Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Floortje Scheepers: ‘Sociale verbindingen dragen enorm bij aan de gezondheid van mensen’

Sigrid Starremans
Uit onderzoek blijkt dat waardevolle connecties en je verbonden voelen de gezondheid en het herstel positief beïnvloeden. Het ontbreken van sociale relaties werkt juist mentale en fysieke klachten in de hand. Maar zorgverleners zijn zich hier vaak te weinig van bewust, vindt hoogleraar Floortje Scheepers: ‘We zetten sociale verbindingen nog onvoldoende in als krachtige gezondheidsdeterminant.’
Floortje Scheepers
Beeld via Zorg+Welzijn

Floortje Scheepers is psychiater, hoogleraar Innovatie in de GGZ en raadslid RVS (Raad voor Volksgezondheid & Samenleving). Ze was onder meer betrokken bij de twee recente adviesrapporten van de RVS Op de rem en Gezond verbonden. Het eerste rapport is een sociologische analyse van onze (hypernerveuze) samenleving en hoe die de mentale volksgezondheid onder druk zet. Het tweede rapport is meer gericht op de zorgsector en geeft aan hoe zorgverleners meer aandacht zouden kunnen geven aan sociale verbindingen als gezondheidsdeterminant.

 

In welk opzicht kan verbondenheid en je minder eenzaam voelen de gezondheid verbeteren en preventief werken voor het ontwikkelen van klachten?

Uit onderzoek blijkt onder meer dat verbondenheid, je onderdeel voelen van een groep, stressverlagend werkt. Als je minder stress hebt, voel je je mentaal beter. Dat is logisch maar stress zorgt er ook voor dat je immuunsysteem anders werkt waardoor het herstel van fysieke ziektes en aandoeningen wordt belemmerd. Dat geldt ook voor ernstige ziektes als kanker.

Bekend is ook dat veel eenzaamheidsproblematiek zich uitdrukt in allerlei stressgerelateerde klachten zoals rugklachten, hoofdpijn, buikpijn. Allerlei aandoeningen  waarvoor mensen naar een arts gaan. En als je dan niet doorvraagt als zorgverlener en erachter komt dat mensen zich eenzaam voelen of het gevoel hebben niet mee te doen aan de samenleving, dan ga je dus klachten behandelen zonder de echte onderliggende oorzaak aan te pakken.

Bij patiënten of mensen die in een groep behandeld worden, zien we ook positieve effecten. Als je verbonden bent met lotgenoten krijg je sneller tips en adviezen van mensen die in een vergelijkbare situatie zitten. Daarnaast is het makkelijker om gemotiveerd te blijven voor de behandeling.
Ook zien we fysieke effecten. Bij verloskundigenpraktijken die aan groepsbegeleiding doen, zien we bijvoorbeeld dat vrouwen een lagere bloeddruk hebben. En dat ze na de geboorte langer en vaker borstvoeding geven. Mensen die zware chemokuren ondergaan, verdragen die beter als ze daar met elkaar in verbinding over zijn.

 

Je stelt dat zorgverleners zich er te weinig van bewust zijn dat sociale verbindingen zoveel bijdragen aan gezondheid en overlevingskansen

Ze weten wel dat het een factor van belang is. Maar de mate waarin sociale verbindingen bijdragen, onderschatten ze enorm. In het advies Gezond Verbonden verwijzen we bijvoorbeeld naar een onderzoek waarin  ze artsen hebben gevraagd hoeveel procent van een bepaalde factor bijdraagt aan de overlevingskans en gezondheid. De factoren die aan de orde kwamen, waren: leefstijl, roken,  overgewicht, weinig bewegen en sociale verbindingen. De artsen noemden leefstijl als belangrijkste factor, daarna kwamen roken en weinig bewegen. De sociale verbindingen kwamen helemaal achteraan. Terwijl uit onderzoek precies het tegenovergestelde blijkt: sociale verbindingen zijn de belangrijkste factor.

 

Waarom snijden zorgverleners het onderwerp sociale verbindingen en eenzaamheid niet vaak aan in de spreekkamer?

In onze geïndividualiseerde samenleving zijn dat ongemakkelijke onderwerpen.  Kijk, we weten dat roken ongezond is. En dan zeg je als arts tegen de patiënt “Probeer te stoppen.” Maar zeggen: “Wist u dat eenzaamheid heel ongezond is? Misschien zou het een goed idee zijn om eens een keer dit of dat clubje op te zoeken.” Dat vinden we raar, dat vinden we vooral iets van iemand zelf. Terwijl het in een samenleving die meer inzet op het collectief heel normaal is om hiernaar te vragen.

Ook wordt vaak gezegd dat dit niet bij de zorg hoort maar bij het sociaal domein. Dat er geen harde financiering is voor groepsbehandelingen, is een ander argument dat regelmatig wordt gebruikt. Of dat er geen ruimtes beschikbaar zijn. Of dat het begeleiden van een groep lastiger is dan een op een begeleiding. Dat zijn prikkels om het maar individueel te houden en geen groepsinterventies in te zetten.

 

Wat kunnen zorgverleners doen op dit vlak?

Ten eerste ernaar vragen. Een raadslid bij de RVS is huisarts en hij vraagt regelmatig aan patiënten: hoe sociaal verbonden bent u eigenlijk? Dat geeft een heel ander perspectief en leidt tot hele andere gesprekken in de spreekkamer. Ook kun je doorverwijzen naar het sociaal domein. Er zijn veel clubjes, laagdrempelige inloopvoorzieningen voor lotgenotencontacten en vrijwilligersorganisaties die verbindingen kunnen helpen leggen. Ik denk dat zorgprofessionals daar heel weinig overzicht over hebben en daardoor weinig doorverwijzen. Als ze zich erin verdiepen, dan zien ze dat er heel veel mogelijkheden zijn in het sociaal domein waarop ze mensen kunnen wijzen.

In het UMC Utrecht hebben we een netwerkintake ontwikkeld die ook door huisartsen gebruikt wordt. Dat is een integrale, holistische manier om naar problemen van mensen te kijken. Dus niet alleen inzoomen op de klachten maar ook de context en het netwerk in beeld brengen. En dan blijkt dat mensen soms meer hebben aan het activeren van bepaalde contacten dan aan het voorschrijven van antihypertensiva.

Floortje Scheepers is een van de sprekers op het congres Ziekten van de nieuwe generatie op 25 september. Ze zal onder meer spreken over het belang van minder snel labelen en medicaliseren en meer aandacht voor sociale verbondenheid als beschermende factor. Met praktische handvatten laat ze zien hoe zorgprofessionals de verbinding kunnen versterken.