Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Nieuw onderzoek huiselijk geweld: hulpverlening verbeterd

Sigrid Starremans
Huiselijk geweld is een complex en hardnekkig probleem. Onlangs verscheen de derde cohortstudie van het Verwey Jonker Instituut met als centrale vraag wat er nodig is om het geweld te stoppen. Uit de studie blijkt dat het geweld afneemt. Maar ook dat er nog veel verbetering nodig is. ‘De huisarts kan een vertrouwenspersoon zijn en ervoor zorgen dat de juiste hulp wordt ingeschakeld.’

Het onderzoek Huiselijk geweld: een complex en hardnekkig probleem is het derde onderdeel van een longitudinale studie die in 2009 is begonnen. ‘We zien een positieve tendens’ zegt Majone Steketee, directeur van het Verwey-Jonkers Instituut en bijzonder hoogleraar intergenerationele overdracht. ‘Voor een bepaalde groep wordt de hulpverlening steeds beter. Het gaat met name om gezinnen waar het geweld niet heel heftig is.’

Verschillende vormen

De hulpverlening is onder meer verbeterd omdat meer bekend is dat er diverse vormen van geweld zijn waarvoor andere hulpverlening ingezet moet worden. Steketee: ‘Als er ook veel andere problemen spelen, als armoede en financiële problemen, kun je misschien beter eerst de onderliggende problematiek aanpakken. Maar gaat het om verslaving- of alcoholproblematiek, pedagogische onmacht of vechtscheidingen dan zijn er heel andere interventies nodig.’

Intieme terreur

In de derde cohortstudie is er onder meer speciale aandacht voor intieme terreur, een vorm van geweld met veel controle en dwang. Deze vorm van geweld neemt nauwelijks af. ‘Het is de meest lastigste categorie voor hulpverleners om te doorgronden’ licht Steketee toe. ‘Slachtoffer ontkennen het geweld meestal en plegers kunnen heel charmant overkomen. Maar het is ook de meest gevaarlijke categorie waarbij het risico op femicide het grootst is.’

Vage klachten

Uit onderzoek blijkt dat veel vrouwen, en soms ook mannen, aankloppen bij de huisarts als er sprake is van huiselijk geweld. Meestal gaat het om vage klachten die het gevolg zijn van het huiselijk geweld, als hoofpijn, slecht slapen of fysiek letsel. Huisartsen blijken niet zo goed in staat te zijn om deze signalen te duiden en erop door te vragen. ‘Dat komt natuurlijk ook omdat je maar tien minuten hebt en er meerdere klachten zijn’ erkent Steketee. ‘Maar ik denk dat het goed is als huisartsen zich hier bewust van zijn.’

Vertrouwenspersoon

Uit onderzoek is bekend dat 1 op de 4 kinderen te maken heeft met huiselijk geweld. En dat is best veel, vindt Steketee. ‘En huiselijk geweld komt in alle geledingen voor. Qua opleidings- en inkomensniveau zien we geen verschillen tussen de gezinnen. Als je als huisarts interventies inzet die niet werken, is het zinvol om te vragen of het thuis wel goed gaat. Een aantal patiënten zal daar niet op ingaan. Maar bij anderen werkt dat wel. Ik denk dat de huisarts een belangrijke rol kan spelen als vertrouwenspersoon en verwijzer.’

Netwerkaanpak

Gezinnen waar het huiselijk geweld ernstig is en waarbij vele problemen spelen, hebben langdurige begeleiding nodig. In het onderzoek wordt gepleit voor een integrale netwerkaanpak in plaats van een ketenaanpak. Steketee: ‘Het is efficiënter als hulpverleners samen om een gezin heen gaan staan in plaats van de problemen aan elkaar door te geven. Verschillende hulptrajecten kunnen dan ook gelijktijdig gestart worden.’