Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Bekkenbodemdysfunctie bij vrouwen

fediverbeek
Overzicht voor de huisarts van bekkenbodemdysfunctie bij vrouwen: prevalentie van urine-incontinentie, fecale incontinentie, prolaps en bekkenpijn, risicofactoren (leeftijd, BMI, menopauze, vaginale/kunstverlossing, macrosomie, gastro-intestinale aandoeningen) en praktische stappen voor anamnese, onderzoek, behandeling en verwijzing.

Bekkenbodemdysfunctie: wat valt eronder?

Bekkenbodemdysfunctie is een verzamelterm voor klachten die ontstaan door een verstoring in de functie van spieren, fascia en ligamenten van de bekkenbodem. Bij vrouwen gaat het in de praktijk vooral om vier klachtgroepen:

  • Urine-incontinentie (stress-, urge- of gemengd beeld)
  • Fecale incontinentie (ontlastings- of windverlies)
  • Bekkenorgaanprolaps (subjectief “uitstulpen” of “iets dat naar buiten komt”)
  • Pijn of discomfort in onderbuik/genitaalgebied (bekken-/perineale pijnklachten)

De bekkenbodem speelt een rol bij continentie, mictie en defecatie, ondersteuning van de bekkenorganen en seksualiteit. Klachten worden niet altijd spontaan gemeld; schaamte, normalisering (“hoort bij leeftijd/na bevalling”) en gebrek aan herkenning spelen mee. Dat maakt actieve signalering in de huisartsenpraktijk relevant.

 

Prevalentie volgens Spaans observationeel onderzoek (2021–2022)

In een observationele studie onder 1.446 niet-zwangere vrouwen in Spanje (dataverzameling in 2021 en 2022) werd met de PFDI-20-vragenlijst de aanwezigheid en hinder van bekkenbodemklachten geïnventariseerd. De belangrijkste uitkomsten:

Urine-incontinentie komt het meest voor

  • 55,8% rapporteerde urine-incontinentie.
  • Klachten bij hoesten/niezen/lachen werden niet alleen vaak genoemd, maar gaven gemiddeld ook relatief veel hinder.

Fecale incontinentie is minder frequent, maar niet zeldzaam

  • 10,4% rapporteerde fecale incontinentie (met name verlies bij losse/vloeibare ontlasting kwam vaker voor dan verlies van gevormde ontlasting).

Symptomen passend bij prolaps

  • 14,0% gaf aan een zichtbaar of voelbaar “uitpuilen” of “iets dat naar buiten komt” in het vaginale gebied te ervaren (symptomatische prolaps).

Pijn/discomfort in onderbuik of genitaal gebied

  • 18,7% rapporteerde pijn of discomfort in de onderbuik of genitale regio.

Voor de huisarts betekenen deze cijfers vooral: ook buiten zwangerschap en kraambed zijn bekkenbodemklachten veelvoorkomend, en vaak in combinaties met andere domeinen (urologisch, gastro-intestinaal, gynaecologisch, musculoskeletaal).

 

Risicofactoren die in de huisartsenpraktijk helpen bij herkenning

De studie analyseerde welke factoren samenhangen met een hogere kans op de verschillende klachtgroepen. Daarbij werden zowel bivariate als multivariate analyses gebruikt. Hieronder de klinisch bruikbare verbanden, vertaald naar consultniveau.

 

Factoren geassocieerd met urine-incontinentie

Leeftijd en BMI

Een hogere leeftijd en een hogere BMI hingen samen met meer urine-incontinentie. In de praktijk zijn dit laagdrempelige aanknopingspunten om gericht te screenen, zeker als de patiënt ook mictieklachten, recidiverende UWI’s of functionele beperkingen meldt.

 

Menopauzestatus

Postmenopauzale vrouwen hadden een grotere kans op urine-incontinentie dan premenopauzale vrouwen. Dat vraagt bij klachten rond het climacterium om een bredere anamnese (mictie, prolapsensaties, seksuele klachten, vaginale droogheid).

 

Obstetrische voorgeschiedenis: vaginale partus

Vrouwen met één of meerdere vaginale bevallingen hadden een hogere kans op urine-incontinentie dan vrouwen zonder vaginale bevalling. Dit ondersteunt de praktijkervaring dat pariteit en baringsmechanisme relevant zijn voor het risico, ook op latere leeftijd.

 

Gastro-intestinale aandoeningen

De aanwezigheid van een gastro-intestinale aandoening was geassocieerd met urine-incontinentie. In het consult is het daarom zinvol om bij mictieproblematiek ook te vragen naar obstipatie, prikkelbaredarmsymptomen, chronisch persen en andere darmklachten.

