Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Dyssynergische defecatie bij chronische obstipatie

fediverbeek
Dyssynergische defecatie is een veelvoorkomende oorzaak van chronische obstipatie. Dit artikel beschrijft de achtergrond, diagnostiek en behandelopties, met praktische aandachtspunten voor de huisarts.
Unsplash

Chronische obstipatie is een frequent probleem in de huisartsenpraktijk. Een belangrijk, maar vaak onderkend, subtype is dyssynergische defecatie. Hierbij is er sprake van een gestoorde samenwerking tussen buikspieren, rectum en bekkenbodem tijdens het defeceren. Het gevolg is dat ontlasting niet adequaat kan worden uitgeperst, ondanks een normale of zelfs verhoogde aandrang. Voor de huisarts is het herkennen van dit patroon van belang, omdat de benadering wezenlijk verschilt van die bij trage darmpassage.

 

Wat is dyssynergische defecatie?

Dyssynergische defecatie is een verworven functionele stoornis van het defecatiemechanisme. Tijdens een poging tot ontlasting lukt het de patiënt niet om voldoende intra-abdominale druk op te bouwen en tegelijkertijd de bekkenbodem en anale sfincter te ontspannen. Dit leidt tot obstructieve defecatieklachten. De term is opgenomen in de Rome-criteria en vervangt oudere benamingen zoals anismus of bekkenbodemdyssynergie.

Hoewel de bekkenbodem meerdere functies heeft, zijn mictie- en seksuele klachten bij deze patiënten meestal afwezig. Het probleem is dus primair beperkt tot de defecatie.

 

Epidemiologie en klinische relevantie

Chronische obstipatie komt voor bij ongeveer 10–18% van de bevolking. Dyssynergische defecatie wordt aangetoond bij circa een derde tot de helft van deze patiënten. De aandoening komt vaker voor bij vrouwen en de prevalentie neemt toe met de leeftijd. Daarnaast is er een duidelijke overlap met andere functionele darmstoornissen, zoals obstipatie-dominant prikkelbaredarmsyndroom.

De impact op het dagelijks functioneren is aanzienlijk. Veel patiënten hebben langdurige klachten, gebruiken frequent laxantia en consulteren herhaaldelijk zorgverleners. Dit onderstreept het belang van een juiste subtypering en gerichte behandeling.

Congres
Bekkenbodemproblematiek
Actuele inzichten en praktische handvatten voor de zorgpraktijk.


Bekijk het congres →

Congres Bekkenbodemproblematiek

 

Ontstaansmechanismen en pathofysiologie

De oorzaak van dyssynergische defecatie is vaak multifactorieel. Bij een deel van de patiënten bestaan de klachten al sinds de jeugd, terwijl anderen een duidelijk beginmoment noemen, bijvoorbeeld na een bevalling, operatief ingrijpen, trauma of een periode van pijnlijke defecatie met harde ontlasting.

Pathofysiologisch staat een gestoorde coördinatie centraal. Er kan sprake zijn van:

  • onvoldoende perskracht,
  • paradoxale contractie van de anale sfincter,
  • onvoldoende ontspanning van de bekkenbodem,
  • of een combinatie hiervan.

Daarnaast heeft ongeveer de helft van de patiënten een verminderde rectale gevoeligheid, wat bijdraagt aan een vertraagde of onvoldoende defecatiedrang.

 

Klinisch beeld

Typische klachten

Patiënten presenteren zich met uiteenlopende symptomen. Veelvoorkomend zijn:

  • overmatig persen,
  • een gevoel van onvolledige lediging,
  • harde of keutelige ontlasting,
  • minder dan drie spontane defecaties per week,
  • gebruik van digitale manoeuvres om de ontlasting te verwijderen.

Deze laatste klacht wordt niet altijd spontaan genoemd en vraagt om gerichte anamnese in een veilige setting.

 

Psychosociale factoren

Dyssynergische defecatie gaat regelmatig samen met psychische klachten zoals angst, somberheid of dwangmatige gedachten over stoelgang. Ook is er een verhoogde prevalentie van een voorgeschiedenis met lichamelijk of seksueel geweld, met name bij vrouwen. Deze factoren kunnen het klachtenbeeld beïnvloeden en verdienen aandacht tijdens consult en verwijzing.

