Bekende risicofactoren lijken vrouwen harder te treffen
Vrouwen ontwikkelen aanzienlijk vaker de ziekte van Alzheimer dan mannen. Lange tijd werd aangenomen dat dit vooral te verklaren was doordat vrouwen gemiddeld ouder worden. Nieuw onderzoek van de University of California San Diego suggereert echter dat er meer aan de hand kan zijn.
Uit een analyse van gegevens van ruim 17.000 volwassenen blijkt dat verschillende bekende risicofactoren voor dementie mogelijk een sterkere invloed hebben op het cognitief functioneren van vrouwen dan van mannen. De onderzoekers stellen dat dit kan bijdragen aan de hogere ziektelast van Alzheimer onder vrouwen en pleiten voor meer aandacht voor sekseverschillen binnen preventieprogramma’s.
De resultaten zijn gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Biology of Sex Differences.
Alzheimer komt vaker voor bij vrouwen
Momenteel leven miljoenen mensen wereldwijd met de ziekte van Alzheimer, waarbij vrouwen een duidelijk groter aandeel vormen. Hoewel een hogere levensverwachting waarschijnlijk een deel van dit verschil verklaart, wordt steeds duidelijker dat biologische, sociale en leefstijlfactoren eveneens een rol spelen.
De onderzoekers wilden daarom niet alleen kijken naar welke risicofactoren het vaakst voorkomen, maar vooral naar de vraag of deze factoren mannen en vrouwen verschillend beïnvloeden.
Onderzoek naar bekende risicofactoren
Voor het onderzoek werden gegevens geanalyseerd van meer dan 17.000 volwassenen van middelbare en oudere leeftijd. Daarbij werd gekeken naar dertien bekende risicofactoren die eerder in verband zijn gebracht met cognitieve achteruitgang en dementie.
Onder meer opleidingsniveau, gehoorverlies, roken, alcoholgebruik, obesitas, depressie, lichamelijke inactiviteit, hypertensie en diabetes werden meegenomen in de analyses.
Vervolgens onderzochten de wetenschappers hoe deze factoren samenhingen met cognitieve prestaties bij mannen en vrouwen.
Verschillen tussen mannen en vrouwen
De studie bevestigde dat bepaalde risicofactoren vaker voorkomen bij vrouwen. Zo rapporteerden vrouwen vaker depressieve klachten, een lagere mate van lichamelijke activiteit en meer slaapproblemen. Ook bleek het gemiddelde opleidingsniveau iets lager te liggen dan bij mannen.
Mannen hadden daarentegen vaker te maken met gehoorverlies, diabetes en overmatig alcoholgebruik.
Opvallend genoeg bleek de frequentie van een risicofactor niet altijd bepalend voor de impact ervan op de cognitieve gezondheid.
Hart- en vaatgezondheid speelt mogelijk grotere rol bij vrouwen
Een van de belangrijkste bevindingen was dat verschillende cardiometabole risicofactoren sterker samenhingen met verminderde cognitieve prestaties bij vrouwen.
Met name hypertensie en een verhoogde body mass index lieten een duidelijk sterkere relatie zien met cognitieve achteruitgang dan bij mannen. Ook diabetes en gehoorverlies bleken bij vrouwen een grotere negatieve invloed te hebben op cognitieve functies, ondanks het feit dat deze aandoeningen in de onderzochte populatie juist vaker voorkwamen bij mannen.
Volgens de onderzoekers suggereert dit dat dezelfde aandoening niet noodzakelijk dezelfde gevolgen heeft voor de hersengezondheid van beide geslachten.
Mogelijke verklaring voor hogere Alzheimercijfers
Hoewel het onderzoek geen directe oorzaak-gevolgrelaties kan aantonen, bieden de resultaten een mogelijke verklaring voor het feit dat vrouwen vaker Alzheimer ontwikkelen.
Wanneer risicofactoren zoals hypertensie, obesitas of diabetes meer schade veroorzaken aan cognitieve functies bij vrouwen, kan dit op termijn bijdragen aan een hoger risico op dementie en Alzheimer.
De onderzoekers benadrukken dat meer onderzoek nodig is om de onderliggende mechanismen beter te begrijpen.
Wat betekent dit voor de huisarts?
Voor huisartsen onderstrepen de resultaten het belang van vroegtijdige signalering en behandeling van beïnvloedbare risicofactoren bij vrouwelijke patiënten.
Met name cardiovasculaire risicofactoren verdienen aandacht. Een goede controle van bloeddruk, gewicht, glucosewaarden en leefstijl kan niet alleen bijdragen aan het voorkomen van hart- en vaatziekten, maar mogelijk ook aan het behoud van cognitieve gezondheid op latere leeftijd.
Daarnaast benadrukt het onderzoek het belang van aandacht voor depressieve klachten, slaapstoornissen en lichamelijke activiteit, factoren die eveneens vaker voorkwamen bij vrouwen.
Meer aandacht voor gepersonaliseerde preventie
De bevindingen sluiten aan bij de groeiende belangstelling voor gepersonaliseerde geneeskunde. Daarbij wordt steeds vaker gekeken naar individuele kenmerken zoals leeftijd, genetische aanleg en geslacht om preventie en behandeling beter af te stemmen op de patiënt.
Volgens de onderzoekers zou een dergelijke aanpak ook binnen de preventie van Alzheimer en andere vormen van dementie waardevol kunnen zijn. Niet alleen de aanwezigheid van een risicofactor is van belang, maar ook de mate waarin deze het cognitief functioneren beïnvloedt.
Nog veel vragen onbeantwoord
Waarom vrouwen gevoeliger lijken voor bepaalde risicofactoren is nog niet volledig duidelijk. Mogelijke verklaringen zijn hormonale verschillen, genetische factoren, variaties in vaatgezondheid of verschillen in toegang tot zorg gedurende het leven.
Toekomstig onderzoek moet uitwijzen welke mechanismen precies verantwoordelijk zijn voor de waargenomen verschillen en hoe deze kennis kan worden vertaald naar effectievere preventiestrategieën.
Tot slot
Nieuw onderzoek suggereert dat bekende risicofactoren voor Alzheimer en dementie vrouwen mogelijk harder treffen dan mannen. Vooral aandoeningen zoals hypertensie, diabetes, obesitas en gehoorverlies lijken een sterkere relatie te hebben met cognitieve achteruitgang bij vrouwen.
Voor huisartsen benadrukken deze bevindingen het belang van vroegtijdige risicoreductie en een persoonsgerichte benadering van preventie. Mogelijk kan juist daar in de toekomst winst worden behaald in het terugdringen van de hoge ziektelast van Alzheimer onder vrouwen.