 

Factoren geassocieerd met fecale incontinentie

Leeftijd en BMI

Ook fecale incontinentie nam toe met hogere leeftijd en BMI. Bij ouderen met polyfarmacie, verminderde mobiliteit of cognitieve problemen verdient het onderwerp extra aandacht, omdat fecale incontinentie vaak pas laat wordt genoemd.

 

Instrumentele vaginale bevalling

Een kunstverlossing (instrumenteel) hing samen met een grotere kans op fecale incontinentie. Dit past bij het idee dat sfincter- en zenuwletsel (soms onopgemerkt) later klachten kan geven. Een gerichte obstetrische anamnese is dus zinvol, ook jaren na de bevalling.

 

Gastro-intestinale aandoeningen

Gastro-intestinale pathologie was duidelijk geassocieerd met fecale incontinentie. Denk in de praktijk aan diarree-episodes, inflammatoire darmziekte, eerdere darmchirurgie, maar ook aan chronische obstipatie met overloopdiarree.

 

Factoren geassocieerd met prolapsklachten

Aantal vaginale bevallingen

Zowel één als twee of meer vaginale bevallingen hingen samen met een grotere kans op symptomatische prolaps. Bij klachten over “druk”, “zwaar gevoel”, “balgevoel” of mictie-/defecatieproblemen loont het om expliciet naar dit symptoom te vragen.

 

Instrumentele bevalling en macrosomie

Instrumentele partus en een voorgeschiedenis van foetale macrosomie (≥ 4000 g in de aangehaalde context) waren geassocieerd met prolapsklachten. Dit zijn concrete risicomarkers in de voorgeschiedenis die de drempel verlagen voor lichamelijk onderzoek of gerichte vragenlijsten.

 

Gastro-intestinale aandoeningen

Ook hier was een gastro-intestinale aandoening geassocieerd met prolaps. Chronische obstipatie en persen kunnen bijdragen aan klachten en recidief na therapie; dat maakt behandeling van defecatiepatronen onderdeel van het plan.

 

Factoren geassocieerd met bekkenpijn

BMI, instrumentele bevalling en macrosomie

Bekkenpijn/discomfort hing samen met hogere BMI, instrumentele bevalling en macrosomie. Bij pijnklachten is brede differentiaaldiagnostiek nodig (gynaecologisch, urologisch, gastro-intestinaal, musculoskeletaal, neuropathisch), maar deze factoren kunnen helpen om bekkenbodemoverbelasting of -hypertonie eerder mee te nemen.

 

Gastro-intestinale aandoeningen

Ook bij pijnklachten werd een verband gezien met gastro-intestinale pathologie. Vraag daarom naar relatie met defecatie, opgeblazen gevoel, buikpijnpatronen en dieetfactoren, zonder te snel te somatiseren.

 

Anamnese in de huisartsenpraktijk: praktisch en doelgericht

Start met normaliserende, concrete vragen

Veel patiënten brengen het onderwerp niet vanzelf ter sprake. Een korte, normale openingszin helpt, bijvoorbeeld:

  • “Veel vrouwen hebben weleens last van urineverlies of een zwaar gevoel in de onderbuik. Merkt u daar iets van?”

Kernpunten in de anamnese

  • Klachtprofiel: stress/urge, frequentie, nocturie, urgency, loze aandrang, nadruppelen
  • Defecatie: obstipatie, diarree, urgentie, windverlies, gevoel van onvolledige lediging, manuele ondersteuning
  • Prolapsensaties: “balgevoel”, zichtbare uitstulping, verergering bij staan/tillen
  • Pijn: locatie, duur, relatie met cyclus, mictie, defecatie, gemeenschap
  • Obstetrie: aantal vaginale partus, kunstverlossing, rupturen, macrosomie
  • Medische voorgeschiedenis: met nadruk op gastro-intestinale aandoeningen, urologische problematiek
  • Leefstijl/habitus: BMI, hoestklachten, zwaar tillen, sportbelasting, toiletgedrag (persen)

Gebruik van vragenlijsten

De PFDI-20 is een voorbeeld van een instrument om klachtenbreedte en hinder te objectiveren. In de eerste lijn kan ook een kortere, praktijkgerichte inventarisatie volstaan, maar systematiek helpt bij follow-up en verwijzing.

