De rol van de huisarts bij werkgerelateerde klachten

Bij ongeveer een derde van de patiënten die bij de huisarts komt, hebben de gezondheidsklachten te maken met het werk. Dat blijkt uit het proefschrift The role of GPs in work-related problems van wetenschapper én huisarts Kees de Kock.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Young man visits doctors office suffering with depression Newspaper (2015) Publikationsname / Publikationsnummer / E-Tag TT.MM.JJJJ (optional) Usage: e-learning (20180305) Usage: e-learning (20180305) Usage: Online (20190509) Usage: Online (20200928) *** Local Caption *** © Alexander Raths / Fotolia

 

 

In een interview met De eerstelijns laat huisarts Kees de Kock weten al twintig jaar geïnteresseerd te zijn in de mogelijke relatie tussen het werk van patiënten en de klachten waarmee zij zich presenteren bij de huisarts. Toch heeft ook hij werk als oorzaak van de problemen wel eens over het hoofd gezien. Als voorbeeld noemt hij een jonge man die vaak een longontsteking had. Uiteindelijk stelde zijn longarts vast dat arbeidsomstandigheden de oorzaak waren. De man was kok en hij stond vaak boven een grill en ademde dan ongezonde stoffen in. Dit voorval maakte De Kock nog eens duidelijk dat ‘arbeids-gerelateerd’ veel meer in het systeem van de huisarts zou moeten komen te zitten.

Training en educatie

In het promotieonderzoek naar werkgerelateerde problemen wilde De Kock achterhalen of huisartsen door training en educatie meer aandacht zouden krijgen voor het werk van patiënten. Noteerden de huisartsen vaker wat het beroep van patiënten was? Gingen ze meer gebruikmaken van de ICPC-code Z05 in het HIS over problemen met de werksituatie?

 

Onderzoek

Kees de Kock houd praktijk in Deurne. Na een pilot-focusgroep met collega’s uit Deurne heeft hij de huisartsen uit het adherentiegebied van het Elkerliek ziekenhuis benaderd met het verzoek deel te nemen aan focusgroepen over de aandacht voor werk en de rol die gender hierbij speelt. Uiteindelijk waren er drie focusgroepen met in totaal achttien huisartsen. Er bleek een gebrek aan kennis te zijn over wet- en regelgeving. Zo dachten veel huisartsen dat ze patiënten geen advies mochten geven over al dan niet gaan werken omdat ze dachten dat dat een zaak van de bedrijfsarts was. In de praktijk is het echter niet zo rigide; een huisarts mag iemand bijvoorbeeld best een korte time-out adviseren als mensen bijvoorbeeld overspannen zijn. Verder klaagden veel huisartsen over het HIS. Volgens hen was daar geen goede, duidelijke plek om informatie over het beroep te noteren.

Tweeëndertig huisartsen uit Zuidoost-Nederland maakten deel uit van het onderzoek. De ene helft kreeg training en educatie, de andere helft niet. De artsen uit de interventiegroep volgden een training van vijf uur: zij spraken over hun ervaringen met werkgerelateerde klachten in de spreekkamer (Hadden zij voorbeelden van good practices?) en volgden lezingen. Romy Steenbeek, destijds onderzoeker bij TNO, vertelde over de financiële schade die de samenleving lijdt door vermijdbaar arbeidsverzuim, Toine Lagro-Janssen, huisarts en hoogleraar Vrouwenstudies Medische Wetenschappen, gong in op de verschillende manieren waarop mannen en vrouwen omgaan met gezondheidsproblemen en Berend Terluin, onderzoeker aan het EMGO Institute for Health and Care Research, verzorgde een training over hoe je als huisarts kunt handelen bij overspannen mensen. Tot slot vertelde De Kock over dataverzameling en registratie bij werkgerelateerde klachten.

Resultaat

De Kock heeft geen significante verbetering kunnen aantonen als gevolg van de interventie. Wel was er een verdubbeling van het noteren van informatie over werk, maar daarvan was sprake in zowel de interventie- als de controlegroep. Ook het verschil in uitkomsten van het gebruik van de ICPC-code Z05 bij patiënten die wekelijks minstens twaalf uur betaald werk verrichtten was niet significant.

