Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Defecatiestoornissen bij kinderen en jongvolwassenen

fediverbeek
Een overzicht voor huisartsen over obstipatie en fecale incontinentie bij kinderen en jongvolwassenen. Prevalentie, klachtenpatroon, anamnese, diagnostiek, behandeling en knelpunten in de zorg op basis van populatieonderzoek.
Unsplash

Defecatiestoornissen in de huisartsenpraktijk

Defecatiestoornissen zoals obstipatie en fecale incontinentie worden in de huisartsenpraktijk vaak gezien als leeftijdsgebonden problemen. Obstipatie wordt regelmatig geassocieerd met de kinderleeftijd, terwijl fecale incontinentie vaker wordt gekoppeld aan hogere leeftijd of comorbiditeit. Nederlands populatieonderzoek laat echter zien dat deze aannames niet altijd overeenkomen met de werkelijkheid. Kinderen en jongvolwassenen blijken in vergelijkbare mate last te hebben van defecatiestoornissen, terwijl de zorgconsumptie laag blijft.

Voor de huisarts is het relevant om inzicht te hebben in de prevalentie, het beloop en de manier waarop patiënten omgaan met deze klachten. Dit artikel beschrijft de belangrijkste bevindingen uit een cross-sectionele studie onder kinderen en jongvolwassenen en vertaalt deze naar praktische aandachtspunten voor de dagelijkse praktijk.

 

Prevalentie van obstipatie en fecale incontinentie

Obstipatie bij kinderen en jongvolwassenen

Uit het onderzoek blijkt dat obstipatie voorkomt bij ongeveer 16% van de kinderen (8–17 jaar) en bij bijna 23% van de jongvolwassenen (18–29 jaar). Het verschil tussen deze groepen is niet statistisch relevant. Dit onderstreept dat obstipatie geen probleem is dat vanzelf verdwijnt na de adolescentie.

Opvallend is het chronische karakter van de klachten. Bijna de helft van de kinderen met obstipatie heeft al langer dan vijf jaar klachten. Bij jongvolwassenen geeft ruim een kwart aan dat de obstipatie al in de kindertijd is begonnen. Dit wijst op continuïteit van klachten over levensfasen heen.

 

Fecale incontinentie

Fecale incontinentie komt bij zowel kinderen als jongvolwassenen voor bij ongeveer 7% van de respondenten. Ook hier is geen relevant verschil in prevalentie tussen beide leeftijdsgroepen. De aard van de klachten verschilt echter wel, zoals verderop wordt besproken.

Voor de huisarts betekent dit dat fecale incontinentie ook bij jongere patiënten een reële diagnose is, los van neurologische aandoeningen of hogere leeftijd.

Congres
Bekkenbodemproblematiek
Actuele inzichten en praktische handvatten voor de zorgpraktijk.


Bekijk het congres →

Congres Bekkenbodemproblematiek

 

Klachtenpatroon en ervaren symptomen

Symptomen bij obstipatie

De bij obstipatie horende klachten, zoals harde ontlasting, infrequente defecatie, pijn bij het ontlasten en een gevoel van onvolledige lediging, komen bij kinderen en jongvolwassenen in vergelijkbare mate voor. Dit suggereert dat het klinisch beeld weinig verandert met de leeftijd.

Voor de anamnese is het van belang om niet alleen te vragen naar defecatiefrequentie, maar ook naar consistentie van de ontlasting, pijn, defecatiegedrag en eventuele vermijdingspatronen.

 

Symptomen bij fecale incontinentie

Bij fecale incontinentie rapporteren jongvolwassenen vaker bijkomende klachten dan kinderen. Het gaat onder andere om vaker optreden van ongewild verlies, meer sociale beperkingen en meer schaamte. Dit kan samenhangen met veranderende sociale context, werk of studie en grotere impact op dagelijks functioneren.

Deze bevinding benadrukt het belang van een zorgvuldige en niet-veroordelende benadering, zeker bij jongvolwassen patiënten die klachten mogelijk lang verborgen houden.

 

Zorggebruik en behandeling: een duidelijke onderbehandeling

Behandeling van obstipatie

Slechts een minderheid van de patiënten met obstipatie ontvangt behandeling. Ongeveer 27% van de kinderen en 21% van de jongvolwassenen met obstipatie gebruikt medicatie, meestal laxantia. Dit lage percentage staat in contrast met de duur en ernst van de klachten.

