Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Het OREM-model in de zorg

fediverbeek
Het OREM-model beschrijft hoe zelfzorgtekorten richting geven aan zorgverlening. Lees hoe huisartsen dit model kunnen toepassen bij diagnostiek, behandeling en begeleiding.
Unsplash

Wat is het OREM-model?

Het OREM-model, ontwikkeld door Dorothea Orem, is een verpleegkundig theoretisch kader dat zich richt op zelfzorg en de rol van zorgverleners wanneer patiënten daar niet (volledig) toe in staat zijn. De kern van het model is dat zorg nodig is wanneer er een verschil bestaat tussen wat een patiënt zelf kan en wat nodig is om gezondheid te behouden of te herstellen.

In de huisartsenpraktijk kan het model worden gebruikt om inzicht te krijgen in de mate van zelfredzaamheid van een patiënt en om zorg en begeleiding daarop af te stemmen.

 

De kernbegrippen van het OREM-model

Het model bestaat uit drie samenhangende onderdelen:

 

Zelfzorg (self-care)

Dit betreft alle activiteiten die een patiënt zelf uitvoert om gezondheid te behouden, zoals medicatiegebruik, voeding, beweging en monitoring van klachten.

 

Zelfzorgbehoefte (self-care demand)

Dit is wat een patiënt nodig heeft om zijn gezondheid te ondersteunen. Denk aan behandeling, leefstijlmaatregelen en controle van aandoeningen.

 

Zelfzorgtekort (self-care deficit)

Er is sprake van een zelfzorgtekort wanneer een patiënt niet in staat is om zelf in de benodigde zorg te voorzien. Dit vormt de basis voor interventie door zorgverleners.

 

Waarom het OREM-model relevant is voor de huisarts

In de eerste lijn speelt zelfmanagement een grote rol, vooral bij chronische aandoeningen. Het OREM-model helpt huisartsen om systematisch te beoordelen:

  • in hoeverre een patiënt in staat is tot zelfzorg
  • waar ondersteuning nodig is
  • welke vorm van begeleiding passend is

Dit is relevant bij aandoeningen zoals diabetes, COPD en cardiovasculair risicomanagement, waarbij therapietrouw en leefstijl een belangrijke rol spelen.

 

Toepassing in het consult

Het OREM-model kan worden geïntegreerd in het reguliere consult, zonder dat dit expliciet benoemd hoeft te worden.

 

Anamnese en inschatting van zelfzorg

Tijdens de anamnese kan de huisarts nagaan:

  • hoe de patiënt omgaat met medicatie
  • of leefstijladviezen worden opgevolgd
  • welke belemmeringen er zijn (bijvoorbeeld cognitief, sociaal of praktisch)

Dit helpt om te bepalen of er sprake is van een zelfzorgtekort.

 

Diagnose en probleemdefinitie

Naast de medische diagnose kan ook het zelfzorgprobleem worden geformuleerd. Bijvoorbeeld:

  • onvoldoende inzicht in ziektebeeld
  • beperkte therapietrouw
  • moeite met leefstijlverandering

Dit maakt het mogelijk om behandeling breder te benaderen dan alleen medische interventies.

 

Drie vormen van zorg volgens OREM

Orem onderscheidt drie vormen van zorgverlening, afhankelijk van de mate van zelfredzaamheid:

 

Volledig compenserende zorg

De zorgverlener neemt de zorg grotendeels over. Dit komt voor bij patiënten die niet in staat zijn tot zelfzorg, bijvoorbeeld door acute ziekte of cognitieve beperkingen.

 

Gedeeltelijk compenserende zorg

Patiënt en zorgverlener delen de verantwoordelijkheid. De patiënt voert een deel van de zorg uit, met ondersteuning waar nodig.

 

Ondersteunend-educatieve zorg

De patiënt is grotendeels zelfstandig, maar heeft begeleiding nodig in de vorm van uitleg, coaching en advies. Dit is een veelvoorkomende situatie in de huisartsenpraktijk.

 

Behandeling en begeleiding

Het OREM-model ondersteunt een bredere kijk op behandeling, waarbij niet alleen medicatie centraal staat.

 

Medicatie

Bij medicamenteuze behandeling is het van belang om te beoordelen:

  • begrijpt de patiënt het doel van de medicatie
  • is er sprake van therapietrouw
  • zijn er praktische problemen bij gebruik

Bij een zelfzorgtekort kan extra uitleg of vereenvoudiging van het schema nodig zijn.

 

Leefstijl

Leefstijlinterventies vragen actieve betrokkenheid van de patiënt. Het model helpt om realistische doelen te stellen en te bepalen welke ondersteuning nodig is, bijvoorbeeld via een praktijkondersteuner of diëtist.

 

Doorverwijzing en samenwerking

Wanneer het zelfzorgtekort groter is dan binnen de huisartsenpraktijk kan worden opgevangen, kan doorverwijzing passend zijn. Denk aan:

  • diëtist bij voedingsproblematiek
  • fysiotherapeut bij beperkte mobiliteit
  • psycholoog bij gedragsverandering of copingproblemen

Het model helpt om deze keuzes te onderbouwen en gericht te verwijzen.

 

Voordelen en aandachtspunten

Voordelen

  • Geeft inzicht in zelfredzaamheid van de patiënt
  • Ondersteunt persoonsgerichte zorg
  • Verbindt medische en gedragsmatige aspecten
  • Toepasbaar binnen bestaande consultstructuur

Aandachtspunten

  • Vereist tijd en aandacht voor context van de patiënt
  • Niet alle zelfzorgproblemen zijn direct oplosbaar
  • Afstemming met andere zorgverleners is vaak nodig

Implementatie in de huisartsenpraktijk

Het OREM-model kan worden toegepast zonder uitgebreide aanpassingen in de werkwijze. Het vraagt vooral om een andere manier van kijken naar de patiënt.

Praktische toepassingen:

  • bespreek zelfzorg expliciet tijdens controles
  • betrek praktijkondersteuners bij begeleiding
  • gebruik het model bij chronische zorg en ketenzorg
  • evalueer regelmatig of de patiënt voldoende ondersteund wordt

Veelgestelde vragen voor huisartsen

1. Hoe herken ik een zelfzorgtekort bij mijn patiënt?

Door tijdens de anamnese te letten op therapietrouw, begrip van de aandoening en praktische uitvoerbaarheid van adviezen. Signalen zoals onvoldoende controlewaarden of herhaalde klachten kunnen hierop wijzen.

 

2. Is het OREM-model alleen geschikt voor chronische zorg?

Nee, het model is breder toepasbaar. Ook bij acute zorg kan het inzicht geven in wat een patiënt zelf kan en waar ondersteuning nodig is, bijvoorbeeld bij herstel en nazorg.

 

3. Hoe combineer ik het OREM-model met bestaande richtlijnen?

Het model kan naast richtlijnen worden gebruikt. Waar richtlijnen zich richten op medische behandeling, helpt het OREM-model bij het afstemmen van zorg op de mogelijkheden van de patiënt.