Ontdek een uitzonderlijke medische casus waarin atriumfibrilleren werd veroorzaakt door een longtumor met doorgroei in het linker atrium. Een uniek en leerzaam verhaal voor huisartsen en andere medisch professionals.
Atriumfibrilleren is een veelvoorkomende hartritmestoornis die diverse oorzaken kan hebben. In deze casus, welke eerder werd behandeld op de website van Cardiology Research, beschrijven we een zeldzame situatie waarbij een longtumor, door directe doorgroei in het hart, leidde tot nieuw ontstane atriumfibrilleren. Dit artikel belicht het diagnostisch proces, de behandelaanpak en de unieke uitdagingen bij deze patiënt.
Presentatie van de casus
Achtergrondinformatie
Een 68-jarige man bezocht de huisartsenpost met klachten van toenemende kortademigheid en verminderde inspanningstolerantie gedurende enkele weken. Hij had daarnaast last van een droge hoest en meldde een onbedoeld gewichtsverlies van 7 kilogram in de afgelopen drie maanden. Zijn medische voorgeschiedenis vermeldde hypertensie en lichte COPD. Hij rookte sinds zijn tienerjaren en had een rookgeschiedenis van 50 jaar.
Fysiek onderzoek en eerste bevindingen
Bij lichamelijk onderzoek had de patiënt een bloeddruk van 124/78 mmHg, een hartfrequentie van 132 slagen per minuut en een zuurstofsaturatie van 95% in rust. Auscultatie van de longen toonde verminderde ademgeruisen aan de rechterkant, zonder piepende ademhaling of crepitaties. Het hart toonde een onregelmatig ritme zonder bijgeluiden.
Een ECG bevestigde de aanwezigheid van atriumfibrilleren met een snelle ventriculaire respons (frequentie 132/min). De eerste laboratoriumresultaten toonden een verhoogde D-dimeerwaarde (2,1 mg/L FEU), een licht verhoogd B-type natriuretisch peptide (BNP) en een normale schildklierfunctie.
Figuur 1. De initiële ECG van de patiënt bij opname toont atriumfibrilleren met RVR. ECG: elektrocardiogram; RVR: snelle ventriculaire frequentie.
Hij kreeg een startdosering van 15 mg diltiazem toegediend, gevolgd door een tweede dosis 27 minuten later. Een herhaald ECG, 2 uur na de toediening van diltiazem (Figuur 2), toonde het verdwijnen van het atriumfibrilleren met RVR en een herstel van het normale sinusritme.
Figuur 2. Herhaald ECG 2 uur na toediening van diltiazem, dat het herstel van het normale sinusritme toont. ECG: elektrocardiogram.
Diagnostisch traject
Beeldvorming
Een thoraxfoto toonde een grote schaduw in de rechter longhelft. Om meer duidelijkheid te verkrijgen, werd een CT-thorax met contrast uitgevoerd. Deze scan toonde een tumormassa van 9,2 cm in de rechter onderkwab, met invasie in het linker atrium via de rechter onderste longader. Er waren geen aanwijzingen voor metastasen elders in het lichaam.
Figuur 3. Thoraxfoto bij opname toont een grote, centraal gelegen massa in de rechterlong.
Figuur 4. CT-pulmonale angiografie met intraveneus contrast toont een massa van ongeveer 9,6 × 8,0 cm in de rechterlong.
Figuur 5. CT-pulmonale angiografie met intraveneus contrast toont lymfadenopathie in de rechter hilus.
Figuur 6. CT-pulmonale angiografie met intraveneus contrast toont mediastinale lymfadenopathie.
Aanvullend onderzoek
Een transesofageale echocardiografie (TEE) werd uitgevoerd om de omvang van de atriuminvasie beter te beoordelen. Deze toonde een massa die het lumen van de rechter longader significant obstrueerde en zich uitstak in het linker atrium. Een biopsie van de longtumor werd afgenomen via een CT-geleide punctie. Pathologisch onderzoek wees uit dat het ging om een grootcellig neuro-endocrien carcinoom.

Behandeling en beloop
Acute behandeling
De patiënt werd opgenomen in het ziekenhuis en kreeg intraveneuze diltiazem toegediend om de ventrikelrespons te vertragen. Daarnaast werd gestart met laagmoleculair-gewicht heparine voor trombo-embolieprofylaxe. Binnen 24 uur was de patiënt terug in sinusritme.
Lange termijn aanpak
Na multidisciplinair overleg werd een behandelplan opgesteld met chemotherapie (cisplatine en etoposide) en radiotherapie. De patiënt werd ontslagen met orale anticoagulantia (apixaban) en een bètablokker (metoprolol) om recidiverende atriumfibrilleren te voorkomen.
Bespreking
Pathofysiologie
De doorgroei van de longtumor in het linker atrium veroorzaakte directe mechanische prikkeling en inflammatie van het atriale myocard, wat atriumfibrilleren uitlokte. Dit is een zeldzaam fenomeen, omdat tumoren meestal niet direct in het hart doordringen.
Vergelijkbare casussen
In de literatuur zijn enkele soortgelijke gevallen beschreven. Eén rapport beschrijft een patiënt met een oesofaguscarcinoom dat het linker atrium infiltreerde, wat eveneens leidde tot atriumfibrilleren. De behandeling varieerde afhankelijk van de onderliggende oorzaak, maar chemotherapie en radiotherapie speelden vaak een centrale rol.
Belang voor huisartsen
Huisartsen spelen een cruciale rol bij de vroege herkenning van symptomen zoals gewichtsverlies, kortademigheid en atriumfibrilleren. Vroege doorverwijzing en diagnostiek zijn essentieel om maligniteiten met cardiale betrokkenheid tijdig te identificeren en te behandelen.
Tot slot
Deze casus illustreert de complexiteit van atriumfibrilleren veroorzaakt door een longtumor met doorgroei in het hart. Het onderstreept het belang van multidisciplinair samenwerken en zorgvuldig diagnostisch onderzoek. Huisartsen worden aangemoedigd om alert te zijn op atypische presentaties van atriumfibrilleren, met name bij patiënten met een rookgeschiedenis en systemische symptomen zoals gewichtsverlies.
RAHMAN, A., ALQAISI, S., KRISHNASWAMY, S., HOSPEDALES, E., AJI, W.. An Uncommon Case of Atrial Fibrillation due to a Lung Mass Invasion of the Left Atrial Cavity. Cardiology Research, North America, 14, feb. 2023. Available at: https://www.cardiologyres.org/index.php/Cardiologyres/article/view/1473/1417.