Echocardiografie is een niet-invasieve beeldvormingstechniek waarmee de structuur en functie van het hart in kaart worden gebracht. In de dagelijkse praktijk speelt het onderzoek een centrale rol bij de diagnostiek van uiteenlopende cardiale aandoeningen.
Voor huisartsen is kennis van de indicaties en globale interpretatie van echocardiografie van belang, ook al wordt het onderzoek zelf meestal in de tweede lijn uitgevoerd.
Wat is echocardiografie?
Echocardiografie maakt gebruik van ultrageluid om real-time beelden van het hart te verkrijgen. Hiermee kunnen onder andere worden beoordeeld:
- hartkamers en wandbewegingen
- hartkleppen
- bloedstromen
- pericard
Het onderzoek is veilig, herhaalbaar en belast de patiënt nauwelijks.
Verschillende vormen van echocardiografie
Transthoracale echocardiografie (TTE)
De meest gebruikte vorm, waarbij de probe op de thoraxwand wordt geplaatst. Dit is doorgaans het eerste onderzoek bij verdenking op cardiale pathologie.
Transoesofageale echocardiografie (TEE)
Hierbij wordt de probe via de slokdarm ingebracht. Dit geeft een beter beeld van bepaalde structuren, zoals:
- atria en atriumseptum
- hartkleppen
- trombi in het hart
TEE wordt meestal toegepast bij specifieke vraagstellingen.
Stress-echocardiografie
Wordt gebruikt om ischemie aan te tonen door het hart te beoordelen tijdens inspanning of farmacologische stress.
Indicaties voor echocardiografie
In de huisartsenpraktijk wordt echocardiografie aangevraagd via verwijzing, bijvoorbeeld bij:
Verdenking op hartfalen
- dyspneu
- oedeem
- verminderde inspanningstolerantie
Echocardiografie kan onderscheid maken tussen systolisch en diastolisch hartfalen.
Klepafwijkingen
Bij auscultatoire afwijkingen zoals:
- systolische of diastolische souffles
- tekenen van klepafwijkingen
Ritmestoornissen
Bij atriumfibrilleren of andere ritmestoornissen om structurele afwijkingen uit te sluiten.
Cardiale ischemie
Als onderdeel van verdere diagnostiek, bijvoorbeeld via stress-echocardiografie.
Onverklaarde klachten
- syncope
- onbegrepen dyspneu
- verdenking op cardiomyopathie
Wat beoordeelt de echocardiografie?
Linkerventrikelfunctie
De ejectiefractie (EF) geeft een indruk van de systolische functie. Een verlaagde EF wijst op systolisch hartfalen.
Diastolische functie
Bij klachten van hartfalen met een behouden EF kan diastolische disfunctie worden vastgesteld.
Klepafwijkingen
Echocardiografie beoordeelt:
- stenose (vernauwing)
- insufficiëntie (lekkage)
Wandbewegingen
Regionale wandbewegingsstoornissen kunnen wijzen op ischemie of doorgemaakt infarct.
Structuren en afwijkingen
- hypertrofie van de hartspier
- dilatatie van kamers
- pericardvocht
Interpretatie van de uitslag
Voor huisartsen is het van belang om de kern van de uitslag te herkennen:
- normale of verminderde systolische functie
- aanwezigheid van klepafwijkingen
- aanwijzingen voor druk- of volumebelasting
- tekenen van structurele hartziekte
De interpretatie gebeurt meestal door de cardioloog, maar de huisarts gebruikt de informatie voor verdere begeleiding.
Beperkingen van echocardiografie
- afhankelijk van beeldkwaliteit (bijvoorbeeld bij obesitas of longemfyseem)
- niet altijd geschikt voor detectie van coronairlijden zonder aanvullende testen
- interpretatie vereist ervaring
Bij specifieke vraagstellingen kan aanvullend onderzoek nodig zijn.
Rol in de huisartsenpraktijk
De huisarts gebruikt echocardiografie vooral:
- ter bevestiging van een klinische verdenking
- voor differentiatie tussen oorzaken van klachten
- voor het bepalen van vervolgbeleid
De uitslag kan invloed hebben op medicamenteuze behandeling, verwijzing en prognose-inschatting.
Wanneer verwijzen?
Verwijzing voor echocardiografie is aangewezen bij:
- vermoeden van hartfalen
- nieuwe of veranderde hartgeruisen
- onbegrepen dyspneu
- ritmestoornissen met mogelijke structurele oorzaak
Spoedverwijzing is nodig bij acute cardiale problematiek.
Praktische conclusie
Echocardiografie is een belangrijk diagnostisch hulpmiddel bij de evaluatie van cardiale aandoeningen. Het biedt inzicht in zowel structuur als functie van het hart.
Voor de huisarts is kennis van indicaties en globale interpretatie van belang om patiënten gericht te verwijzen en de uitslagen adequaat te gebruiken in het verdere beleid.


