Minder dementie met een gezond hart- en vaatstelsel

Een langlopend Brits cohortonderzoek maakte het mogelijk om over een periode van 25 jaar de relatie na te gaan tussen cardiovasculaire gezondheid en het ontstaan van dementie. Wie op zijn 50e een betere hartvaatscore heeft, heeft minder kans op dementie.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

 

Met het steeds ouder worden van de bevolking neemt ook het aantal mensen met dementie sterk toe toe. In 2018 waren er ruim 114.000 mensen met dementie bekend bij de huisarts: minder dan een half procent in de leeftijdsgroep van 65 tot 69 jaar maar oplopend naar 12 tot 14 procent in de groep van 85 jaar en ouder (Nivel zorgregistraties).

Er wordt veel onderzoek gedaan naar vroege opsporing en mogelijkheden om het progressieve beloop van dementie uit te stellen, maar de resultaten stellen teleur. Zeker bij een ziekte die niet te genezen is, is het beter om deze te voorkomen. De onderzoekers gebruikten een eerder ontwikkeld score-instrument voor een combinatie van risicofactoren voor hart- en vaatziekten om na te gaan of deze score is geassocieerd met het optreden van dementie.

Het Whitehall II- cohortonderzoek

Het gaat om een cohort van ruim 10.000 Britse ambtenaren, van wie 67 procent man, die werden geworven in de periode van 1985 tot 1988, toen ze tussen de 35 en 55 jaar oud waren. Metingen en vragenlijsten, gericht op antropometrie, cardiovasculaire en metabole risicofactoren en ziekten werden elke 4 à 5 jaar herhaald. De meest recente meting vond plaats in 2015.

Cardiovasculaire gezondheid

Voor het bepalen van de cardiovasculaire gezondheid werd van alle deelnemers aan het cohort rond de leeftijd van 50 jaar de ‘Life Simple 7-score’ vastgesteld. Die score is samengesteld uit zeven onderdelen: roken, dieet, lichaamsbeweging, BMI, nuchter glucose, serumcholesterol en bloeddruk. Voor elk van de onderdelen werd onderscheid gemaakt tussen een optimaal niveau (2 punten), een tussenliggend niveau (1 punt) en een laag niveau (0 punten). Bij elkaar opgeteld resulteerde dit in een score die uiteenliep van 0 (slecht) tot 14 (optimaal) punten.

Dementie

De onderzoekers gebruikten verschillende databases van de National Health Service (ziekenhuisgegevens) en het overlijdensregister om de aanwezigheid van dementie bij de deelnemers vast te stellen.

Resultaten

Van 7.899 deelnemers waren complete gegevens beschikbaar. In totaal werden de deelnemers bijna 25 jaar gevolgd. In die tijd werd bij 347 (4,4 procent) deelnemers de diagnose dementie gesteld. De gemiddelde leeftijd waarop de diagnose werd gesteld was 75,3 jaar, bij een kwart gebeurde dat vóór de leeftijd van 72,3 jaar. Onder de mensen bij wie deze diagnose werd gesteld, waren meer vrouwen, minder blanken en meer mensen met een lagere sociaaleconomische status.

Van de mensen met een Life Simple 7-score tussen 0 en 6 (12 procent van het totaal aantal deelnemers) was de incidentie van dementie 3,2 per 1000 persoonsjaren. Bij de middengroep, met een score tussen 7 en 11 (76 procent), was de incidentie 1,8 per 1000 persoonsjaren. Bij de groep met een optimale score (12 tot 14, 12 procent) was de incidentie 1,3 per 1000 persoonsjaren. In termen van relatieve risicoreductie betekent dit, dat ten opzichte van de groep in de slechtste Life Simple 7-scorecategorie, de andere groepen rond 40 procent minder kans op dementie hadden. In de analyses werd gecorrigeerd voor mogelijk verstorende variabelen ( confounders).

Beperkingencardio

Omdat het cohort werd samengesteld uit destijds werkzame Britse ambtenaren zijn de deelnemers gemiddeld gezonder dan de algemene bevolking in termen van risicofactoren en incidentie van ziekten. Maar deze beperking heeft vermoedelijk geen gevolgen voor de onderzochte relatie, waarin de hele range van risicoscores werd onderzocht. Een ander bezwaar is dat veel mensen met dementie zullen zijn ‘gemist’, omdat – met name bij milde dementie – de patiënt vaak niet wordt verwezen voor nadere diagnostiek. Ook dit heeft waarschijnlijk geen consequenties voor de gevonden relatie. De relatieve risicoreductie van 40 procent geeft een te rooskleurig beeld. Wanneer we het optreden van dementie in de groep met de laagste risicoscore vergelijken met die van de groep met de optimale risicoscore, dan is het verschil minder dan 2 per 1000 persoonsjaren. Dit betekent dat honderden mensen hun leefstijl zouden moeten verbeteren om één nieuw geval van dementie te voorkomen.
Ten slotte dienen we ons te realiseren dat een meting op de leeftijd van 50 jaar ook maar een momentopname is. Roken, dieet en fysieke activiteiten zijn aan veranderingen onderhevig, en hetzelfde geldt voor gewicht, bloeddruk en glucosewaarden. De gezondheid van iemand van 50 jaar is voor een belangrijk deel de resultante van de leefstijl in de voorafgaande decennia.

Conclusie

Cardiovasculaire risicofactoren zijn veranderbaar. Dit onderzoek laat zien dat een gunstig cardiovasculair risicoprofiel op de leeftijd van 50 jaar samengaat met een kleinere kans op dementie in de decennia die daarop volgen. En dat is hoopgevend, ook voor het werk van de praktijkondersteuner. Het kan immers steun bieden bij het motiveren van mensen met een ongezonde leefstijl voor gedragsverandering.

Kernpunten

De bevolking wordt steeds ouder en daarbij neemt ook het aantal mensen met dementie sterk toe. Een gezond hart- en vaatstelsel op de leeftijd van 50 jaar gaat samen met een kleinere kans op dementie in de decennia daarna. Dit gegeven is een extra stimulans voor praktijkondersteuners om mensen met een ongezonde leefstijl te motiveren hun gedrag te veranderen.

Auteur: dr. Hans van der Wouden, Universitair hoofddocent, Amsterdam UMC Vrije Universiteit, afdeling Huisartsgeneeskunde en Ouderengeneeskunde

Literatuur
Sabia S, et al. Association of ideal cardiovascular health at age 50 with incidence of dementia: 25 year follow-up of Whitehall II cohort study. BMJ 2019;366:l4414.

Bron: Tijdschrift: TPO – De Praktijk > Uitgave 6/2019
Beeld: Fotolia