PROMIS maakt generiek meten patiëntuitkomsten gemakkelijker | Meten van uitkomsten en kosten

Dankzij PROMIS hoeven patiënten geen lange vragenlijsten meer in te vullen, maar krijgen ze vragen die op hun situatie van toepassing zijn. Voor een betrouwbare score zijn maar drie tot zeven vragen per domein nodig. PROMIS wint langzaam terrein, maar er heerst nog koudwatervrees.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

 

In het vorige artikel over PROMs werd duidelijk dat het moeilijk is te kiezen tussen de veelheid aan vragenlijsten die er zijn. Elke aandoening en elk specialisme heeft vaak zijn eigen vragenlijst. Een generieke basisset van vragen, aangevuld met specifieke vragen per aandoening, lijkt de beste oplossing.

PROMIS is zo’n generieke basisset. PROMIS staat voor ‘Patient Reported Outcomes Measurement Information System’. Het unieke van PROMIS ten opzichte van andere generieke PROMs is dat PROMIS gebruik maakt van itembanken en Computer Adaptief Testen (CAT). Het gebruik van deze nieuwe psychometrische methodiek biedt de kans om over te gaan naar één generiek meetsysteem voor alle vormen van zorg, zegt Caroline Terwee, epidemioloog en hoofd van de Measurement groep bij het Amsterdam UMC, locatie VUmc.

Grote set vragen

Een itembank is een grote set vragen die allemaal hetzelfde domein meten, zoals lichamelijk functioneren. De vragen in een itembank worden met behulp moderne psychometrische methoden (Item Response Theorie) op volgorde van ‘moeilijkheid’ gezet. De vraag ‘Kunt u in en uit bed komen?’ wordt eerder met ja beantwoord dan de vraag ‘Kunt u vijf kilometer hardlopen?’.

Met CAT (computer adaptive testing) selecteert de computer na een startvraag steeds de volgende moeilijkere of makkelijkere vraag op basis van het antwoord van de patiënt. Hierdoor krijgt de patiënt relevantere vragen. Door de slimme manier van meten hoeven patiënten maar zo’n drie tot zeven vragen per domein in te vullen voor een betrouwbare score.

Wildgroei

Er is sinds de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw een enorme wildgroei aan vragenlijsten ontstaan. De meeste zijn ontwikkeld ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek. De kwaliteit is zeer verschillend als het gaat om betrouwbaarheid en responsiviteit, aldus Terwee. “Voor het monitoren van individuele patiënten in de klinische praktijk is ‘de meetfout’ van de meeste vragenlijsten te groot, waardoor de scores niet erg precies zijn en het moeilijk is om te zien of iemand echt veranderd is.”

Verder zijn de vragenlijsten vaak belastend voor patiënten. Ze krijgen vaak veel vragen die niet voor iedereen relevant en soms slecht geformuleerd zijn. Ook komt het vaak voor dat vragenlijsten moeilijk te interpreteren zijn. Wat betekent bijvoorbeeld een score van 45 punten of een verandering van 5 punten? Als laatste zijn door het gebruik van ordinale schalen, scores op vragenlijsten onderling niet te vergelijken.

(…)

Lees verder op Qruxx >>

Bron: Qruxx | Auteur: Pien Naber