Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

De 3-3-3-regel bij angstklachten

fediverbeek
De 3-3-3-regel is een eenvoudige grounding-techniek die eerstelijnszorgverleners kunnen inzetten bij angst en onrust om patiënten te helpen hun aandacht te verplaatsen en spanning te verminderen.
Unsplash

Wat is de 3-3-3-regel?

De 3-3-3-regel is een praktische oefening die wordt gebruikt bij acute angst en stress. De techniek helpt patiënten om hun aandacht te richten op de directe omgeving en het lichaam, waardoor piekergedachten naar de achtergrond verschuiven.

De methode is eenvoudig aan te leren en kan zonder voorbereiding worden toegepast, zowel in de spreekkamer als daarbuiten.

 

Werkingsprincipe

De 3-3-3-regel is gebaseerd op het verleggen van aandacht. Angst gaat vaak gepaard met een sterke interne focus, gericht op gedachten, zorgen of lichamelijke sensaties.

Door de patiënt actief te laten waarnemen wat er in de omgeving gebeurt en het lichaam te betrekken, ontstaat afstand tot deze interne processen. Dit kan leiden tot:

  • afname van spanning
  • herstel van overzicht
  • vermindering van acute angstreacties

De techniek vraagt beperkte cognitieve inspanning en is daardoor geschikt in situaties van verhoogde spanning.

 

Stappen van de 3-3-3-regel

De oefening bestaat uit drie eenvoudige stappen:

3 dingen zien

Laat de patiënt drie objecten in de omgeving benoemen. Dit helpt om de aandacht naar buiten te richten.

 

3 dingen voelen

Vraag de patiënt om drie lichamelijke sensaties te benoemen, zoals contact met de stoel, de grond onder de voeten of de handen op de knieën.

 

3 keer bewust ademhalen

Laat de patiënt drie keer rustig in- en uitademen, met aandacht voor het tempo en de beweging van de ademhaling.

De oefening duurt doorgaans minder dan één minuut en kan zo nodig herhaald worden.

 

Toepassing in de spreekkamer

De 3-3-3-regel is geschikt voor gebruik tijdens het consult, met name wanneer een patiënt spanning of onrust ervaart.

Mogelijke toepassingen:

  • acute angst of paniekklachten
  • spanning tijdens het gesprek
  • ondersteuning bij uitleg over stressregulatie

De zorgverlener kan de oefening voordoen of samen met de patiënt uitvoeren.

 

Geschikte patiëntengroepen

De methode is breed inzetbaar en kan worden toegepast bij:

  • angststoornissen
  • stressgerelateerde klachten
  • somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (SOLK)
  • hyperventilatieklachten

Door de eenvoud is de techniek ook geschikt voor patiënten met beperkte gezondheidsvaardigheden.

 

Aandachtspunten voor de zorgverlener

Eenvoudig houden

Gebruik korte, duidelijke instructies. In situaties van spanning is uitgebreide uitleg vaak minder effectief.

 

Normaliseren

Leg uit dat deze techniek bedoeld is om tijdelijk grip te krijgen op spanning, en dat het normaal is dat klachten kunnen terugkomen.

 

Integratie in behandeling

De 3-3-3-regel kan onderdeel zijn van een breder behandelplan, bijvoorbeeld binnen begeleiding door de POH-GGZ of in combinatie met andere interventies.

 

Plaats binnen de eerstelijnszorg

De 3-3-3-regel is een laagdrempelig hulpmiddel dat goed past binnen de dagelijkse praktijk van huisarts en praktijkondersteuner.

Het biedt een directe interventie bij acute klachten en kan patiënten helpen om zelfstandig met spanningsmomenten om te gaan.

 

Tot slot

De 3-3-3-regel is een korte en praktische oefening die eerstelijnszorgverleners kunnen inzetten bij angst en stress. Door de focus te verleggen naar de omgeving en de ademhaling ontstaat er ruimte voor herstel van rust en overzicht.

De techniek is eenvoudig toe te passen en kan bijdragen aan het versterken van zelfregulatie bij patiënten.