
Veranderingen in bewustzijn bij de ziekte van Alzheimer
Bij de ziekte van Alzheimer (AD) neemt het bewust functioneren geleidelijk af. In de vroege fase, vaak aangeduid als mild cognitive impairment, zijn hogere cognitieve functies zoals aandacht, werkgeheugen en episodisch geheugen al aangedaan. Naarmate de ziekte vordert richting matige en ernstige dementie, verminderen ook complexere vormen van bewustzijn, terwijl basale zintuiglijke waarneming relatief intact blijft.
Opvallend is dat sommige onbewuste processen langer behouden blijven. Vaardigheden die steunen op procedureel geheugen, zoals dagelijkse routines en aangeleerde handelingen, blijven vaak beschikbaar. Dit verklaart waarom patiënten thuis nog functioneren volgens vaste patronen, maar buitenshuis sneller gedesoriënteerd raken wanneer deze routines niet toepasbaar zijn.
Hersencomplexiteit als maat voor bewust functioneren
Wat is de PCI-ST?
Een manier om hersencomplexiteit te meten is via de perturbation complexity index – state transitions (PCI-ST). Deze maat wordt berekend door elektro-encefalografische (EEG) signalen te analyseren na een korte puls van transcraniële magnetische stimulatie (TMS). De PCI-ST is eerder gebruikt om onderscheid te maken tussen coma en minimale bewustzijnstoestanden.
Toepassing bij Alzheimer
In een recente studie, gepubliceerd in Neuroscience of Consciousness, is onderzocht of deze methode ook toepasbaar is bij mensen met Alzheimer. De onderzoekers wilden nagaan of PCI-ST veranderingen in bewust cognitief functioneren bij AD kan weerspiegelen.
Belangrijkste bevindingen uit het onderzoek
Onderzoekers van de Boston University Chobanian & Avedisian School of Medicine vergeleken 28 patiënten met Alzheimer met 27 gezonde leeftijdsgenoten. Cognitieve prestaties en ziektestadium werden in kaart gebracht, waarna TMS-EEG-metingen plaatsvonden ter hoogte van de motorische en pariëtale cortex.
Bij patiënten met Alzheimer werd een duidelijk lagere PCI-ST gevonden dan bij de controlegroep. Dit gold voor beide stimulatiegebieden. De resultaten wijzen erop dat een lagere hersencomplexiteit samenhangt met beperkingen in bewust cognitief functioneren en dagelijks functioneren bij AD.
Volgens neuroloog Andrew Budson, senior auteur van de studie, verklaart dit waarom patiënten ondanks geheugenproblemen nog kunnen terugvallen op aangeleerde routines, maar moeite krijgen met nieuwe of veranderende situaties.
Betekenis voor onderzoek en dagelijkse zorg
Inzicht in ziekteprogressie
De bevindingen bieden aanknopingspunten om het verloop van corticale dementieën beter te volgen. Door veranderingen in hersencomplexiteit te koppelen aan klinische symptomen kan meer inzicht ontstaan in de relatie tussen hersenschade en bewust functioneren.
Aansluiting bij behandeling en begeleiding
Promovenda Brenna Hagan benadrukt dat bestaande medicamenteuze behandelingen, zoals donepezil en memantine, invloed hebben op neurotransmitters die betrokken zijn bij bewust functioneren. Daarnaast kunnen niet-medicamenteuze interventies inspelen op relatief behouden procedureel geheugen, bijvoorbeeld door het versterken van vaste gewoonten en dagstructuren.
Voor de huisarts kan deze kennis bijdragen aan een beter begrip van gedrag en functioneren van patiënten met Alzheimer, en aan gerichtere begeleiding van zowel patiënt als mantelzorger.
Tot slot
Metingen van hersencomplexiteit via TMS en EEG laten zien dat het bewust functioneren bij de ziekte van Alzheimer aantoonbaar verandert. Hoewel deze techniek nog vooral in onderzoeksverband wordt toegepast, biedt zij waardevolle inzichten die op termijn relevant kunnen zijn voor diagnostiek, monitoring en begeleiding binnen de eerstelijnszorg.




