Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Vroege verwijdering van ovaria geassocieerd met verhoogd risico op Alzheimer

fediverbeek
Studie laat zien dat hormoonverlies op jonge leeftijd samenhangt met Alzheimer-risico, met mogelijke beschermende rol van hormoontherapie.
Unsplash

Nieuw onderzoek laat zien dat vrouwen bij wie beide eierstokken vóór het 50e levensjaar zijn verwijderd, een verhoogd risico hebben op het ontwikkelen van de ziekte van Alzheimer op latere leeftijd. Dit risico lijkt vooral uitgesproken bij aanwezigheid van een specifieke genetische variant, het APOE4-allel.

 

Samenspel van hormonale en genetische factoren

De studie, gebaseerd op gegevens uit een grote populatiecohort, richtte zich op de rol van vroege daling van oestrogeen in relatie tot cognitieve achteruitgang. Vrouwen die een bilaterale ovariëctomie ondergingen rond het begin van de veertig, hadden een aanzienlijk hogere kans op Alzheimer vergeleken met vrouwen die een natuurlijke menopauze doormaakten.

De onderzoekers wijzen op een mogelijk versterkend effect tussen het verlies van endogeen oestradiol en de aanwezigheid van APOE4. Deze genetische variant staat al bekend als risicofactor voor Alzheimer, maar lijkt bij vrouwen een sterkere impact te hebben dan bij mannen.

 

Beschermende factoren

Naast risicofactoren werden ook factoren geïdentificeerd die mogelijk een beschermende rol spelen. Een hoger opleidingsniveau bleek samen te hangen met een lagere kans op het ontwikkelen van Alzheimer, wat aansluit bij het concept van cognitieve reserve.

Opvallend was daarnaast een verband tussen body mass index (BMI) en het risico op Alzheimer, specifiek bij vrouwen met vroege ovariëctomie. Een hogere BMI ging in deze groep gepaard met een licht verlaagd risico. Een mogelijke verklaring is dat vetweefsel oestrogene stoffen produceert die, bij afwezigheid van oestradiol, een compenserend effect kunnen hebben.

 

Rol van hormoontherapie

Een belangrijk resultaat uit de studie is dat hormoontherapie geassocieerd was met een lager risico op Alzheimer bij vrouwen die op jonge leeftijd hun ovaria hadden laten verwijderen. Vrouwen die ooit hormoontherapie gebruikten, hadden een duidelijk lagere kans op het ontwikkelen van de aandoening dan vrouwen zonder hormoontherapie.

Dit effect werd niet gezien bij vrouwen die een natuurlijke menopauze doormaakten. Mogelijk speelt het tijdstip van oestrogeendaling hierbij een rol, aangezien vrouwen met een ovariëctomie gemiddeld eerder in de menopauze komen.

 

Betekenis van de bevindingen

De resultaten dragen bij aan het inzicht waarom de ziekte van Alzheimer vaker voorkomt bij vrouwen dan bij mannen. Ze suggereren dat gebeurtenissen eerder in het leven, zoals chirurgisch geïnduceerde menopauze, van invloed kunnen zijn op het latere risico.

Daarnaast onderstrepen de bevindingen dat zowel genetische factoren als hormonale veranderingen een rol spelen, en dat er mogelijk aanknopingspunten zijn voor risicoreductie.

 

Kanttekeningen

Het betreft een observationele studie, waardoor geen directe causale verbanden kunnen worden vastgesteld. Verdere studies zijn nodig om de gevonden associaties te bevestigen en om beter te begrijpen welke factoren daadwerkelijk beschermend werken.

 

Tot slot

Vrouwen die op jonge leeftijd een bilaterale ovariëctomie ondergaan, vormen mogelijk een specifieke risicogroep voor de ziekte van Alzheimer, met name bij aanwezigheid van APOE4. Tegelijkertijd wijzen de resultaten op factoren die samenhangen met een lager risico, waaronder hormoontherapie en cognitieve reserve.