Overzicht van slaapziekte
Slaapziekte, medisch aangeduid als humane Afrikaanse trypanosomiasis (HAT), is een infectieziekte veroorzaakt door de parasiet Trypanosoma brucei. De overdracht vindt plaats via de beet van de tseetseevlie (Glossina-soorten), die uitsluitend voorkomt in landelijke gebieden van Sub-Sahara Afrika. Zonder behandeling leidt de aandoening uiteindelijk tot overlijden. Tijdige herkenning en verwijzing zijn daarom van groot belang.
Er bestaan twee klinische varianten van slaapziekte, die worden onderscheiden op basis van geografische verspreiding en ziekteverloop.
Typen slaapziekte
West-Afrikaanse slaapziekte (T. b. gambiense)
- Overdracht via tseetseevliegen die geïnfecteerd zijn met Trypanosoma brucei gambiense
- Langzaam ziektebeloop; klachten ontstaan maanden tot soms meer dan een jaar na besmetting
- Voorkomend in landelijke gebieden van Centraal- en West-Afrika
- Het merendeel van de wereldwijd gemelde gevallen behoort tot dit type
Oost-Afrikaanse slaapziekte (T. b. rhodesiense)
- Overdracht via tseetseevliegen die Trypanosoma brucei rhodesiense dragen
- Snelle progressie; symptomen kunnen binnen één tot enkele weken optreden
- Voorkomend in Oost- en Zuidelijk Afrika
- Minder vaak gerapporteerd, maar doorgaans ernstiger in het beginstadium
Voor bepaalde regio’s, waaronder delen van Zambia en Zimbabwe, geldt een internationaal reisadvies met aandacht voor deze aandoening.
Klinisch beeld en symptomen
Slaapziekte kent twee fasen. Het tijdstip waarop klachten ontstaan verschilt per type, waarbij het West-Afrikaanse type later tot uiting komt.
Eerste fase: hemolymfatische fase
- Aspecifieke, griepachtige klachten
- Koorts
- Hoofdpijn
- Gewrichts- en spierpijn
- Vermoeidheid
Soms ontstaat op de plaats van de tseetseevliebeet een pijnlijke, rode huidafwijking (chancre), meestal binnen twee dagen tot twee weken na besmetting. Deze laesie wordt echter niet altijd opgemerkt.
Tweede fase: neurologische fase
Wanneer de parasiet het centrale zenuwstelsel bereikt, ontstaan ernstigere verschijnselen, zoals:
- Slaapstoornissen met verstoring van het slaap-waakritme
- Gedragsveranderingen
- Verwardheid
- Neurologische uitvalsverschijnselen
Risicogroepen
De aandoening treft voornamelijk mensen in landelijke gebieden van Afrikaanse landen waar de tseetseevlie voorkomt. Voor reizigers die uitsluitend stedelijke gebieden bezoeken is het risico laag.
Verhoogd risico bestaat bij:
- Lokale bewoners met vee, met name runderen
- Jagers
- Toeristen en werknemers in wildparken of natuurreservaten
Hoewel niet elke tseetseevlie besmet is, neemt de kans op infectie toe bij herhaalde beten. Overdracht binnen Europa of de Verenigde Staten vindt niet plaats.
Wijze van overdracht
De primaire transmissieroute is de beet van een geïnfecteerde tseetseevlie. In zeldzame gevallen zijn andere overdrachtswegen beschreven:
- Transplacentaire overdracht van moeder op ongeboren kind
- Bloedtransfusie
- Orgaantransplantatie
- Seksueel contact
- Onbedoelde blootstelling in laboratoria
Deze vormen van transmissie komen weinig voor en zijn beperkt gedocumenteerd.
Preventie
Er is geen vaccin of profylactische medicatie beschikbaar tegen slaapziekte. Preventie richt zich daarom op het vermijden van tseetseevliebeten.
Aanbevolen maatregelen zijn:
- Dragen van bedekkende kleding in neutrale kleuren
- Gebruik van insectenwerende middelen
- Vermijden van dichte begroeiing
- Inspectie van voertuigen vóór instappen
Diagnostiek in de huisartsenpraktijk
Bij patiënten met een relevante reisgeschiedenis naar landelijke gebieden in Sub-Sahara Afrika en passende klachten dient slaapziekte te worden overwogen. Diagnostiek gebeurt door middel van parasitologisch onderzoek van bloed, lymfe of liquor, afhankelijk van het stadium.
Vroege signalering en snelle verwijzing naar gespecialiseerde zorg zijn noodzakelijk, aangezien behandeling complex is en stadiumafhankelijk.
Behandeling en follow-up
Na bevestiging van de diagnose moet behandeling zo snel mogelijk worden gestart. De keuze van medicatie wordt bepaald door het type slaapziekte en het stadium van de aandoening.
Opname in het ziekenhuis is meestal vereist. Na afronding van de behandeling volgt langdurige controle, vaak met periodieke lumbaalpuncties, gedurende maximaal twee jaar om recidief tijdig vast te stellen.
Samenvatting voor de praktijk
Slaapziekte is een zeldzame maar ernstige importziekte met potentieel fatale afloop. Voor huisartsen is alertheid geboden bij patiënten met neurologische of langdurige aspecifieke klachten na verblijf in risicogebieden. Tijdige herkenning, diagnostiek en verwijzing kunnen levensreddend zijn.





