Testen op prostaatkanker en de rol van de huisarts | Casus

De heer Van der Kamp bezoekt zijn huisarts omdat hij getest wil worden op prostaatkanker. Hij is 57 jaar en een collega op het werk heeft prostaatkanker, zo is net gebleken. Dit heeft hem toch wel erg verontrust. Zijn collega was altijd zo gezond en nu moet hij behandeld worden. Of, nu ja, hij moet in elk geval naar de uroloog toe.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
14.12.2015 ÄZ: Prostata und dort lokalisierte Malignome im Fokus: Welchen Nutzen hat PSA-Screening? © decade3d / iStock.com Ärzte Zeitung / 241a02 / 14.12.2015 Download für URO-NEWS 4/15 (Journal inside) am 12.03.15 Journal Inside 00092_019_004 (2015) *** Local Caption *** © decade3d / Getty Images / iStock

 

De huisarts vraagt wat de heer Van der Kamp weet van de voor- en nadelen van het testen op prostaatkanker. Hij blijkt vooral de voordelen te benoemen. Door er vroeg bij te zijn kan een eventuele kanker behandeld worden. De huisarts legt uit dat er ook nadelen kleven aan vroegdiagnostiek . Hij informeert zijn patiënt dat voor de diagnose biopten moeten worden genomen en over de kans dat er een niet-relevante tumor wordt gevonden. Ook zegt hij dat de bloedtest die gedaan kan worden geen uitsluitsel kan geven. Na het lezen van de keuzehulp ‘Wel of niet testen op prostaatkanker’ besluit de heer Van der Kamp dat hij die testen toch wil. In een volgend consult verricht de huisarts een rectaal toucher. Daarbij is er geen verdenking op prostaatkanker. Aansluitend laat hij een PSA-bepaling verrichten.

De heer Van der Kamp bezoekt na een week het spreekuur. Hij heeft van de assistente gehoord dat de PSA-uitslag niet goed was. Hij is hier erg ongerust door geworden. Hij had eigenlijk gedacht dat het bloed wel goed was. Hij heeft immers nergens last van. Met gemengde gevoelens komt hij naar de praktijk. Ongerust, maar ook wel blij dat hij die test heeft gedaan. Zijn PSA blijkt 4,5 ng/ml. De heer Van der Kamp gebruikt geen medicatie die de PSA-waarde kan verstoren, ook had hij geen klachten van een blaasontsteking of prostatitis die de verhoging verklaren. Volgens de NHG-Standaard moet hij dus worden verwezen. De huisarts legt hem uit dat dit de volgende stap is. Ook benadrukt hij daarbij dat de uroloog eerst zal kijken of een biopsie nodig is en dat als een biopsie gedaan wordt, er niet altijd prostaatkanker gevonden wordt.

De uroloog bespreekt met de heer Van der Kamp de adviezen die met behulp van de Prostaatwijzer zijn gegeven: er is een indicatie voor biopten. Na een uitleg over de procedure worden deze een week later verricht. Weer een week later zijn de uitslagen daarvan bekend. In twee biopten is prostaatcarcinoom aangetoond. Het betreft een laaggradige tumor, graad 1. Er is nog geen onderzoek verricht naar betrokkenheid van lymfeklieren. De kans op verdere uitbreiding is op dit moment laag.

De huisarts belt met de heer Van der Kamp, nadat hij in een brief van de uroloog de uitslag heeft gelezen. Patiënt is danig van slag. Deze tegenvaller had hij toch niet zien aankomen. Hij vertelt dat de uroloog heeft uitgelegd dat er wel kanker is gevonden, maar dat een behandeling nu niet nodig is. Hij wordt wel goed in de gaten gehouden. Wat daarvoor allemaal nodig is kan hij niet zo een, twee, drie noemen. Hij heeft zich ziek gemeld om alles eens goed op een rij te kunnen zetten. Hij neemt het aanbod van de huisarts graag aan om op het spreekuur te komen en een aantal dingen rustig te bespreken.

De heer Van der Kamp bespreekt met de huisarts dat hij het actief vervolgen toch wel een erg vervelende optie vindt. Er is nu kanker gevonden en dan wil de uroloog niets doen. Hij heeft liever dat de kanker wordt verwijderd.

De huisarts legt hem uit dat de uroloog ook wel actief wil behandelen, maar dat dit medisch gezien niet per se nodig is. Hij adviseert hem opnieuw met de uroloog te bespreken dat hij toch een behandeling wil. Deze zal in opzet curatief zijn. De huisarts licht hierbij toe dat opereren en bestralen de twee keuzes zijn. Voor meer informatie over die behandelingen adviseert hij de uroloog en eventueel radiotherapeut te consulteren.

Na een nieuw bezoek aan de uroloog heeft patiënt besloten geopereerd te willen worden. De uroloog heeft hem ook nog naar de radiotherapeut verwezen om die behandeloptie goed te kunnen afwegen. De keuze is daarna gevallen op radicale prostatectomie. In het ziekenhuis van de uroloog wordt daarbij de robot-geassisteerde behandeling aangeboden.

Bron: Oncologie, Hoofdstuk 14. Prostaatkanker en de rol van de huisarts
Beeld: © decade3d / Getty Images / iStock