Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Vrouwen en mannen verschillen in risico op hart-, nier- en stofwisselingsziekten

fediverbeek
Nieuwe inzichten laten zien dat geslacht een belangrijke rol speelt bij het ontstaan van cardiovasculaire, nier- en metabole aandoeningen. Wat betekent dit voor de huisarts?
Unsplash

Een bredere kijk op cardiometabole gezondheid

Hart- en vaatziekten, diabetes type 2, obesitas en chronische nierschade worden steeds vaker gezien als onderdelen van één samenhangend ziekteproces. Dit wordt internationaal aangeduid als het cardiovasculair-nier-metabool syndroom (CKM-syndroom). Binnen dit concept staat de wisselwerking centraal tussen overgewicht, metabole ontregeling, nierschade en cardiovasculaire aandoeningen.

Een recente overzichtsstudie laat zien dat mannen en vrouwen niet alleen verschillen in het vóórkomen van deze aandoeningen, maar ook in de manier waarop risicofactoren zich ontwikkelen en welke gevolgen zij hebben voor de gezondheid.

 

Geslacht speelt een grotere rol dan vaak wordt gedacht

Hoewel richtlijnen voor cardiovasculair risicomanagement grotendeels dezelfde zijn voor mannen en vrouwen, blijken biologische en hormonale verschillen een belangrijke invloed te hebben op het ziekteverloop. Zo hebben vrouwen vóór de menopauze doorgaans een gunstiger vetverdeling en lijken zij gedeeltelijk beschermd tegen bepaalde metabole aandoeningen. Na de menopauze neemt deze bescherming echter af en verschuift de vetopslag meer naar de buikregio, wat gepaard gaat met een stijgend cardiometabool risico.

Ook bij mannen spelen hormonale veranderingen een rol. Een geleidelijke afname van testosteron op latere leeftijd wordt in verband gebracht met meer visceraal vet, insulineresistentie en een hoger cardiovasculair risico.

 

Zwangerschap als vroege risicomarker

Voor huisartsen is vooral de relatie tussen zwangerschap en latere gezondheid relevant. Complicaties zoals zwangerschapsdiabetes, pre-eclampsie en foetale groeivertraging blijken niet alleen van belang tijdens de zwangerschap zelf, maar voorspellen ook een verhoogd risico op cardiovasculaire en metabole aandoeningen op latere leeftijd.

Steeds meer onderzoekers beschouwen een zwangerschap daarom als een natuurlijke ‘stresstest’ voor het cardiovasculaire en metabole systeem. Complicaties kunnen wijzen op een onderliggende kwetsbaarheid die zich jaren later manifesteert als hypertensie, diabetes of hart- en vaatziekten.

 

PCOS als vroeg waarschuwingssignaal

Ook polycysteus-ovariumsyndroom (PCOS) krijgt in het onderzoek veel aandacht. Vrouwen met PCOS hebben vaker insulineresistentie, dyslipidemie, hypertensie en diabetes type 2. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat zij een verhoogd risico hebben op cardiovasculaire aandoeningen op latere leeftijd.

Voor de huisarts kan PCOS daarom worden gezien als meer dan een reproductieve aandoening. Het biedt een kans om vroegtijdig aandacht te besteden aan leefstijl, gewicht, bloeddruk en metabole risicofactoren.

 

Hartgezondheid en hersengezondheid zijn met elkaar verbonden

Een opvallende ontwikkeling is de toenemende aandacht voor de relatie tussen cardiometabole gezondheid en cognitieve achteruitgang. Diabetes, obesitas, hypertensie en chronische nierschade worden steeds vaker in verband gebracht met een verhoogd risico op dementie, cognitieve achteruitgang en psychische klachten.

Volgens de auteurs lijken vrouwen hierbij mogelijk extra kwetsbaar. Diverse studies wijzen erop dat metabole ontregeling bij vrouwen sterker samenhangt met cognitieve achteruitgang dan bij mannen. Ook hormonale veranderingen rond de menopauze zouden hierin een rol kunnen spelen.

 

Wat betekent dit voor de huisartsenpraktijk?

De bevindingen benadrukken het belang van een levensloopbenadering binnen de eerstelijnszorg. Factoren zoals zwangerschapscomplicaties, vroegtijdige menopauze en PCOS kunnen belangrijke aanwijzingen geven voor een verhoogd cardiovasculair risico op latere leeftijd. Tegelijkertijd blijft aandacht voor klassieke risicofactoren zoals obesitas, hypertensie, diabetes en lichamelijke inactiviteit essentieel.

Volgens de onderzoekers is er behoefte aan meer persoonsgerichte preventie, waarbij niet alleen wordt gekeken naar leeftijd en risicofactoren, maar ook naar sekse-specifieke kenmerken die het risico op hart-, nier- en metabole aandoeningen beïnvloeden.

 

Tot slot

Nieuwe inzichten laten zien dat mannen en vrouwen verschillende routes kunnen volgen richting cardiovasculaire, nier- en metabole aandoeningen. Reproductieve factoren, hormonale veranderingen en verschillen in vetverdeling spelen daarbij een belangrijke rol. Voor huisartsen biedt dit aanknopingspunten om risicofactoren eerder te herkennen en preventieve interventies beter af te stemmen op de individuele patiënt.