 

Diagnostiek in de eerste en tweede lijn

Anamnese en dagboek

Een zorgvuldige anamnese blijft de eerste stap. Vraag expliciet naar defecatiegedrag, persdrang, gebruik van hulpmiddelen en laxantia. Een ontlastingsdagboek kan helpen om patronen inzichtelijk te maken.

 

Lichamelijk onderzoek en rectaal toucher

Het digitaal rectaal onderzoek is een belangrijk, maar in de praktijk soms onderbenut, diagnostisch instrument. Let op:

  • sfinctertonus in rust en bij knijpen,
  • ontspanning tijdens persen,
  • perineale daling,
  • aanwezigheid en consistentie van feces.

Het uitblijven van ontspanning of een paradoxale contractie tijdens persen is verdacht voor dyssynergische defecatie.

 

Aanvullend onderzoek

Voor een definitieve diagnose is aanvullend functietesten nodig, meestal in de tweede lijn:

  • Anorectale manometrie om persdruk, sfincterfunctie en coördinatie te beoordelen.
  • Ballonexpulsietest als eenvoudige screening van de evacuatie.
  • Beeldvormend onderzoek, zoals defecografie of MRI, bij twijfel of verdenking op structurele afwijkingen.
  • Bij persisterende klachten kan ook een colontransitonderzoek zinvol zijn, aangezien trage passage en dyssynergie vaak gecombineerd voorkomen.

De diagnose wordt gesteld op basis van klachten, manometrische afwijkingen en ten minste één aanvullende afwijkende test.

 

Behandeling: wat werkt bij dyssynergische defecatie?

Algemene maatregelen

Zoals bij elke patiënt met obstipatie is het zinvol om te kijken naar leefstijl, voedingsvezels en vochtinname. Deze adviezen alleen zijn echter meestal onvoldoende bij dyssynergische defecatie. Ook instructie over toiletgedrag, zoals vaste toilettijden na de maaltijd en correct persen, kan ondersteunend zijn.

 

Medicamenteuze ondersteuning

Laxantia en nieuwere middelen zoals secretagogen of prokinetica kunnen een plaats hebben als ondersteuning, vooral bij gecombineerde trage darmpassage of IBS-klachten. Ze lossen de onderliggende coördinatiestoornis echter niet op.

 

Biofeedbacktherapie

Biofeedbacktherapie vormt de kern van de behandeling. Hierbij leert de patiënt onder begeleiding de defecatie opnieuw aan, met behulp van visuele of auditieve feedback van druk- of spieractiviteit. De therapie richt zich op:

  • verbeteren van de perskracht,
  • aanleren van ontspanning van de bekkenbodem,
  • herstellen van rectale sensatie indien verstoord.

Meestal zijn meerdere sessies nodig, verspreid over enkele weken. Onderzoek laat zien dat een groot deel van de patiënten langdurige verbetering ervaart, met afname van klachten en minder gebruik van laxantia.

 

Andere interventies

Chirurgische ingrepen of injecties met botulinetoxine hebben een beperkte rol en worden alleen in specifieke situaties overwogen, meestal buiten de huisartsenpraktijk.

 

Rol van de huisarts

Voor de huisarts ligt de nadruk op herkenning, eerste evaluatie en tijdige verwijzing. Bij patiënten met chronische obstipatie die onvoldoende reageren op standaardmaatregelen, en vooral bij klachten van obstructieve defecatie, is het belangrijk om dyssynergische defecatie te overwegen. Een goed uitgevoerd rectaal toucher en een gerichte anamnese kunnen hierbij het verschil maken.

 

Veelgestelde vragen

1. Wanneer moet ik bij obstipatie denken aan dyssynergische defecatie?

Wanneer patiënten vooral klagen over moeite met uitpersen, een gevoel van blokkade, onvolledige lediging of het gebruik van digitale hulpmiddelen, en onvoldoende reageren op vezels en laxantia, is dyssynergische defecatie waarschijnlijk.

2. Is biofeedbacktherapie zinvol bij patiënten met IBS en obstipatie?

Ja. Ook bij patiënten met obstipatie-dominant prikkelbaredarmsyndroom kan biofeedbacktherapie verbetering geven van zowel defecatieklachten als buikklachten, mits dyssynergie aantoonbaar is.

3. Heeft het zin om eerst alle laxantia te stoppen voor verwijzing?

Niet per se. Laxantia kunnen tijdelijk worden voortgezet om fecale impactie te voorkomen. Definitieve aanpassing van medicatie vindt vaak plaats tijdens of na biofeedbacktherapie, afhankelijk van het beloop.