Casus
Presentatie
Een 46-jarige vrouw komt op het spreekuur vanwege een huidafwijking op haar onderbeen. De plek bestaat inmiddels ongeveer vier weken en is langzaam groter geworden.
Zij beschrijft lichte jeuk, maar geen pijn. Er is geen koorts en zij voelt zich verder goed.
De patiënte geeft aan dat zij via de huisarts een corticosteroïdzalf (klasse 2) heeft gebruikt gedurende twee weken. Zij merkt echter geen verbetering. Integendeel, de plek lijkt zich langzaam uit te breiden.
Er zijn geen soortgelijke afwijkingen elders op het lichaam. In de voorgeschiedenis zijn geen relevante huidziekten bekend.
Onderzoek in de huisartsenpraktijk
Bij inspectie wordt gezien:
- een scherp begrensde erythemateuze plaque
- schilfering, met name aan de rand
- een licht verheven rand
- centrale verbleking
De laesie heeft een min of meer ringvormig aspect.
Er zijn geen tekenen van secundaire infectie.
Eerste beoordeling
Op basis van de schilfering en erytheem werd eerder gedacht aan eczeem, waarvoor behandeling met een corticosteroïdzalf is gestart.
Gezien het uitblijven van effect en de uitbreiding van de afwijking ontstaat twijfel over de diagnose.
Vervolg
De patiënte geeft aan dat de plek ondanks therapie blijft groeien. Zij maakt zich zorgen dat de behandeling mogelijk niet passend is.
Lezersvraag
- Welke diagnose moet hier primair worden overwogen?
- Welke aanvullende diagnostiek of behandeling is in de huisartsenpraktijk aangewezen?
Lees hier de uitwerking van de casus.