Mogelijke verklaringen zijn normalisering van klachten, beperkte zorgvraag, schaamte of het idee dat obstipatie “erbij hoort”. Voor huisartsen is het zinvol om hier actief naar te vragen, ook bij consulten met een andere hoofdklacht.

 

Behandeling van fecale incontinentie

Bij fecale incontinentie ontvangt 13% van de kinderen en 36% van de jongvolwassenen een vorm van behandeling. Hierbij gaat het voornamelijk om antidiarreemiddelen of het gebruik van incontinentiemateriaal. Onderliggende diagnostiek of begeleiding lijkt beperkt.

Dit wijst op een symptoomgerichte benadering, terwijl aanvullende analyse van defecatiepatroon, obstipatie of functionele oorzaken vaak zinvol is.

 

Anamnese en diagnostiek in de huisartsenpraktijk

Anamnese: breed en gestructureerd

Bij verdenking op een defecatiestoornis is een uitgebreide anamnese van belang. Relevante onderwerpen zijn:

  • Duur en beloop van de klachten
  • Defecatiefrequentie en -consistentie
  • Pijn, persen en loze aandrang
  • Episoden van fecaal verlies
  • Invloed op dagelijks functioneren en sociale activiteiten
  • Voeding, vochtinname en leefstijl
  • Eerder ingezette behandelingen

Bij kinderen is het zinvol om zowel het kind als de ouders te betrekken. Bij jongvolwassenen kan expliciete toestemming en privacy extra aandacht vragen.

 

Diagnostiek

In de meeste gevallen kan de diagnose obstipatie of fecale incontinentie op basis van anamnese worden gesteld. Lichamelijk onderzoek, inclusief buikonderzoek en zo nodig inspectie van de perianale regio, kan aanvullende informatie geven. Aanvullend onderzoek is doorgaans niet nodig, tenzij alarmsymptomen aanwezig zijn.

 

Behandeling en begeleiding

Medicamenteuze opties

Laxantia vormen de hoeksteen van de behandeling bij obstipatie, zowel bij kinderen als bij jongvolwassenen. De keuze voor een osmotisch laxans ligt voor de hand, met aandacht voor juiste dosering en duur.

Bij fecale incontinentie kan medicatie gericht op de consistentie van de ontlasting overwogen worden, afhankelijk van het onderliggende defecatiepatroon.

 

Leefstijl en begeleiding

Leefstijladviezen spelen een belangrijke rol, maar vragen om concrete en haalbare uitleg. Het gaat onder meer om:

  • Regelmatige toilettijden
  • Rustige toilethouding
  • Voldoende vocht- en vezelinname
  • Bespreken van uitstelgedrag

Begeleiding en follow-up zijn van belang, gezien het chronische karakter van de klachten. Het onderzoek laat zien dat zonder actieve opvolging veel patiënten langdurig klachten houden.

 

Continuïteit van zorg van kind naar jongvolwassene

Een belangrijk aandachtspunt is de overgang van kinderzorg naar volwassenenzorg. Een deel van de jongvolwassenen met obstipatie heeft klachten die al in de kindertijd zijn begonnen, maar ontvangt in de volwassenheid geen behandeling meer.

De huisarts speelt een centrale rol in het herkennen van deze continuïteit en het opnieuw bespreekbaar maken van klachten die mogelijk als “oud probleem” worden gezien.

 

Veelgestelde vragen

1. Moet ik actief vragen naar defecatieklachten bij jongvolwassenen?

Ja. Het onderzoek laat zien dat defecatiestoornissen bij jongvolwassenen vaak voorkomen en lang kunnen bestaan zonder behandeling. Actieve vraagstelling, ook bij andere hulpvragen, kan verborgen klachten aan het licht brengen.

2. Wanneer is verwijzing naar de tweede lijn aangewezen?

Verwijzing kan worden overwogen bij onvoldoende respons op eerstelijnsbehandeling, bij twijfel over de diagnose of bij alarmsymptomen zoals gewichtsverlies, bloedverlies of ernstige buikpijn. In de meeste gevallen kan behandeling echter in de huisartsenpraktijk plaatsvinden.

3. Hoe voorkom ik dat klachten jarenlang blijven bestaan?

Door vroegtijdige herkenning, duidelijke uitleg over het chronische karakter van defecatiestoornissen en regelmatige follow-up. Het normaliseren van het gesprek en het bespreken van verwachtingen helpt om therapietrouw en zorggebruik te verbeteren.