Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Morbus Bowen: herkenning en beleid bij plaveiselcelcarcinoom in situ

fediverbeek
Morbus Bowen is een vorm van plaveiselcelcarcinoom in situ. Lees over anamnese, diagnostiek en behandeling in de huisartsenpraktijk.
AI

Wat is morbus Bowen?

Morbus Bowen is een intra-epidermale vorm van plaveiselcelcarcinoom, ook wel aangeduid als plaveiselcelcarcinoom in situ. De aandoening kenmerkt zich door een maligne proliferatie van keratinocyten die beperkt blijft tot de epidermis, zonder doorgroei naar diepere huidlagen. Hoewel de afwijking in dit stadium nog niet invasief is, bestaat er een risico op progressie naar een invasief plaveiselcelcarcinoom.

De aandoening komt vooral voor bij oudere patiënten en wordt vaak gezien op zonbeschenen huid, zoals het gelaat, de handen en de onderbenen. Chronische blootstelling aan ultraviolet licht speelt een belangrijke rol in de etiologie, evenals factoren zoals immunosuppressie en infectie met bepaalde typen humaan papillomavirus.

 

Klinisch beeld en anamnese

Patiënten presenteren zich doorgaans met een langzaam groeiende, scherp begrensde erythemateuze plaque die vaak licht schilferend is. De laesie kan variëren in grootte en heeft meestal een onregelmatig oppervlak. Soms wordt de afwijking aangezien voor eczeem of psoriasis, vooral wanneer deze langere tijd aanwezig is zonder duidelijke verandering.

Tijdens de anamnese is het van belang om te vragen naar de duur van de laesie, eventuele groei of verandering in aspect en klachten zoals jeuk of lichte pijn. Ook risicofactoren zoals zonblootstelling, eerdere huidmaligniteiten en gebruik van immunosuppressiva dienen te worden meegenomen.

Het lichamelijk onderzoek richt zich op de kenmerken van de laesie en de lokalisatie, waarbij aandacht wordt besteed aan tekenen die kunnen wijzen op invasie, zoals induratie of ulceratie.

 

Diagnostiek en klinisch redeneren

De diagnose morbus Bowen wordt vaak vermoed op basis van het klinisch beeld, maar dient histologisch bevestigd te worden. Dit gebeurt door middel van een huidbiopt. Histopathologisch onderzoek toont atypische keratinocyten over de volledige dikte van de epidermis, zonder invasie in de dermis.

Het klinisch redeneren richt zich op het onderscheiden van morbus Bowen van andere erythemateuze en schilferende huidafwijkingen. Omdat het klinisch beeld niet altijd specifiek is, is laagdrempelig biopteren of verwijzen van belang bij persisterende of atypische laesies.

 

Differentiaaldiagnose

De differentiaaldiagnose omvat aandoeningen zoals actinische keratose, psoriasis, chronisch eczeem en oppervlakkig basaalcelcarcinoom. In sommige gevallen kan ook een invasief plaveiselcelcarcinoom in de differentiaaldiagnose worden meegenomen.

Het onderscheid is klinisch niet altijd eenvoudig te maken, wat het belang van histologisch onderzoek onderstreept.

 

Behandeling en beleid

De behandeling van morbus Bowen is gericht op volledige verwijdering of destructie van de afwijking om progressie naar een invasieve vorm te voorkomen. De keuze van behandeling hangt af van de grootte, locatie en het aantal laesies, evenals van patiëntgebonden factoren.

In de praktijk kan gekozen worden voor chirurgische excisie, cryotherapie of behandeling met lokale middelen zoals 5-fluorouracil of imiquimod. Ook fotodynamische therapie kan een rol spelen, met name bij grotere of multiple laesies.

De huisarts kan een rol spelen in het herkennen van verdachte laesies en het inzetten van eerste stappen in de diagnostiek, maar de behandeling vindt vaak plaats in de tweede lijn.

 

Follow-up en prognose

Morbus Bowen heeft een goede prognose wanneer de aandoening tijdig wordt behandeld. Het risico op progressie naar een invasief plaveiselcelcarcinoom is aanwezig, maar relatief klein wanneer adequate behandeling plaatsvindt.

Follow-up is belangrijk om recidief of nieuwe laesies tijdig te signaleren. Patiënten met morbus Bowen hebben vaak een verhoogd risico op andere huidmaligniteiten, wat regelmatige controle rechtvaardigt.

 

Rol van leefstijl en preventie

Preventie richt zich met name op het beperken van blootstelling aan ultraviolet licht. Het adviseren van zonbescherming en het vermijden van overmatige zonblootstelling is een belangrijk onderdeel van de begeleiding.

Bij patiënten met een verhoogd risico, zoals immuungecompromitteerden, is extra alertheid geboden. Ook het stimuleren van zelfinspectie van de huid kan bijdragen aan vroege herkenning van nieuwe afwijkingen.

 

Veelgestelde vragen voor huisartsen

Wanneer moet ik denken aan morbus Bowen?

Bij een persisterende, erythemateuze en schilferende plaque die niet reageert op standaardbehandeling voor eczeem of psoriasis.

 

Is morbus Bowen een vorm van huidkanker?

Ja, het betreft een plaveiselcelcarcinoom in situ, waarbij de maligniteit nog beperkt is tot de epidermis.

 

Wanneer moet ik verwijzen?

Bij verdenking op morbus Bowen is verwijzing of het verrichten van een biopt aangewezen om de diagnose te bevestigen en behandeling in te zetten.