Boutonnière-deformiteit

Een boutonnière-deformiteit of wel knoopsgatmisvorming is een standafwijking van de vinger waarbij er sprake is van een niet actief te corrigeren exiestand van het proximale interfalangeale (PIP-)gewricht in combinatie met een niet actief te corrigeren hyperextensie van het distale interfalangeale (DIP-)gewricht. De twee laterale slippen van het extensorapparaat glijden naar volair langs het PIP-gewricht, wat er anatomisch uitziet als een knoop in een knoopsgat. Daaraan ontleent de misvorming haar naam.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

 

Beleid

Direct posttraumatisch of bij een soepele deformiteit
Bij letsel van de centrale strekpees (positieve elsontest) of een soepele, passief te corrigeren boutonnière-deformiteit is spalken van het PIP-gewricht aangewezen. Zo kan het ontstaan van een boutonnière-deformiteit met gexeerde contractuur voorkomen worden. Het doel is om de centrale strekpees te laten genezen door het PIP-gewricht in extensie te houden. Door het DIP-gewricht ieder uur actief te ecteren worden de laterale banden naar dorsaal gecentraliseerd. Gedurende de eerste zes weken dient de spalk continu gedragen te worden. Na deze termijn wordt de spalk nog vier tot acht weken alleen in de nacht gedragen en bij sportactiviteiten. Om praktische redenen is het wenselijk om de behandeling onder begeleiding van een handfysiotherapeut te laten plaatsvinden, deze kunnen tevens de spalk vervaardigen.

Bij rigide contractuur
Bij een boutonnière-deformiteit met gexeerde contractuur zal een dynamische spalk en oefentherapie eerst volledige passieve PIP-extensie moeten bewerkstelligen. Deze behandeling is veel lastiger en langduriger, dus verwijzing naar de (plastisch) handchirurg is aangewezen.

Chirurgie
Afhankelijk van de mate van functionele restklachten na spalktherapie en wensen van de patiënt kan chirurgisch ingrijpen overwogen worden [, ]. Chirurgische behandeling kan verder zijn geïndiceerd bij een avulsiefractuur of diepe snijwond met verdenking op peesletsel.

Wat is aangetoond?
We vonden geen vergelijkend onderzoek naar de conservatieve behandeling van posttraumatische boutonnière-deformiteit. Het beleid berust op consensus. De literatuur bestaat slechts uit enkele ongecontroleerde case-series die verschillende operatietechnieken beschrijven. Er bestaat geen consensus over welke operatietechniek de voorkeur heeft en er bestaat zelfs twijfel of chirurgie de functie van de vinger überhaupt wel verbetert.

Wanneer verwijzen?
Bij acuut letsel van de centrale strekpees of een soepele, passief te corrigeren boutonnière-deformiteit is voor het vervaardigen van de spalk en de begeleiding van DIP-oefeningen een verwijzing naar een gespecialiseerde handfysiotherapeut op zijn plaats. Aangezien het missen van letsel aan de centrale strekpees kan leiden tot langdurige en complexe behandeling, is bij diagnostische twijfel of een jonge patiënt laagdrempelige verwijzing naar een plastischof handchirurg gerechtvaardigd. Het is wel raadzaam om in dat geval alvast met spalktherapie te starten. Bij een avulsiefractuur, een diepe snijwond waarbij er twijfels bestaat over peesletsel, falen van spalktherapie of gexeerde contractuur, is verwijzing naar een (plastisch) handchirurg altijd aangewezen.

Lees alles over deze kwaal (pathogenese, waarmee komt de patiënt, anamnese, onderzoek en preventie en voorlichting) in Kleine Kwalen Online >>

Kleine Kwalen Online bevat diagnostiek en behandeling van ruim 400 veelvoorkomende kleine kwalen in de huisartsenpraktijk. Meer informatie over de toegang >>

Uit: Kleine Kwalen Online
Beeld: Kleine Kwalen Online