
Type 2 diabetes (T2D) wordt traditioneel in verband gebracht met factoren zoals BMI, buikomvang en lichamelijke activiteit. Recent onderzoek gepresenteerd tijdens de Radiological Society of North America 2025 jaarlijkse bijeenkomst suggereert dat ook de vorm van skeletspieren aanvullende informatie kan geven over metabole gezondheid. Een grote MRI-studie uit het Verenigd Koninkrijk richtte zich op de gluteus maximus en laat zien dat veranderingen in spiermorfologie samenhangen met het risico op T2D, waarbij mannen en vrouwen verschillende patronen vertonen.
Onderzoek naar de gluteus maximus
Opzet en databron
Onderzoekers analyseerden gegevens van 61.290 MRI-scans uit de UK Biobank. Deze beeldvorming werd gekoppeld aan lichaamsmetingen, demografische gegevens, biomarkers, medische voorgeschiedenis en leefstijlfactoren. Het doel was om sekse-specifieke verschillen in de vorm van de gluteus maximus te onderzoeken en deze te relateren aan T2D.
Analyse van spiermorfologie
De vorm van de gluteus maximus werd beoordeeld met behulp van zogenoemde surface-to-surface (S2S) analyse. Hierbij wordt de spier vergeleken met een referentiemodel voor mannen en vrouwen. Positieve afwijkingen wijzen op lokale toename van volume, negatieve afwijkingen op afname of atrofie. Deze methode wordt vaker toegepast bij de beoordeling van inwendige organen, maar minder bij skeletspieren.
Relatie tussen bilvorm en gezondheid
Algemene bevindingen
Een rondere gluteus maximus hing samen met een hogere BMI, meer alcoholgebruik, meer lichamelijke activiteit en een grotere knijpkracht. Personen met een vlakkere bilspier waren gemiddeld ouder, kwetsbaarder, hadden vaker osteoporose en brachten meer tijd zittend door. Deze verbanden waren statistisch significant.
Verschillen tussen mannen en vrouwen
Bij mannen bleek T2D samen te gaan met een vlakkere gluteus maximus. De mediane S2S-afwijking was negatief, wat wijst op spierafname. Bij vrouwen werd juist een positieve afwijking gevonden: de spier vertoonde een naar buiten gerichte verandering, passend bij vetstapeling binnen de spier. Deze tegengestelde patronen onderstrepen dat dezelfde ziekte zich op verschillende manieren kan uiten in het spierweefsel.
Klinische interpretatie
Spiergezondheid en diabetes
De onderzoekers zagen dat personen met een grotere gluteus maximus bij aanvang een lager toekomstig risico hadden op het ontwikkelen van T2D, onafhankelijk van leeftijd, BMI, taille-heupratio en leefstijl. Daarnaast waren een betere fysieke conditie en hogere knijpkracht geassocieerd met een rondere spier, terwijl ouderdom, kwetsbaarheid en langdurig zitten samenhingen met lokale spierafname.
Betekenis voor de huisartsenpraktijk
Hoewel MRI-gebaseerde vormanalyse niet toepasbaar is in de dagelijkse praktijk, benadrukt dit onderzoek dat spierkwaliteit meer omvat dan alleen spiermassa. Alleen sturen op gewicht, BMI of vetpercentage geeft geen volledig beeld van de spiergezondheid bij patiënten met of met risico op T2D. Combinaties van lichaamscompositiemetingen, krachtmetingen en functionele testen kunnen helpen om minder zichtbare spierveranderingen eerder te herkennen.
Beperkingen en vervolgonderzoek
De studie is gebaseerd op een eenmalige meting, waardoor geen uitspraken kunnen worden gedaan over oorzaak en gevolg. Daarnaast is MRI-beeldvorming kostbaar en selectief, wat de generaliseerbaarheid kan beperken. Toekomstige herhaalde scans binnen de UK Biobank, gepland tot 2030, bieden de mogelijkheid om veranderingen in spiermorfologie over de tijd te volgen. Verdere studies in diverse populaties zijn nodig om deze bevindingen te bevestigen en te vertalen naar eenvoudiger toepasbare markers.
Tot slot
Dit grootschalige MRI-onderzoek laat zien dat de vorm van de gluteus maximus samenhangt met het risico op type 2 diabetes, met duidelijke verschillen tussen mannen en vrouwen. Voor huisartsen onderstreept dit het belang van aandacht voor spiergezondheid naast klassieke risicofactoren. Het behoud van spiermassa en spierfunctie verdient een vaste plaats in de begeleiding van patiënten met (risico op) T2D, onder meer door het stimuleren van krachtgerichte beweging.




