Bijtwonden

De beet van een zoogdier, met inbegrip van de mens, brengt micro-organismen uit het gebit in het slachtoffer. Honden veroorzaken door hun wijze van bijten en de anatomie van hun gebit vooral scheurwonden en kneuzingen (crushletsel); katten veroorzaken diep penetrerende wondjes.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Kernpunten

  • Adequate wondbehandeling is een basisvoorwaarde voor de genezing van een bijtwond.
  • Een kattenbeet heeft een groter infectierisico dan een hondenbeet.
  • Profylaxe met antibiotica is aangewezen bij elke beet in het gelaat, polshand, been of voet.
  • Amoxicilline/clavulaanzuur is het antibioticum van eerste keus, ter preventie en ter behandeling van infecties.
  • Bij een beet door een vleermuis is postexpositievaccinatie tegen rabies binnen 48 uur altijd geïndiceerd.
  • Controleer bij iedere bijtwond de vaccinatiestatus tegen tetanus

Definitie

De beet van een zoogdier, met inbegrip van de mens, brengt micro-organismen uit het gebit in het slachtoffer. Honden veroorzaken door hun wijze van bijten en de anatomie van hun gebit vooral scheurwonden en kneuzingen (crushletsel); katten veroorzaken diep penetrerende wondjes.

Etiologie/pathogenese

In een bijtwond treft men gemiddeld drie verschillende soorten micro-organismen aan. Vaak gaat het om vergroenende streptokokken, Staphylococcus aureus, Pasteurella multocida en Capnocytophaga canimorsus. Grillige en diepe bijtwonden vormen een ideale voedingsbodem voor deze micro-organismen. Een verwonding door krabben geeft minder risico op infectie dan door bijten. Naast het krabben kan ook de beet van een kat, en soms ook van een hond, de kattenkrabziekte veroorzaken. Hierbij ontstaat proximaal van de krab of beet een regionale lymfadenopathie met microabcessen, waaruit Rochalimaea henselae (een Rickettsia-soort) gekweekt wordt.

Differentiaaldiagnose

Er is geen differentiaaldiagnose van een bijtwond.

Anamnese

De huisarts vraagt:

  • naar de veroorzaker van de bijtwond;
  • of het dier ziek was toen het beet;
  • of het gedrag, zich uitend in het bijten, voorspelbaar was;
  • of de patiënt een risicopatiënt is (asplenie, diabetes, immunosuppressiva);
  • of de patiënt een hartklepgebrek heeft;
  • of de patiënt een kunstgewricht heeft.

Beleid

Antibiotische profylaxe is aangewezen bij:

  • mensenbeet of kattenbeet;
  • bijtwonden aan hand, pols, been of voet;
  • alle diepe prikbeten die niet afdoende te reinigen zijn; alle kneus-bijtwonden waarbij beschadigd weefsel moeilijk te verwijderen is (zoals bij paardenbeet);
  • patiënten zonder (functionerende) milt;
  • patiënten met een verhoogd risico op endocarditis;
  • patiënten met een kunstgewricht;
  • patiënten met een verminderde weerstand (zoals diabetes, gebruik van immunosuppressiva).

 

Lees meer over deze kwaal (onderzoek, beleid, verwijzing en preventie en voorlichting) in Kleine Kwalen Online >>
Lees ook in Kleine Kwalen Online: Honden – en kattenbeet >>

Kleine Kwalen Online bevat diagnostiek en behandeling van ruim 400 veelvoorkomende kleine kwalen in de huisartsenpraktijk. Meer informatie over de toegang >>

Tekst en beeld: Kleine Kwalen Online