
Cardiovasculaire gezondheid in de vroege levensfase krijgt binnen de huisartsgeneeskunde steeds meer aandacht. Nieuw longitudinaal onderzoek laat zien dat risicofactoren zoals een verhoogde BMI, ongunstige lipidenwaarden en hogere bloeddruk al vanaf de kindertijd samenhangen met cognitieve functies op jongvolwassen leeftijd. Deze bevindingen onderstrepen het belang van vroegtijdige monitoring en begeleiding.
Onderzoeksopzet en populatie
Langdurige follow-up vanaf de zuigelingenleeftijd
Het onderzoek maakte gebruik van gegevens uit het Special Turku Coronary Risk Factor Intervention Project. In totaal werden 542 deelnemers (56,1% vrouw) gevolgd vanaf de zuigelingenleeftijd tot een leeftijd van 26 jaar. Deelnemers werden bij aanvang willekeurig toegewezen aan een interventie- of controlegroep.
Leefstijlinterventie in de jeugd
De interventiegroep ontving tot het twintigste levensjaar voedingsadvies gericht op hart- en vaatgezondheid. Zowel cardiovasculaire parameters als cognitieve uitkomsten werden gedurende de gehele follow-up systematisch vastgelegd.
Metingen van cognitieve functies
Neuropsychologische beoordeling op 26-jarige leeftijd
Op jongvolwassen leeftijd werden cognitieve functies onderzocht met behulp van de Cambridge Neuropsychological Test Automated Battery. Hierbij werd gekeken naar zes domeinen:
- Leren en geheugen
- Verbaal geheugen
- Werkgeheugen
- Reactietijd
- Informatieverwerking
- Cognitieve flexibiliteit
Cardiovasculaire risicofactoren
De volgende parameters werden herhaaldelijk gemeten:
- BMI en middelomtrek
- Totaal cholesterol en lipidenprofiel
- Bloeddruk
- HbA1c
De analyses richtten zich op cumulatieve blootstelling in verschillende levensfasen: vroege kinderjaren, kindertijd, vroege adolescentie en adolescentie.
Belangrijkste resultaten
Lichaamssamenstelling en cognitie
Een hogere BMI tijdens de kindertijd en vroege adolescentie hing samen met lagere scores op informatieverwerking. Daarnaast werd bij een hogere BMI in de vroege adolescentie een verband gezien met verminderde cognitieve flexibiliteit. Ook een grotere middelomtrek in de kindertijd ging samen met lagere prestaties op dit domein.
Lipidenwaarden en geheugenfuncties
Verhoogde LDL-cholesterolwaarden tijdens de vroege adolescentie en adolescentie werden geassocieerd met minder goede prestaties op verbaal geheugen. Lagere HDL-cholesterolwaarden in de kindertijd bleken samen te hangen met cognitieve flexibiliteit.
Bloeddruk en werkgeheugen
Een hogere systolische bloeddruk in de kindertijd was gekoppeld aan lagere cognitieve flexibiliteit. Daarnaast werd een verband gezien tussen een hogere diastolische bloeddruk in de vroege kinderjaren en zwakkere prestaties op het werkgeheugen.
Glucosemetabolisme
Voor cumulatieve blootstelling aan glucose en insuline werden geen samenhangen gevonden met de onderzochte cognitieve domeinen.
Betekenis voor de huisartsenpraktijk
De resultaten wijzen erop dat cardiovasculaire risicofactoren al op jonge leeftijd samenhangen met cognitieve uitkomsten later in het leven. Zelfs lichte afwijkingen lijken relevant. Voor huisartsen betekent dit dat aandacht voor gewicht, bloeddruk en lipidenwaarden bij kinderen en adolescenten niet alleen van belang is voor latere hart- en vaatziekten, maar mogelijk ook voor cognitieve gezondheid op volwassen leeftijd.
Vroege signalering, begeleiding van leefstijl en regelmatige follow-up kunnen daarmee bijdragen aan bredere gezondheidsdoelen over de levensloop.