Andere uitkomstmaten

Aan de patiënten werd gevraagd of ze het mogelijk achten dat er een relatie is tussen het werk en de reden van het huisartsenbezoek? Een derde antwoordde bevestigend. Ook vonden bijna alle patiënten (93%) dat de huisarts op de hoogde diende te zijn van hun beroep en gaf 85% aan van hun huisarts advies te willen over wel of niet te kunnen gaan werken.

Holistisch

Veel huisartsen beoefenen hun beroep op een uitgesproken holistische manier en zijn gewend aandacht te besteden aan de context van de patiënt, bijvoorbeeld in de privésituatie. Maar op een of andere manier lijkt de werkcontext er bekaaid vanaf te komen. Volgens De Kock is dat jammer, omdat daar zoveel kansen liggen.

Kosteneffectiviteit

In de interventiegroep werd jaarlijks per gemiddelde patiënt 770 euro minder aan kosten gemaakt dan in de controlegroep. Dit verschil is evenmin significant en bovendien moeilijk te interpreteren vanwege een zeer grote spreiding: zowel verzuim als maatschappelijke kosten kenmerken zich door een zeer scheve verdeling. In de data bleek 20% van de patiënten 80% van de verzuimdagen voor hun rekening te nemen.

Nog meer op het bordje van de huisarts?

Waarom moet de huisarts óók nog werkgerelateerde klachten op zijn bordje hebben? Huisartsen hébben het al zo druk en het bord ligt al zo vol. Volgens De Kock kunnen vaak één of twee consulten volstaan voor een betere analyse van problemen en een grotere kans op duurzaam resultaat. Heb je als huisarts aarzelingen? De poh-ggz kan vaak worden ingezet bij werkgerelateerde klachten, eventueel na extra scholing. Dan moet er wel meer ruimte komen voor inzet van de poh-ggz. Die heeft ook de mogelijkheid meer tijd te investeren, zodat meer recht gedaan kan worden aan de vaak zeer complexe problematiek.

Synergie tussen bedrijfsarts en huisarts

Werkgerelateerde klachten zijn een té belangrijk onderwerp en vermijdbaar verzuim leidt tot té hoge kosten om te zeggen dat het geen taak is voor de huisarts. Wel moet deze taak aantrekkelijker worden gemaakt voor de huisarts. De Kock pleit voor veel meer synergie tussen bedrijfsarts en huisarts. Momenteel is er niet of nauwelijks sprake van samenwerking. In de huidige situatie is het bijna uitzonderlijk dat huisarts en bedrijfsarts elkaar spreken. Dit draagt er dikwijls aan bij dat de bedrijfsarts pas in beeld komt wanneer er al veel schade is. Bedrijfsartsen en huisartsen zouden samen meer kunnen doen aan preventie. De Kock denkt onder meer aan een soort samenwerkingsvorm als tussen de huisarts en medisch specialist; dat huisartsen bijvoorbeeld via ZorgDomein de bedrijfsarts van een patiënt kan vinden om een signaal af te geven. Het moet veel normaler worden dat de huisarts en bedrijfsarts de koppen bij elkaar steken. Dit is ook van belang om tegenstrijdige adviezen te voorkomen.”

Stimulatie

In het vorige decennium zijn huisartsen met de zogeheten variabiliseringsgelden aangemoedigd hun EPD op orde te hebben. Ze kregen een bescheiden bedrag als ze de juiste ICPC-code invoerden voor een patiënt. Op dezelfde wijze zou kunnen worden gestimuleerd dat huisartsen  meer aan werkgerelateerde problemen denken en gebruikmaken van ICPC-code Z05 in het HIS.

Ga voor meer informatie naar het proefschrift van De Kock The role of GPs in work-related problems >>

Video

Beluister het interview met Kees de Kock (video) op NOS Radio 1 Journaal.
Lees ook het interview mer De Kock Als je werk je gezondheid aantast: ‘Huisartsen vragen niet genoeg door op NU.nl.

Bron: NOS Radio 1 Journaal / De Eerstelijns
Beeld: © Alexander Raths / Fotolia