Winterdepressie: Wie krijgt er last van?

Wat voor mensen krijgen last van winterdepressie? Kan iedereen het krijgen of zijn bepaalde mensen er gevoeliger voor? Zijn er omstandigheden aan te wijzen waardoor winterdepressies vaker ontstaan?

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

 

Sinds lichttherapie voor het eerst als succesvolle behandelmethode werd beschreven is er veel onderzoek op gang gekomen: onderzoek naar de oorzaak van winterdepressie, waarover meer in het volgende hoofdstuk, maar ook onderzoek naar hoe vaak de klachten onder de bevolking voorkomen. Deze bevolkingsonderzoeken leveren doorgaans een schat aan informatie op, maar tegelijk ook weer nieuwe vragen. Zo blijken er verschillen te bestaan tussen de uitkomsten van bevolkingsonderzoek in de Verenigde Staten en Canada enerzijds en in Europa anderzijds. Hiervoor is nog geen duidelijke verklaring gevonden.

Breedtegraad

In Noord-Amerika wordt gevonden dat hoe noordelijker men leeft, hoe vaker winterdepressie onder de bevolking voorkomt. Gemiddeld zou zo’n 6,5% van de bevolking tussen 18 en 65 jaar in Noord-Amerika lijden aan winterdepressie, variërend van 1,4% in Florida (27° noorderbreedte) tot 9,2% in Alaska (64° N.B.).
In Europa lijdt gemiddeld zo’n 3,9% van de bevolking aan winterdepressie, wat ruim 2% lager is dan in Amerika. In Zwitserland (47° N.B.) zou volgens een bevolkingsonderzoek 2,2%, in Nederland (53° N.B.) 3%, in IJsland 3,8% van de bevolking ouder dan achttien jaar aan winterdepressie lijden. Aan de minder ernstige variant, de sub-syndromale variant van winterdepressie ofwel de ‘winterblues’ zou 8,2% van de Nederlandse bevolking lijden.

Man of vrouw en leeftijd

Verder blijkt dat drie tot vier keer zoveel vrouwen als mannen last van winterdepressies hebben; in het Nederlandse onderzoek was dat vier keer zo vaak. Dat geldt dan voor vrouwen in hun vruchtbare periode. Tot aan de leeftijd waarop doorgaans de eerste menstruatie plaatsvindt bij meisjes in de puberteit is er nauwelijks verschil tussen jongens en meisjes van dezelfde leeftijd. Er zijn ook aanwijzingen dat het aantal vrouwen dat na de menopauze aan winterdepressie lijdt niet veel hoger is dan het aantal mannen. De meeste studies rapporteren dat mensen met winterdepressies het meest voorkomen in de leeftijdscategorie van twintig tot veertig jaar. Maar ook buiten die leeftijdsgrenzen komen de klachten voor. Zo is een 84-jarige vrouw beschreven die leed aan winterdepressie. En ook bij kinderen komt winterdepressie voor. Alleen wordt een depressie bij kinderen moeilijker herkend. De bij volwassenen zo kenmerkende verschijnselen zijn minder duidelijk of niet aanwezig. Ook is een a-typisch kenmerk als eetlustvermeerdering en gewichtstoename in de winter vrij moeilijk vast te stellen bij kinderen die in de groei zijn. Het belangrijkste kenmerk bij kinderen is daarom het seizoengebonden aspect van het optreden van klachten.

Edwin werd aangemeld bij de polikliniek van het ziekenhuis toen hij vijf jaar oud was. Zijn vader leed aan winterdepressies en werd daarvoor reeds succesvol behandeld met lichttherapie. Het was in het gezin opgevallen dat Edwin de laatste twee jaar in de winter slechter functioneerde dan in de zomer. Vanaf oktober/november klaagde hij over moeheid en was hij lusteloos. Ook was hij erg prikkelbaar en sloot hij zich af voor contact met vriendjes. Hij had veel meer behoefte aan slaap en was in de ochtend heel moeilijk te wekken. Zijn schooljuffrouw beschreef hem als dromerig en afwezig. Dat stond in sterk contrast met de zomer, waarin Edwin zeer energiek, vrolijk en ondernemend was. Hij zocht ‘s zomers juist contact met vriendjes.
Een ander voorbeeld is Karin, een tienjarig meisje bij wie de laatste vijf jaar telkens aan het begin van de winter slaapklachten ontstonden. Nadat zij naar bed was gegaan duurde het soms meer dan drie uur voordat zij de slaap kon vatten. Bovendien werd zij dan erg angstig en voelde zij zich eenzaam. Hierdoor kon zij natuurlijk nog moeilijker in slaap komen. Ook het wakker worden en het opstaan was een probleem. Karin wilde het liefst in bed blijven in plaats van naar school te gaan. Zij had geen zin om met vriendinnetjes te spelen en haar voornaamste bezigheid bestond uit het vrij passief televisie kijken. Na april verdwenen deze klachten. Zij werd weer energiek en trok er regelmatig op uit om met vriendinnetjes te spelen. Zij was ‘s zomers eigenlijk nauwelijks in huis te vinden.

Leefomstandigheden en hulpvraag

In bevolkingsonderzoeken werden tevens vragen gesteld over de leefomstandigheden. Behalve het gegeven dat winterdepressie vaker voorkomt bij vrouwen dan bij mannen zijn er in het Nederlandse bevolkingsonderzoek geen andere bevolkingskenmerken gevonden op grond waarvan het risico van het krijgen van winterdepressie wordt vergroot. In enkele buitenlandse studies werd gevonden dat winterdepressie vaker in de hogere inkomensklassen en bij de beter opgeleide mensen voorkomt. Dat staat in contrast met hetgeen bekend is van de nietseizoengebonden depressies die juist meer voorkomen onder lagere inkomensklassen en mensen die minder opleiding hebben gevolgd. Een verklaring voor dat verschijnsel zou volgens een van de onderzoekers kunnen zijn dat de hoger opgeleide mensen doorgaans meer binnenshuis werken (kantoor, enz.) en daardoor verstoken blijven van een hoeveelheid (buiten)licht. Deze redenering lijkt niet op te gaan. Een aantal onderzoekers in IJsland vond in een onderzoek, met een overigens gering aantal proefpersonen, geen verschil tussen mensen die binnen werkten in vergelijking met degenen die hun werk in de buitenlucht uitvoerden

In het Nederlandse onderzoek werd wel gevonden dat het aantal werklozen onder de groep winterdepressieve mensen groter was dan onder de groep die leed aan winterblues of rapporteerde geen klachten te hebben.

Mensen die winterse klachten rapporteren (winterdepressie en/of winterblues) zijn minder vaak gehuwd dan de groep zonder seizoengebonden klachten. Dat betekent niet dat je kunt zeggen dat het huwelijk een beschermende factor is tegen het optreden van winterdepressie. Conclusies over oorzaak en gevolg kunnen uit dergelijke gevonden verbanden moeilijk worden getrokken. Het kan immers ook betekenen dat mensen met winterdepressie niet zo gauw een huwelijk aangaan. Gezien de aard van de klachten en het effect daarvan op partners met wie men samenleeft is dat ook niet ondenkbaar.

Samenvatting

Het is nog niet duidelijk wat de kenmerken zijn van mensen die een winterdepressie ontwikkelen. Wel is duidelijk dat de klachten bij vrouwen in hun vruchtbare periode drie tot vier maal vaker voorkomen dan bij hun mannelijke leeftijdgenoten.

Bron: Leven met een winterdepressie (boek)
Beeld: Fotolia