
Protonpompremmers (PPI’s) behoren tot de meest voorgeschreven geneesmiddelen in de eerstelijnszorg. Al jarenlang bestaat er ongerustheid over een mogelijk verband tussen langdurig gebruik van deze maagzuurremmers en het ontstaan van maagkanker. Recent onderzoek uit Scandinavië biedt nieuwe inzichten die relevant zijn voor de dagelijkse praktijk van de huisarts.
Achtergrond van de discussie
Sinds de introductie van PPI’s zijn er zorgen geuit over mogelijke langetermijneffecten. Enkele observationele studies suggereerden zelfs een verdubbeld risico op maagkanker. Deze bevindingen zorgden voor terughoudendheid bij langdurige voorschrijving, ondanks het ontbreken van bewijs uit gerandomiseerd onderzoek. Een dergelijke trial is in deze context moeilijk uitvoerbaar.
Onderzoekers gaven aan dat eerdere studies beperkingen hadden, zoals onvoldoende correctie voor verstorende factoren en het meenemen van medicatiegebruik vlak voor de diagnose.
Opzet van het Noord-Europese onderzoek
Grote populatie en lange follow-up
Zweedse onderzoekers analyseerden gezondheidsdata uit vijf Noord-Europese landen: Denemarken, Finland, IJsland, Noorwegen en Zweden. Over een periode van 26 jaar werden ruim 17.000 patiënten met maagkanker vergeleken met circa 172.000 controlepersonen.
Gebruik van maagzuurremmers
In het onderzoek werd gekeken naar langdurig gebruik (meer dan één jaar) van zowel protonpompremmers als histamine-2-receptorantagonisten (H2RA’s). Om vertekening te voorkomen, werd medicatiegebruik in de twaalf maanden voorafgaand aan de diagnose buiten beschouwing gelaten.
Correctie voor verstorende factoren
De analyse hield rekening met uiteenlopende factoren, waaronder:
- Leeftijd en geslacht
- Behandeling van Helicobacter pylori
- Peptisch ulcus in de voorgeschiedenis
- Roken en alcoholgerelateerde aandoeningen
- Obesitas en diabetes type 2
- Gebruik van andere relevante medicatie
Resultaten van de analyse
Na correctie voor bovengenoemde factoren werd geen verband gevonden tussen langdurig gebruik van PPI’s of H2RA’s en een verhoogde kans op maagkanker. De onderzoekers concludeerden dat eerdere signalen waarschijnlijk het gevolg waren van methodologische tekortkomingen, zoals focus op kortdurend gebruik of onvoldoende correctie voor comorbiditeit.
Volgens het onderzoek is er geen ondersteuning voor de aanname dat langdurig gebruik van protonpompremmers het risico op maagadenocarcinoom verhoogt.
Betekenis voor de huisartsenpraktijk
De bevindingen bieden geruststelling voor patiënten die langdurig afhankelijk zijn van maagzuurremmers, bijvoorbeeld bij ernstige refluxklachten of preventie van ulcuscomplicaties. Voor huisartsen ondersteunt dit onderzoek een afgewogen voortzetting van langdurige PPI-therapie wanneer daar een duidelijke indicatie voor bestaat.
Tegelijkertijd blijft het belangrijk om periodiek het medicatiegebruik te evalueren en laagst mogelijke doseringen na te streven.
Aandachtspunten bij langdurig gebruik
Hoewel geen verband is gevonden met maagkanker, wijzen de onderzoekers erop dat langdurig PPI-gebruik gepaard kan gaan met andere bijwerkingen. Genoemd worden onder meer:
- Clostridioides difficile-geassocieerde diarree
- Verminderde botdichtheid
- Stoornissen in de opname van vitamines en elektrolyten
Deze aspecten verdienen blijvende aandacht in de begeleiding en follow-up van patiënten.




