Huisartsen moeten kiezen voor één regionaal HIS

De grote variatie aan huisinformatiesystemen (HIS'en) werkt belemmerend bij het uitwisselen van medische gegevens. Daarom pleit een expertgroep van de NHG voor één regionaal HIS.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Er zijn 12 HIS’en op de markt en de onderlinge uitwisselbaarheid is matig. Dat concludeert de expertgroep BOHAG, onderdeel van de NHG. Een van de problemen is de digitale overdracht van medische dossiers. Deze is recent weliswaar verbeterd, maar correspondentiegegevens zijn nog lang niet altijd betrouwbaar. En na overdracht zijn ze soms onherkenbaar veranderd of niet te raadplegen. Eerder al stelde de NVDA dit al vast na een eigen ledenonderzoek.

Overleg regionaal HIS

Daarnaast is de digitale medicatieoverdracht nog steeds niet geregeld. Ondanks gebruik van het LSP is deze alleen sluitend te krijgen met een papieren medicatieoverzicht.

Om deze en andere problemen op te lossen, stelt de BOHAG voor dat huisartsen in onderling overleg kiezen voor één regionaal HIS. De huisartsenzorg is immers onderdeel geworden van een groot regionaal netwerk. Bij gebruik van een regionaal HIS kunnen huisartsen beter hun stem laten horen.

Er moeten telkens nieuwe digitale toepassingen worden geïmplementeerd, aldus de BOHAG. Er is vraag naar transparantie van zorguitkomsten en inzage in en uitwisseling van medische gegevens met behoud van privacy. Hieraan kan het beste worden voldaan als de huisartsen hetzelfde regionaal HIS gebruiken.

Kwaliteit blijft achter

De BOHAG beklaagt zich verder over de kwaliteit van sommige HIS’en. Dit overigens zonder leveranciers bij name te noemen. Een onderzoek van de LHV uit 2016 maakte duidelijk dat geen enkel HIS destijds voldeed aan het NHG-referentiemodel. ‘Helaas helpt het onderzoek onvoldoende om alle HIS’en naar een hogere kwaliteit op te trekken,’ aldus de BOHAG. En onderzoek van dit jaar ‘laat zien dat bepaalde HIS’en nu duidelijk achterblijven in ontwikkeling’.

Huisartsen zijn nog relatief positief over ict, maar met name jongere dokters haken al af, volgens de BOHAG. ‘Het moeten werken met verschillende HIS’en is voor net begonnen waarnemers lastig, tijdens de opleiding wordt het niet besproken.’

Gebrek aan ondersteuning

Daarnaast is het gebrek aan ondersteuning in de afstemming tussen hard- en software en bij updates en verbindingen ‘een permanent ervaren struikelblok. ICT-onderhoud tijdens werkdagen en het oplossen van problemen via helpdesks conflicteren met het spreekuur.’

Ook het aanleveren van data aan zorggroepen en onderzoeksinstituten is volgens de BOHAG ‘tijdrovend en frustrerend’. Dit door ‘voortdurende wijzigingen in systemen, procedures en veiligheidseisen’.

Innovaties als praktijkwebsites, wachtkamerschermen en patiëntenportalen vergen ten slotte veel onderhoud. ‘En er is geen betaaltitel voor degene, veelal de huisarts zelf, die hier kostbare tijd aan besteedt.’