Epilepsie – De eerste aanval: hoe snel te handelen?

Tijdens uw dienst wordt u om 22.00 uur naar de spoedeisende hulp (seh) geroepen. Door de ambulancedienst is een 23-jarige vrouw binnengebracht die volgens de overdracht van de ambulancedienst op straat een gegeneraliseerd tonisch-clonisch insult heeft doorgemaakt. Ze is inmiddels weer aardig bij.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
  
 
 

Ze is niet bekend met epilepsie en ze is ook niet bekend in de ziekenhuisadministratie. U treft een vrouw aan die direct de ogen opent op aanspreken; ze is wat traag maar verder goed georiënteerd. Ze weet niet wat er gebeurd is. Het laatste dat ze weet is dat ze lopend op weg was naar een vriendin. Ze voelde de wegraking niet aankomen. Ze kwam in de ziekenauto weer bij. Ze is verder goed gezond. Er waren geen bijzondere omstandigheden. Ze heeft op haar tong gebeten maar is niet incontinent geweest. Bij navraag heeft ze nu last van hoofdpijn en spierpijn. Bij neurologisch onderzoek vindt u een wondje aan de zijkant van de tong. Er zijn geen focale neurologische uitvalsverschijnselen.

Vraag 1. Hoe stelt u de diagnose epileptische aanval?

De diagnose insult wordt primair gesteld op grond van de beschrijving van de aanval. Niet alles wat valt en schokt is epilepsie. Omdat onze patiënte een wegraking heeft gehad, er geen uitlokkende omstandigheden waren, ze maar langzaam bijgekomen is en er sprake is geweest van een tongbeet zal bij haar de diagnose epileptische aanval worden gesteld ook al ontbreekt een ooggetuige.

Vraag 2. Wanneer en hoe moet u deze aanval couperen?

Bij onze patiënte is er geen reden om haar nu een benzodiazepine te geven of op te laden met een anti-epilepticum. De aanval is immers over.

Vraag 3. Moet u een patiënt nu opnemen?

Wanneer onze patiënte weer helemaal helder is zou ze weer naar huis kunnen in afwachting van verder aanvullend onderzoek. Er zijn geen alarmerende symptomen of klachten en de kans op een recidief binnen enkele dagen is klein.

Vraag 4. Welk onderzoek doet u wanneer?

Bij onze patiënte zal bij aankomst op de seh bloedonderzoek zijn gedaan waarbij vooral het natrium- en calciumgehalte en de glucosewaarde van belang zijn. Daarnaast zal een ecg moeten worden gedaan en een eeg en een mri worden aangevraagd. Deze onderzoeken kunnen ook poliklinisch worden aangevraagd.

Vraag 5. Wanneer en hoe gaat u behandelen?

Bij onze patiënte is er geen reden direct te starten met anti-epileptica. Het gaat om een eerste, vooralsnog niet-symptomatische aanval en ook bij expliciet navragen zijn er nooit eerder aanvallen geweest.

Vraag 6. Welke leefregels geeft u mee?

De belangrijkste leefregel is dat de patiënte zes maanden niet mag autorijden. Mogelijk wordt dat verkort tot drie maanden, afhankelijk van de resultaten van het aanvullende onderzoek. Bij beroepschauffeurs is die periode veel langer. Daarnaast moet ze gevaarlijke situaties (water, met name in bad gaan, en eventueel werk als dit gevaarlijke situaties op kan leveren) voorlopig vermijden.

Vraag 7. Welke informatie geeft u aan een patiënt?

Een epileptische aanval komt veel voor, geschat wordt dat 5% van de bevolking ooit in zijn leven een epileptische aanval krijgt. Vaak wordt er geen concrete verklaring gevonden waarom iemand een epileptische aanval heeft doorgemaakt.

Lees het gehele hoofdstuk De eerste aanval: hoe snel te handelen? in het boek Epilepsie.

Auteur: C. A. van Donselaar
Uitgeverij: Bohn Stafleu van Loghum

Uit: Epilepsie, hoofdstuk 8 De eerste aanval: hoe snel te handelen?
Beeld: © chrisharvey / Fotolia