemarie van Bellegem, kinderarts in het Amsterdam UMC, Emma Kinderziekenhuis en betrokken bij de landelijke ketenaanpak eetstoornissen K-EET. ‘Een eetstoornis ontstaat nooit uit het niets. Meestal is er sprake van een verstoord lichaamsbeeld, een laag zelfbeeld en emotionele belasting. Controle over eten, bewegen en gewicht kan voelen als een manier om grip te krijgen op moeilijke situaties. In het begin lijkt dat houvast te bieden, maar uiteindelijk werkt het hen tegen.’
Een eetstoornis voelt voor patiënten soms dubbel, benadrukt ze. ‘Ik zeg wel eens dat een eetstoornis als een vriend binnenkomt, maar als een vijand blijkt te zijn. Het geeft tijdelijk rust of structuur, maar op de lange termijn ondermijnt de aandoening gezondheid, functioneren en welzijn.’
Verhulde hulpvraag
Mensen melden zich zelden expliciet met de vraag of ze misschien een eetstoornis hebben. Vooral jongeren presenteren zich vaker met lichamelijke of algemene klachten, zoals vermoeidheid, buikklachten, hormonale veranderingen, stresssymptomen of beperkingen in het functioneren op school. ‘Voor de huisarts is dat ingewikkeld,’ vertelt Van Bellegem. ‘De kern van de problematiek wordt niet altijd direct uitgesproken. Zeker bij kinderen kan een eetstoornis zich subtiel presenteren, bijvoorbeeld via afnemende groei, terugtrekkend gedrag of toenemende spanningsklachten.’
Uit onderzoek blijkt dat een aanzienlijk deel van de eetstoornissen in eerste instantie niet herkend wordt, omdat de klachten breed of indirect zijn. ‘Niet iedereen met een eetstoornis heeft zichtbaar gewichtsverlies,’ benadrukt Van Bellegem. ‘Ook bij een ogenschijnlijk stabiel gewicht kunnen eetgewoonten en psychisch functioneren ernstig ontregeld zijn.’
Gevolgen
Een eetstoornis kan uiteenlopende lichamelijke gevolgen hebben. Denk aan verstoringen in energiebalans, hormonale ontregeling, problemen met concentratie, afnemende spierkracht of klachten die samenhangen met stress en spanning. ‘Het is belangrijk dat huisartsen zich realiseren dat de ernst niet is af te lezen aan het gewicht alleen,’ aldus Van Bellegem. ‘De combinatie van fysieke, psychische en sociale factoren bepaalt hoe kwetsbaar iemand is.’
Bruikbare tools
De huisarts speelt een cruciale rol in het vroegtijdig herkennen van signalen en het bespreekbaar maken van zorgen. Volgens Van Bellegem helpen de volgende uitgangspunten:
- Ga het gesprek aan bij vermoedens. Vraag open en oordeelvrij naar eetgewoonten, emoties, stress en zelfbeeld.
- Luister naar ouders en naar het systeem rondom het kind of de jongere.
- Focus niet alleen op eten, maar op het bredere psychosociaal functioneren.
- Wees alert bij onverklaarbare lichamelijke klachten, zeker wanneer meerdere signalen samenkomen.
Er zijn diverse hulpmiddelen beschikbaar voor de eerste lijn. Van Bellegem: ‘Op eetstoornissennetwerk.nl zijn materialen te vinden over herkenning, gesprekstechnieken en verwijsroutes. Daarnaast kunnen huisartsen terecht bij de K-EET telefoonlijn (085-7603375) voor snelle consultatie met experts.’
‘Vroeg signaleren is essentieel,’ besluit Van Bellegem. ‘Maar minstens zo belangrijk is dat mensen zich gezien en gehoord voelen, zodat zij durven te vertellen waar ze mee worstelen. Eetstoornissen zijn behandelbaar, en met tijdige hulp is herstel absoluut mogelijk.’
Op het congres eetstoornissen op 30 januari geeft kinderarts Annemarie van Bellegem huisartsen, POH’s en andere eerstelijnszorgverleners praktische handvaten. Hoe voer je het gesprek? Welke eerste interventies zijn mogelijk en wanneer is verwijzing noodzakelijk? Ook licht ze de rol van de landelijke ketenaanpak K-EET toe.





