O-benen bij kinderen

O-benen zijn benen met een varusstand van de knieën. Deze stand is bij kinderen tot 2 jaar meestal fysiologisch. Onbekendheid met de variaties van de normale beenstand tijdens verschillende leeftijdsfasen kan onrust veroorzaken.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Definitie en etiologie

O-benen zijn benen met een varusstand van de knieën (figuur 1). Deze stand is bij kinderen tot 2 jaar meestal fysiologisch. Onbekendheid met de variaties van de normale beenstand tijdens verschillende leeftijdsfasen kan onrust veroorzaken. In de eerste twee levensjaren kan de O-stand fors zijn, zeker bij kinderen van het negroïde ras. O-benen die nog bestaan na het tweede tot derde levensjaar en die niet minder worden tijdens de verdere groei, zijn reden voor verder onderzoek.

Incidentie

O-benen zijn normaal in de leeftijd tussen 0 en 2 jaar.
Wanneer O-benen symmetrisch zijn, kan het moeilijk zijn de grens aan te geven waarbij O-benen abnormaal zijn.

Anamnese

Gevraagd wordt naar het verloop van het model van de benen en of asymmetrie is waargenomen.

Lichamelijk onderzoek

Bij lichamelijk onderzoek van O-benen wordt gelet op asymmetrie. Duidelijke asymmetrie van de varushoek is reden voor verdere diagnostiek. Belangrijk is dat bij het onderzoek de knieën (met de knieschijven) goed naar voren worden gehouden. De varushoek van de benen kan met een gradenboog gemeten worden. De gemiddelde waarde van O-benen voor een 1-jarige is 10°, met uitschieters naar 20°. Kniefunctie en de mate van stabiliteit (collateraalbanden en kruisbanden) worden vastgesteld. Daarnaast wordt bij verdenking op pathologie het gehele skelet onderzocht op aanwijzingen voor aanlegstoornissen, skeletdysplasieën of metabole ziekten.

Aanvullend onderzoek

Bij symmetrische O-benen voor het tweede levensjaar is aanvullend onderzoek meestal niet nodig. Indicaties voor verwijzing en röntgenonderzoek zijn: duidelijke asymmetrie van de varushoek, extreme varus, beenlengteverschil, kniefunctiestoornissen of instabiliteit, niet afnemen van de O-benen na het tweede tot derde levensjaar of aanwijzingen voor algemene onderliggende pathologie.

Differentiaaldiagnose

Bij asymmetrie, extreme varus of varus op een atypische leeftijd kan gedacht worden aan aanlegstoornissen, skeletdysplasieën en stofwisselingsstoornissen zoals rachitis.

Therapie

Spalken hebben in het algemeen geen effect op het beloop van O-benen. Als er een onderliggende algemene oorzaak is voor O-benen, zoals rachitis, dient deze eerst behandeld te worden. Bij een deel van de kinderen zal de afwijking bij adequate behandeling van de stofwisselingsstoornis geleidelijk tijdens de groei verdwijnen. Is dit niet het geval of zijn er andere oorzaken, dan kan de vorm van het been tijdens de groei beïnvloed worden door het principe van ‘geleide groei’: hierbij wordt een klein tweegats plaatje aangebracht dat tijdelijk met schroefjes over de buitenbocht van de groeischijf (de laterale zijde bij varus) geplaatst kan worden, zodat de groei aan de buitenzijde van het been tijdelijk geremd wordt. Als de standafwijking is gecorrigeerd, kunnen het plaatje en de schroeven weer verwijderd worden, waarna het deel van de groeischijf dat door de plaat werd geremd weer gewoon doorgroeit. In extreme gevallen kunnen corrigerende osteotomieën nodig zijn.

Complicaties en prognose

O-benen op de kinderleeftijd hebben geen directe schadelijke gevolgen – kinderen slijten niet. Als op volwassen leeftijd nog forse O-benen bestaan en de mechanische belastingsas van het been door het mediale compartiment loopt of zelfs aan mediale zijde buiten het been, is er een verhoogde kans dat de knie aan de binnenzijde gaat slijten.

Uit: Bijblijven, uitgave 10/11 2011