Hoewel minder mensen zich laten testen op seksueel overdraagbare aandoeningen (soa’s), neemt het aantal diagnoses van verschillende soa’s juist toe. Dat blijkt uit het nieuwste jaaroverzicht van het RIVM. Vooral de stijging van gonorroe, syfilis en hiv baart experts zorgen. Voor huisartsen onderstreept dit het belang van een laagdrempelige seksuele anamnese en tijdige diagnostiek.
Minder consulten bij de GGD
In 2025 vonden bij de Centra Seksuele Gezondheid van de GGD minder consulten plaats dan een jaar eerder. Volgens het RIVM zette daarmee een dalende trend in het aantal soa-consulten zich voort.
De afname lijkt niet te betekenen dat soa’s minder voorkomen. Integendeel: bij een groter deel van de mensen die zich wél lieten testen, werd daadwerkelijk een soa vastgesteld.
Dat suggereert dat vooral mensen met een verhoogd risico of duidelijke klachten nog de weg naar de zorg weten te vinden, terwijl anderen mogelijk afzien van een test.
Gonorroe, syfilis en hiv blijven toenemen
Uit de nieuwste cijfers blijkt dat het aantal diagnoses van gonorroe en syfilis opnieuw is gestegen. Ook werden meer nieuwe hiv-infecties vastgesteld dan een jaar eerder.
Deze ontwikkeling is relevant omdat juist vroege opsporing complicaties kan voorkomen en verdere transmissie helpt beperken. Bij onbehandelde infecties kunnen onder andere fertiliteitsproblemen, neurologische complicaties en cardiovasculaire aandoeningen ontstaan, afhankelijk van de betreffende soa.
Voor hiv blijft vroege diagnose bovendien essentieel om tijdig met behandeling te starten en verdere overdracht te voorkomen.
Minder chlamydiadiagnoses vragen om nuance
Op het eerste gezicht lijkt het aantal vastgestelde chlamydia-infecties sterk te zijn gedaald. Volgens het RIVM is deze afname echter grotendeels het gevolg van gewijzigd testbeleid.
Tegenwoordig wordt binnen de GGD selectiever getest, bijvoorbeeld vooral bij klachten of wanneer sprake is van een partnerwaarschuwing. Hierdoor zijn de cijfers niet goed vergelijkbaar met voorgaande jaren en zeggen ze minder over de werkelijke verspreiding van chlamydia in de bevolking.
Condoomgebruik en risicoperceptie
Volgens Soa Aids Nederland lijkt de afgenomen testbereidheid samen te gaan met een lagere risicoperceptie. Ook wordt een afname van condoomgebruik gesignaleerd.
Wanneer mensen een kleiner risico ervaren, zullen zij zich minder snel laten testen, terwijl asymptomatische infecties juist ongemerkt kunnen worden overgedragen.
Voor huisartsen biedt dit aanknopingspunten om tijdens consulten aandacht te besteden aan seksuele gezondheid, zeker bij jongeren en andere risicogroepen.
Seksuele gezondheid bespreekbaar maken
Veel patiënten ervaren nog altijd een drempel om seksuele klachten of risicocontacten spontaan te bespreken.
Een open, niet-oordelende benadering kan helpen om seksuele gezondheid laagdrempelig onderdeel te maken van het consult. Juist korte vragen over seksuele contacten, partnerwisselingen en beschermingsmaatregelen kunnen aanleiding geven tot tijdige diagnostiek of preventief advies.
Ook het actief aanbieden van een soa-test bij passende indicaties kan bijdragen aan eerdere opsporing.
Wat betekenen deze cijfers voor de praktijk?
De combinatie van minder uitgevoerde testen en meer vastgestelde infecties laat zien dat soa’s onverminderd aandacht vragen binnen de eerstelijnszorg.
Voor huisartsen blijft het belangrijk alert te zijn op signalen van seksueel overdraagbare aandoeningen, ook wanneer patiënten zich niet expliciet met een hulpvraag over seksuele gezondheid presenteren. Vroege herkenning en behandeling beperken niet alleen complicaties voor de individuele patiënt, maar dragen ook bij aan de volksgezondheid.
Tot slot
De nieuwste cijfers van het RIVM laten zien dat minder mensen zich laten testen op soa’s, terwijl het aantal diagnoses van onder andere gonorroe, syfilis en hiv blijft stijgen. Deze ontwikkeling benadrukt het belang van laagdrempelige diagnostiek en preventie binnen de huisartsenpraktijk.
Door seksuele gezondheid actief bespreekbaar te maken en alert te blijven op risicofactoren kunnen huisartsen een belangrijke bijdrage leveren aan vroege opsporing en het voorkomen van verdere verspreiding van soa’s.


