Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Nederlandse ziekenhuizen stoppen met het voorschrijven van weeënremmers na 30 weken zwangerschap

fediverbeek

Nederlandse ziekenhuizen stoppen met het voorschrijven van weeënremmers na 30 weken zwangerschap. Uit recent onderzoek blijkt dat deze medicijnen de gezondheid van de baby niet verbeteren. Wat betekent dit voor de medische praktijk?

Onderzoek wijst uit: weeënremmers na 30 weken niet zinvol

Nederlandse ziekenhuizen hebben besloten te stoppen met het voorschrijven van weeënremmers bij zwangere vrouwen vanaf 30 weken zwangerschap. Dit besluit volgt uit een grootschalig internationaal onderzoek onder leiding van het Amsterdam UMC. Het onderzoek, waaraan 24 Nederlandse ziekenhuizen en twee ziekenhuizen uit Engeland en Ierland deelnamen, volgde 755 zwangere vrouwen over een periode van zeven jaar. De resultaten werden recent gepubliceerd in het gerenommeerde medische tijdschrift The Lancet.

 

Geen aantoonbaar voordeel voor de baby

Het onderzoek richtte zich op vrouwen die tussen de 30 en 34 weken zwanger waren en bij wie een vroeggeboorte dreigde. De helft van de deelnemers kreeg weeënremmers toegediend via een infuus, terwijl de andere helft een placebo kreeg. De bevindingen tonen aan dat de medicatie de bevalling gemiddeld niet langer uitstelde dan een placebo.

Daarnaast bleek uit de resultaten dat baby’s van moeders die weeënremmers kregen evenveel kans hadden op ademhalingsproblemen als baby’s van moeders die een placebo ontvingen. In totaal werden 884 kinderen, inclusief tweelingen, gevolgd tot drie maanden na hun geboorte.

 

Praktijk van decennialang gebruik ter discussie

Sinds de jaren vijftig worden weeënremmers ingezet om vroeggeboorte te vertragen en zo de baby meer ontwikkeltijd in de baarmoeder te geven. Dit gebeurde zonder dat er op grote schaal wetenschappelijk bewijs was dat de medicatie daadwerkelijk bijdroeg aan een betere gezondheid van de baby bij geboorte.

Onderzoeker Larissa van der Windt, die op dit onderzoek promoveert, stelt dat eerdere studies zich voornamelijk richtten op het verlengen van de zwangerschapsduur en niet op de medische uitkomsten voor de baby. Dit nieuwe onderzoek is de eerste uitgebreide studie die specifiek kijkt naar de effecten van weeënremmers op de gezondheid van pasgeborenen.

 

Preventie in plaats van behandeling

Volgens hoofdonderzoeker en hoogleraar verloskunde Martijn Oudijk van het Amsterdam UMC moet de focus bij het voorkomen van vroeggeboorte verschuiven naar preventieve maatregelen. Dit biedt mogelijkheden om complicaties te verminderen zonder afhankelijk te zijn van medicatie met weinig bewezen effect.

 

Gezonde leefstijl als belangrijke factor

Oudijk benadrukt het belang van een gezonde leefstijl voorafgaand en tijdens de zwangerschap. Factoren zoals voldoende lichaamsbeweging en stoppen met roken kunnen bijdragen aan een lager risico op vroeggeboorte. Ook stelt hij voor om bij de 20-wekenecho standaard een inwendige echo uit te voeren. Hierbij kan de lengte van de baarmoedermond worden gemeten, wat een indicatie kan geven van het risico op vroeggeboorte. Vrouwen met een korte baarmoedermond zouden preventief medicatie kunnen krijgen.

Momenteel is deze meting geen standaardpraktijk in Nederland, maar onderzoekers pleiten voor bredere invoering.

 

Longrijpingsinjecties als effectieve behandeling

In tegenstelling tot weeënremmers blijven longrijpingsprikjes een bewezen effectieve behandeling voor vroeggeboorte. Wanneer een vroeggeboorte onvermijdelijk is, krijgen moeders in Nederlandse ziekenhuizen injecties die de rijping van de longen van de baby versnellen. Dit verkleint de kans op ademhalingsproblemen na de geboorte aanzienlijk.

 

Implicaties voor de medische praktijk

De bevindingen uit dit onderzoek hebben direct gevolgen voor de medische praktijk in Nederland. Ziekenhuizen zullen stoppen met het voorschrijven van weeënremmers na 30 weken zwangerschap, wat betekent dat artsen en verloskundigen andere methoden moeten overwegen om vroeggeboorte te beheersen.

Hoewel de resultaten duidelijk maken dat weeënremmers geen aantoonbaar voordeel hebben voor baby’s na 30 weken zwangerschap, blijft de vraag open of deze bevindingen ook gelden voor zwangerschappen korter dan 30 weken. Verdere studies zijn nodig om deze vraag te beantwoorden.

Jaarlijks worden in Nederland ongeveer 12.000 baby’s te vroeg geboren, wat neerkomt op zo’n 7 procent van alle geboortes. Wereldwijd eindigt 1 op de 10 zwangerschappen in een vroeggeboorte. Dit onderstreept het belang van verder onderzoek en het ontwikkelen van preventieve strategieën.

 

Veelgestelde vragen

1. Wat betekent dit onderzoek voor de behandeling van zwangere patiënten met dreigende vroeggeboorte?

Huisartsen moeten zich bewust zijn van het feit dat weeënremmers na 30 weken zwangerschap niet langer worden voorgeschreven in Nederlandse ziekenhuizen. In plaats daarvan ligt de focus op preventieve maatregelen en vroegtijdige risicodetectie, zoals het beoordelen van de lengte van de baarmoedermond tijdens de 20-wekenecho.

2. Welke preventieve adviezen kan ik als huisarts geven om vroeggeboorte te helpen voorkomen?

Adviseer patiënten over het belang van een gezonde leefstijl, zoals voldoende beweging en stoppen met roken. Daarnaast kan een vroege identificatie van risicofactoren, zoals een korte baarmoedermond, helpen bij het tijdig inzetten van preventieve medicatie.

3. Wat zijn de alternatieve behandelingen voor zwangere vrouwen met een verhoogd risico op vroeggeboorte?

Naast leefstijladvies en medische monitoring kunnen vrouwen met een verhoogd risico op vroeggeboorte in sommige gevallen preventieve medicatie krijgen. Daarnaast blijven longrijpingsinjecties een belangrijke behandeling om ademhalingsproblemen bij vroeggeborenen te verminderen.