
Slaapgerelateerde ademhalingsstoornissen bij kinderen, waaronder obstructieve slaapapneu (OSA), komen frequent voor in de huisartsenpraktijk. De standaardbehandeling bestaat vaak uit verwijzing voor adenotonsillectomie. Nieuwe Australische onderzoeksgegevens laten zien dat een eenvoudige intranasale zoutoplossing bij een aanzienlijk deel van de kinderen leidt tot vermindering of verdwijnen van klachten.
Achtergrond van het onderzoek
Het onderzoek, gepubliceerd in JAMA Pediatrics, werd geleid door Gillian M. Nixon, arts en adjunct klinisch hoogleraar aan het Monash Children’s Hospital in Australië. Zij benadrukt dat de vraag naar KNO-zorg groter is dan het beschikbare aanbod. Dit maakt laagdrempelige behandelopties in de eerste lijn relevant.
Eerder onderzoek toonde aan dat intranasale corticosteroïden de ernst van klachten bij OSA kunnen verminderen. Een studie uit 2023 liet al zien dat kinderen met slaapgerelateerde ademhalingsstoornissen na zes weken behandeling vergelijkbare verbetering vertoonden met zoutoplossing als met corticosteroïden.
Opzet en resultaten van de studie
Studiepopulatie en eerste behandelperiode
In totaal werden 139 kinderen van 3 tot 12 jaar met slaapgerelateerde ademhalingsklachten geïncludeerd. Zij stonden op wachtlijsten van KNO-, slaap- of longgeneeskundige poliklinieken. Alle deelnemers kregen gedurende zes weken eenmaal daags een intranasale zoutoplossing.
Na deze eerste periode was bij 29,5% van de kinderen sprake van volledig verdwijnen van de klachten.
Vergelijking zoutoplossing en corticosteroïd
De 93 kinderen met aanhoudende klachten (gemiddelde leeftijd 6,2 jaar; 62% jongens) werden daarna gerandomiseerd. Zij kregen óf voortzetting van de zoutoplossing, óf een intranasale corticosteroïdspray (mometasonfuroaat 50 µg), opnieuw eenmaal daags gedurende zes weken.
Na deze tweede behandelperiode was bij ongeveer een derde van de kinderen in beide groepen sprake van klachtenvrijheid:
- Zoutoplossing: 36,4% (95% BI 23,5–51,6%)
- Corticosteroïd: 35,6% (95% BI 22,9–50,6%)
Er werd geen statistisch relevant verschil gevonden tussen beide behandelvormen.
Secundaire uitkomsten en bijwerkingen
Gedrag, kwaliteit van leven en de door ouders ervaren noodzaak tot operatie verschilden niet tussen de groepen. Ook in subgroepanalyses werd geen verschil in respons gevonden.
Ongeveer de helft van de kinderen rapporteerde lichte bijwerkingen, zoals neusjeuk, neusbloedingen of geringe bloederige afscheiding. Deze klachten kwamen in beide groepen voor.
De therapietrouw was hoog: 92% van de deelnemers gebruikte minimaal 80% van de voorgeschreven doses.
De onderzoekers volgen de kinderen nog een jaar om te beoordelen of het gunstige effect aanhoudt.




