Wat is boezemtachycardie?
Boezemtachycardie is een ritmestoornis waarbij de hartslag regelmatig, maar aanzienlijk sneller is dan normaal. Tijdens een aanval kan de hartslag oplopen tot wel 200 slagen per minuut. Deze episodes kunnen enkele minuten tot zelfs meerdere uren duren. Hoewel boezemtachycardie vaak onschuldig is, kunnen herhaalde aanvallen leiden tot complicaties en is een nauwkeurige diagnose belangrijk.
Oorzaken van boezemtachycardie
Normaal gesproken varieert de hartslag in rust tussen de 60 en 100 slagen per minuut, gereguleerd door de sinusknoop in de rechterboezem. Bij boezemtachycardie ontstaan er echter extra prikkels die de hartslag verhogen. De meest voorkomende oorzaken zijn:
- Een ander groepje cellen in de boezem dat ook elektrische prikkels afgeeft.
- Rondcirkelende prikkels in de boezem, wat leidt tot een abnormaal ritme.
Bij ouderen is er vaak een onderliggende oorzaak, zoals:
- Onbehandelde hypertensie (hoge bloeddruk).
- Ischemie (zuurstoftekort van de hartspier).
- Hartfalen.
- Infectie.
- Hyperthyreoïdie (te snel werkende schildklier).
In sommige gevallen is een aangeboren afwijking in de elektrische geleiding van het hart de oorzaak van boezemtachycardie.
Symptomen van boezemtachycardie
De symptomen van boezemtachycardie kunnen variëren, maar de meest voorkomende klachten zijn:
- Hartkloppingen.
- Duizeligheid of neiging tot flauwvallen.
- Zweten.
- Een onaangenaam, soms beklemmend gevoel op de borst.
- Soms druk op de borst.
De aanval begint vaak plotseling en kan enkele minuten tot uren aanhouden. Herhaalde of langdurige aanvallen kunnen een teken zijn van een onderliggende hartaandoening en vereisen verder onderzoek.
Diagnose en consult
Bij vermoeden van boezemtachycardie is een gedegen anamnese essentieel. De huisarts vraagt naar de aard en duur van de symptomen, uitlokkende factoren en eventuele familiegeschiedenis van hartritmestoornissen. Het maken van een ECG kan helpen om de diagnose te bevestigen, vooral als de patiënt klachten heeft tijdens de meting. Holteronderzoek of een event-recorder kan nodig zijn als de symptomen niet frequent optreden.
Behandeling van boezemtachycardie
Zelfzorg en acute aanpak
In sommige gevallen kan een aanval van boezemtachycardie spontaan overgaan. Het stimuleren van de nervus vagus, bijvoorbeeld door te persen of een koude prikkel toe te passen, kan helpen de hartslag te verlagen. De cardioloog kan de patiënt instructies geven over deze technieken.
Medicamenteuze behandeling
Medicijnen, zoals bètablokkers of calciumantagonisten, worden vaak voorgeschreven om nieuwe aanvallen te voorkomen. Bij patiënten met een verhoogd risico op stolsels, zoals bij eerdere beroertes of een geschiedenis van hartfalen, kan het noodzakelijk zijn om antistollingsmedicatie te overwegen.
Behandeling in het ziekenhuis
Als een aanval langdurig aanhoudt of hevig is, kan behandeling in het ziekenhuis noodzakelijk zijn. Mogelijke interventies zijn:
- Cardioversie: Dit kan zowel met medicatie via infuus als met een elektrische schok onder narcose. Het doel is om het hartritme weer normaal te krijgen.
- Ablatie: Bij frequente of invaliderende aanvallen kan een ablatie overwogen worden. Hierbij worden kleine littekens gemaakt op de plaats van de ritmestoornis, om verdere prikkels te blokkeren.
Mogelijke gevolgen van boezemtachycardie
Hoewel boezemtachycardie vaak als onschuldig wordt beschouwd, kunnen herhaalde en langdurige episodes leiden tot complicaties:
- Stolsels: Door een verhoogd risico op stolsels in de boezems kan een (long)embolie, beroerte of hartinfarct ontstaan. In sommige gevallen wordt antistollingsmedicatie aanbevolen.
- Hartfalen: Dit kan optreden bij patiënten met bestaande hartschade, zoals na een hartinfarct of bij hartklepaandoeningen.
- Boezemfibrilleren: Langdurige boezemtachycardie kan uiteindelijk leiden tot boezemfibrilleren, wat de prognose verslechtert.
- Hartspierziekte (Cardiomyopathie): Bij chronische overbelasting kan de hartspier verzwakken.
Veelgestelde vragen
1. Hoe kan ik boezemtachycardie onderscheiden van boezemfibrilleren?
Boezemtachycardie heeft een regelmatig, maar versneld hartritme. Bij boezemfibrilleren is het ritme onregelmatig en meestal ook snel. Een ECG kan het verschil duidelijk maken.
2. Wanneer moet ik een patiënt met boezemtachycardie doorverwijzen naar de cardioloog?
Bij langdurige, frequente of zeer hevige aanvallen is doorverwijzing aangewezen, vooral als medicatie onvoldoende helpt of als er complicaties optreden zoals hartfalen.
3. Kan boezemtachycardie vanzelf verdwijnen?
Ja, veel aanvallen gaan vanzelf over, vooral bij jongere patiënten zonder onderliggende hartaandoeningen. Bij oudere patiënten of bij ernstige klachten kan echter een interventie nodig zijn.