Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Atriumfibrilleren

fediverbeek
Atriumfibrilleren is een veelvoorkomende hartritmestoornis met risico op complicaties zoals beroerte. Overzicht van herkenning, diagnostiek en behandeling in de huisartsenpraktijk.
Unsplash

Atriumfibrilleren (AF) is de meest voorkomende hartritmestoornis in de huisartsenpraktijk. De prevalentie neemt toe met de leeftijd en gaat gepaard met een verhoogd risico op trombo-embolische complicaties, met name een ischemisch cerebrovasculair accident.

De rol van de huisarts is gericht op tijdige herkenning, risicostratificatie en het starten of coördineren van passende behandeling.

 

Wat is atriumfibrilleren?

Atriumfibrilleren is een supraventriculaire ritmestoornis waarbij de atria ongecoördineerd en snel contraheren. Dit leidt tot:

  • een onregelmatig en vaak versneld ventrikelritme
  • verlies van effectieve atriale contractie
  • verhoogde kans op stolselvorming in het atrium

Het hartritme is daarbij typisch “irregulair irregulair”.

Indeling van atriumfibrilleren

Afhankelijk van het beloop wordt onderscheid gemaakt in:

  • Paroxismaal AF: episodes die spontaan stoppen binnen 7 dagen
  • Persisterend AF: aanhoudend AF dat niet spontaan stopt
  • Permanent AF: blijvend AF waarbij geen poging tot ritmeherstel wordt gedaan

Deze indeling is relevant voor het behandelbeleid.

Congres
Het Vrouwenhart
Praktische handvatten voor gezondheid van de vrouw.


Bekijk het congres →

Congres Het Vrouwenhart

 

Klinisch beeld

De presentatie van atriumfibrilleren varieert sterk.

 

Mogelijke klachten

  • hartkloppingen
  • onregelmatige pols
  • kortademigheid
  • vermoeidheid
  • verminderde inspanningstolerantie
  • duizeligheid

Sommige patiënten zijn asymptomatisch en worden bij toeval ontdekt.

 

Lichamelijk onderzoek

  • onregelmatige, vaak versnelde pols
  • wisselende harttonen bij auscultatie
  • eventueel tekenen van hartfalen

Diagnostiek

ECG

De diagnose atriumfibrilleren wordt bevestigd met een ECG. Kenmerken zijn:

  • afwezigheid van duidelijke P-toppen
  • onregelmatige RR-intervallen

Aanvullend onderzoek

Afhankelijk van de situatie kan aanvullend onderzoek worden verricht:

  • laboratoriumonderzoek (o.a. TSH, nierfunctie)
  • echocardiografie (meestal via de tweede lijn)
  • langdurige ritmeregistratie bij intermitterende klachten

Risicofactoren

Factoren die samenhangen met het ontstaan van atriumfibrilleren zijn onder andere:

  • hogere leeftijd
  • hypertensie
  • hartfalen
  • ischemische hartziekten
  • klepafwijkingen
  • diabetes mellitus
  • obesitas
  • alcoholgebruik

Deze factoren spelen ook een rol bij de keuze van behandeling.

 

Beleid in de huisartsenpraktijk

De behandeling van atriumfibrilleren bestaat uit drie pijlers:

 

1. Frequentiecontrole

Doel is het reguleren van de ventrikelfrequentie. Middelen die gebruikt kunnen worden zijn:

  • bètablokkers
  • calciumantagonisten (verapamil of diltiazem)
  • digoxine (in specifieke situaties)

2. Ritmecontrole

Ritmecontrole kan worden overwogen bij:

  • aanhoudende klachten
  • eerste episode bij jongere patiënten
  • hemodynamische instabiliteit

Dit gebeurt meestal in de tweede lijn, bijvoorbeeld met medicatie of elektrische cardioversie.

 

3. Antistolling

Preventie van trombo-embolische complicaties is een belangrijk onderdeel van de behandeling.

De indicatie voor antistolling wordt bepaald aan de hand van het risico op een beroerte, vaak met behulp van een risicoscore zoals CHA₂DS₂-VASc.

Afhankelijk van de score wordt gekozen voor:

  • directe orale anticoagulantia (DOAC’s)
  • vitamine K-antagonisten

Wanneer verwijzen?

Verwijzing naar de cardioloog is aangewezen bij:

  • eerste episode van atriumfibrilleren
  • onvoldoende controle van klachten of frequentie
  • overweging van ritmecontrole
  • twijfel over onderliggende cardiale pathologie
  • jonge patiënten of atypische presentatie

Spoedverwijzing is nodig bij:

  • hemodynamische instabiliteit
  • tekenen van acuut hartfalen
  • ernstige klachten

Follow-up en controle

Patiënten met atriumfibrilleren vragen regelmatige controle, gericht op:

  • frequentiecontrole
  • therapietrouw
  • bijwerkingen van medicatie
  • evaluatie van risicofactoren

Daarnaast blijft aandacht voor leefstijl belangrijk, zoals gewichtsreductie en beperking van alcoholgebruik.

 

Voorlichting aan de patiënt

Leg uit dat atriumfibrilleren een chronische aandoening kan zijn met wisselend beloop. Bespreek:

  • het belang van medicatietrouw
  • signalen waarbij contact nodig is
  • risico op beroerte en het nut van antistolling

Praktische conclusie

Atriumfibrilleren is een veelvoorkomende hartritmestoornis met uiteenlopende presentatie. De diagnose wordt gesteld met ECG en de behandeling richt zich op frequentiecontrole, eventueel ritmecontrole en preventie van trombo-embolische complicaties.

De huisarts heeft een centrale rol in herkenning, initiële behandeling en langdurige begeleiding van patiënten met atriumfibrilleren.