Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

De ziekte van Crohn

fediverbeek

Ontdek hoe de ziekte van Crohn wordt gediagnosticeerd, behandeld en gemonitord. Deze gids biedt inzichten voor huisartsen over anamnese, medicatie en leefstijladviezen.

Wat is de Ziekte van Crohn?

De ziekte van Crohn is een chronische ontstekingsaandoening die zich overal in het spijsverteringskanaal kan manifesteren, van mond tot anus. De aandoening tast vaak alle lagen van de darmwand aan en komt meestal voor in het laatste deel van de dunne darm en de dikke darm. De ontstekingen kunnen littekenweefsel veroorzaken, wat kan leiden tot vernauwingen in de darm.

De ziekte behoort tot de inflammatoire darmziekten (IBD), samen met colitis ulcerosa en microscopische colitis. Het verloop van Crohn is grillig en wordt gekenmerkt door perioden van opvlamming en remissie.

Diagnose en onderzoek

Anamnese en lichamelijk onderzoek

Bij een vermoeden van de ziekte van Crohn vraagt de arts naar klachten zoals diarree, buikpijn, gewichtsverlies en bloedverlies in de ontlasting. Daarnaast worden groeiachterstand bij kinderen en symptomen zoals gewrichtspijn en huidontstekingen uitgevraagd. Tijdens het lichamelijk onderzoek wordt specifiek gelet op gevoeligheid in de buik, tekenen van perianale fistels en algemene lichamelijke conditie.

Laboratoriumonderzoek

  • Ontlasting: Analyse op bacteriën, parasieten en calprotectine, een marker die wijst op darmontsteking.
  • Bloed: Onderzoek naar ontstekingswaarden (CRP), bloedarmoede, albumine en tekorten zoals ijzer, vitamine D en B12.

Beeldvorming

  • Endoscopie: Met sigmoïdscopie of colonoscopie kan de arts direct in de darm kijken en biopten nemen.
  • Camerapil: Voor het onderzoeken van moeilijk bereikbare delen van de dunne darm.
  • Radiologische technieken: CT- of MRI-scans worden ingezet voor het detecteren van abcessen, fistels of verdikking van de darmwand. In sommige gevallen kan een darmechografie worden overwogen.

Behandeling van de Ziekte van Crohn

Medicatie

De behandeling van Crohn richt zich op het verminderen van ontstekingen en het voorkomen van opvlammingen. Dit gebeurt in twee fasen: remissie-inductie en onderhoudsbehandeling.

  • Corticosteroïden: Budesonide wordt vaak gebruikt bij milde tot matige ziekteactiviteit, terwijl systemische corticosteroïden zoals prednison worden ingezet bij ernstigere gevallen.
  • Immunosuppressiva: Azathioprine en mercaptopurine worden vaak als onderhoudsbehandeling ingezet. Methotrexaat is een alternatief bij intolerantie.
  • Biologicals: TNF-α-blokkers zoals infliximab en adalimumab kunnen effectief zijn bij zowel remissie-inductie als onderhoud.
  • Interleukine-antagonisten: Ustekinumab is een optie bij matige tot ernstige gevallen die niet reageren op andere therapieën.

Leefstijladviezen

Roken wordt sterk afgeraden, omdat dit het risico op opvlammingen verhoogt. Een evenwichtig voedingspatroon is belangrijk, vooral om tekorten aan voedingsstoffen te voorkomen. Hoewel er beperkte aanwijzingen zijn voor de effectiviteit van probiotica, kunnen deze in specifieke gevallen worden overwogen, zoals bij pouchitis.

Veelgestelde Vragen

1. Welke onderzoeken zijn essentieel voor het stellen van de diagnose ziekte van Crohn?

Het combineren van endoscopie met bioptanalyse en laboratoriumonderzoek (zoals calprotectine en CRP) is cruciaal voor een betrouwbare diagnose. Aanvullend kan beeldvorming zoals MRI of CT helpen om complicaties zoals fistels of abcessen in kaart te brengen.

2. Wanneer is het gebruik van TNF-α-blokkers aan te raden?

TNF-α-blokkers worden aanbevolen bij matige tot ernstige Crohn die niet reageert op corticosteroïden of immunosuppressiva. Deze middelen kunnen ook worden ingezet bij perianale fistels of andere complicaties.

3. Hoe kan een huisarts bijdragen aan de monitoring van patiënten met Crohn?

De huisarts speelt een sleutelrol in het herkennen van vroege tekenen van opvlamming, het controleren van bloedwaarden zoals CRP en ijzer, en het doorverwijzen naar een MDL-arts voor verdere behandeling wanneer nodig. Regelmatige evaluatie van symptomen en therapietrouw is eveneens belangrijk.