 

Lichamelijk onderzoek en aanvullende diagnostiek

Onderzoek in de eerste lijn

  • Inspectie en palpatie bij buik-/bekkenpijn (met aandacht voor spierpijn, littekens, triggerpoints)
  • Indien passend en met toestemming: uitwendig en eventueel inwendig onderzoek om prolaps te beoordelen en bekkenbodemspanning te exploreren
  • Urineonderzoek bij mictieklachten (UWI uitsluiten/onderbouwen)
  • Overweeg medicatie-anamnese (diuretica, laxantia, middelen die obstipatie of diarree beïnvloeden)

Wanneer verder denken dan bekkenbodem

Alarm- of verwijssignalen hangen af van het klachtenbeeld, maar denk aan: onverklaard bloedverlies, verdenking maligniteit, ernstige mictieretentie, neurologische uitval, forse pijn met systemische symptomen, of snel progressieve prolapsklachten.

 

Behandeling in de huisartsenpraktijk: wat kan direct?

Niet-medicamenteuze aanpak

  • Bekkenfysiotherapie: vaak eerste keus bij stressincontinentie, prolapsklachten en ook bij een deel van pijnsyndromen (zeker bij hypertonie of coördinatieproblemen).
  • Gewichtsreductie bij verhoogde BMI kan klachten beïnvloeden en past bij meerdere uitkomstmaten uit het onderzoek.
  • Aanpak obstipatie/diarree: normaliseren van stoelgang, verminderen van persen, evaluatie van laxantia of dieetfactoren.
  • Toiletadviezen: houding, tijd nemen, vermijden van persen, ritme.

Medicamenteus (gericht en terughoudend)

De medicamenteuze opties hangen af van type incontinentie (stress versus urge) en comorbiditeit. In het kader van dit artikel staat vooral de herkenning en triage centraal; medicatie vraagt individuele afweging, interactiecheck en evaluatie van bijwerkingen (bijv. effect op obstipatie).

 

Verwijzen en samenwerken: wanneer is het passend?

Indicaties voor verwijzing

  • Persisterende of ernstige klachten ondanks eerste-lijnsaanpak
  • Verdenking of duidelijke symptomatische prolaps waarvoor hulpmiddelen of chirurgie besproken moet worden
  • Fecale incontinentie met verdenking sfincterschade, complexe defecatiestoornis of relevante gastro-intestinale pathologie
  • Bekkenpijn met complexe differentiaaldiagnose of onvoldoende effect van eerste interventies

Naar wie?

  • Bekkenfysiotherapeut (vaak laagdrempelig)
  • Gynaecoloog/uroloog bij prolaps of complexe urogynaecologische problematiek
  • MDL-arts bij fecale incontinentie met diarreeproblematiek, inflammatoire verdenking of refractaire obstipatie
  • Multidisciplinair bij gecombineerde klachten (bijv. bekkenbodemteam)

Veelgestelde vragen

1) Wanneer is het zinvol om actief te screenen op bekkenbodemklachten?

Actieve screening is zinvol bij vrouwen met risicofactoren zoals hogere leeftijd, verhoogde BMI, postmenopauzestatus, voorgeschiedenis van vaginale bevallingen (zeker instrumenteel) en bij gastro-intestinale aandoeningen of chronische obstipatie/diarree. In zulke consulten kan een korte set gerichte vragen veel opleveren, juist omdat patiënten klachten vaak niet spontaan benoemen.

 

2) Welke onderdelen van de obstetrische anamnese zijn het meest informatief?

Vraag minimaal naar het aantal vaginale bevallingen, kunstverlossing, en een voorgeschiedenis van macrosomie. Deze factoren hingen in de beschreven studie samen met respectievelijk urine-incontinentie en prolaps (vaginale partus), fecale incontinentie/prolaps/bekkenpijn (instrumenteel), en prolaps/bekkenpijn (macrosomie). Dat helpt om het risico in te schatten en om de keuze voor onderzoek of verwijzing te onderbouwen.

3) Hoe weeg ik gastro-intestinale klachten mee bij bekkenbodemdysfunctie?

Gastro-intestinale pathologie was in het onderzoek geassocieerd met alle vier de klachtgroepen. Praktisch betekent dit: bij urineverlies, prolapsensatie, fecale incontinentie of bekkenpijn hoort standaard een korte darm-anamnese (obstipatie, diarree, persen, urgency, incomplete lediging). Het behandelplan wordt vaak beter als stoelgang en toiletgedrag tegelijk worden aangepakt, en het helpt om te bepalen of parallelle evaluatie door MDL of bekkenfysiotherapie nodig is.