Na een infectie met het influenzavirus ontstaat bij een deel van de patiënten een verhoogd risico op een secundaire bacteriële longontsteking. Dit fenomeen draagt aanzienlijk bij aan ziekte en sterfte tijdens grieppandemieën. Recent onderzoek van Georgia State University, gepubliceerd in Science Immunology, onderzoekt of darmbacteriën hierbij een rol spelen. De studie richtte zich op de vraag of verschillen in het darmmicrobioom de vatbaarheid voor bacteriële complicaties na influenza kunnen beïnvloeden.
Onderzoeksopzet en doelstelling
Invloed van het darmmicrobioom
De onderzoekers bestudeerden muizen met en zonder aanwezigheid van zogenoemde segmented filamentous bacteria (SFB), een bacteriesoort die bij sommige zoogdieren in de darm voorkomt. Het doel was te bepalen of deze bacterie invloed heeft op het ontstaan van secundaire bacteriële infecties na een primaire infectie met influenza A.
Geteste bacteriële verwekkers
Na infectie met het influenzavirus werden de muizen blootgesteld aan veelvoorkomende respiratoire bacteriële pathogenen:
- Streptococcus pneumoniae
- Haemophilus influenzae
- Staphylococcus aureus
Deze bacteriën zijn bekende veroorzakers van ernstige longontsteking, met name in de periode na een virale luchtweginfectie.
Belangrijkste bevindingen
Beschermend effect van SFB
Muizen met SFB in de darm bleken aanzienlijk beter beschermd tegen secundaire bacteriële longontsteking dan muizen zonder deze bacterie. De infecties verliepen minder ernstig en de overleving was hoger. Dit wijst erop dat de samenstelling van het darmmicrobioom invloed kan hebben op het beloop van post-influenza complicaties.
Rol van alveolaire macrofagen
De bescherming bleek samen te hangen met alveolaire macrofagen, immuuncellen in de longen die een centrale rol spelen in de afweer tegen bacteriën. Na een influenza-infectie raken deze cellen doorgaans verminderd functioneel. In aanwezigheid van SFB bleven de alveolaire macrofagen echter beter functioneren.
Opvallend is dat SFB uitsluitend in de darm voorkomt en geen direct contact heeft met de longen. Toch leidde de aanwezigheid van deze bacterie tot epigenetische veranderingen in de alveolaire macrofagen, waardoor zij minder gevoelig waren voor functieverlies door het influenzavirus.
Klinische relevantie en toekomstperspectief
Voor de huisartsenpraktijk onderstrepen deze bevindingen het toenemende belang van het darmmicrobioom bij infectieziekten buiten het maag-darmkanaal. Hoewel het hier gaat om dierexperimenteel onderzoek, suggereren de resultaten dat individuele verschillen in darmflora mede kunnen bepalen wie een ernstige bacteriële complicatie ontwikkelt na influenza.
De onderzoekers geven aan dat verdere studie nodig is om te onderzoeken of dit mechanisme ook bij mensen speelt en of het in de toekomst mogelijk is om deze interactie therapeutisch te benutten. Dit zou kunnen leiden tot nieuwe benaderingen ter vermindering van complicaties bij virale luchtweginfecties, aanvullend op bestaande preventieve en ondersteunende maatregelen.





