Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

ARFID: Herkennen en behandelen in de huisartsenpraktijk

fediverbeek
ARFID (Avoidant/Restrictive Food Intake Disorder) is een eetstoornis waarbij patiënten te weinig of te eenzijdig eten zonder verstoord lichaamsbeeld. Dit artikel bespreekt herkenning en behandeling voor huisartsen.
Photo by <a href="https://unsplash.com/@shootdelicious?utm_source=unsplash&utm_medium=referral&utm_content=creditCopyText">Eiliv Aceron</a> on <a href="https://unsplash.com/photos/sliced-ripe-banana-on-round-white-ceramic-plate-k9X5yGle-NA?utm_source=unsplash&utm_medium=referral&utm_content=creditCopyText">Unsplash</a>

Wat is ARFID?

ARFID staat voor Avoidant and/or Restrictive Food Intake Disorder. Het is een eetstoornis waarbij iemand te weinig eet of een zeer beperkte variatie in voedsel heeft, zonder dat dit samenhangt met zorgen over lichaamsgewicht of uiterlijk. De stoornis kan leiden tot ondervoeding, gewichtsverlies, tekorten aan voedingsstoffen en beperkingen in het dagelijks functioneren.

Patiënten met ARFID ervaren vaak angst of weerstand tegen bepaald voedsel, bijvoorbeeld door de structuur, geur of kleur. Soms vermijden zij eten uit angst om te kokhalzen, te braken of zich te verslikken. Anderen hebben juist weinig interesse in eten in het algemeen.

 

Verschil met anorexia nervosa

Hoewel de lichamelijke gevolgen van ARFID vergelijkbaar kunnen zijn met die van anorexia nervosa, is er een belangrijk onderscheid: mensen met ARFID hebben géén verstoord lichaamsbeeld en geen angst om aan te komen. De vermijding van eten komt voort uit angst, sensorische gevoeligheid of desinteresse, niet uit de wens om gewicht te verliezen.

 

Signalen en diagnostiek

Voor huisartsen is het belangrijk om ARFID tijdig te herkennen. Let op de volgende signalen:

  • Aanhoudend gewichtsverlies of onvoldoende gewichtstoename bij kinderen.
  • Beperkte voedselkeuze zonder duidelijke medische oorzaak.
  • Vermoeidheid, duizeligheid of concentratieproblemen door tekorten.
  • Sociaal vermijdingsgedrag rondom eten (bijvoorbeeld niet mee-eten met anderen).

De diagnose wordt gesteld op basis van anamnese, observatie en uitsluiting van andere medische of psychiatrische oorzaken. Samenwerking met een psycholoog of diëtist is vaak nodig voor een volledig beeld.

 

Behandelprincipes

Cognitieve gedragstherapie

De behandeling van ARFID is voornamelijk gedragstherapeutisch van aard. Cognitieve gedragstherapie (CGT) helpt patiënten om stapsgewijs weer meer en gevarieerder te eten. Hierbij ligt de nadruk op twee pijlers:

  1. Gedrag: oefenen met voedingsmiddelen of situaties die angst oproepen.
  2. Gedachten: onderzoeken van negatieve verwachtingen en deze vervangen door realistischere, kalmere gedachten.

Door gecontroleerde blootstelling aan vermeden voedingsmiddelen leert de patiënt dat eten veilig is en dat angst afneemt door herhaling.

 

Actieve betrokkenheid van patiënt en omgeving

Succesvolle behandeling vraagt om actieve inzet van de patiënt. Regelmatig oefenen — zowel in de therapie als thuis — is essentieel. Huisartsen kunnen stimuleren dat patiënten de adviezen van hun behandelaar opvolgen en samen met naasten blijven oefenen met eten.

Het betrekken van ouders, partner of andere naasten kan helpen om begrip te vergroten en steun te bieden tijdens het herstelproces.

 

Rol van de huisarts

De huisarts speelt een belangrijke rol bij signalering, eerste begeleiding en verwijzing. Bij verdenking op ARFID kan de huisarts:

  • somatische oorzaken van voedingsproblemen uitsluiten,
  • het gesprek aangaan over eetpatronen en angst rondom voedsel,
  • en doorverwijzen naar een gespecialiseerd behandelcentrum voor eetstoornissen.

Daarnaast blijft de huisarts vaak betrokken bij de medische follow-up, monitoring van gewicht en lichamelijke gezondheid, en begeleiding bij terugvalpreventie.

 

Duur en verloop van behandeling

Een behandeltraject duurt meestal enkele maanden tot een jaar. In het begin ligt de nadruk op het begrijpen van de problematiek en het opbouwen van motivatie. Daarna volgen sessies gericht op oefenen met eten, het bijstellen van gedachten en het behouden van nieuwe eetgewoonten.

Aan het einde van de behandeling wordt gewerkt aan een plan om terugval te voorkomen. Dit omvat het herkennen van signalen van vermijding, het op tijd zoeken van hulp en het behouden van regelmatige eetmomenten.

 

Samenvatting

ARFID is een eetstoornis die niet voortkomt uit een verstoord lichaamsbeeld, maar uit angst, sensorische gevoeligheid of gebrek aan interesse in eten. De gevolgen kunnen ernstig zijn, zowel lichamelijk als psychisch.

Voor huisartsen is het belangrijk om alert te zijn op signalen van ondervoeding en eenzijdig eetgedrag, ook bij patiënten zonder zorgen over hun gewicht. Een tijdige verwijzing naar een gespecialiseerd team en samenwerking met diëtist en psycholoog vergroten de kans op herstel.