Nieuwe inzichten in vroege tekenen van Alzheimer
Alzheimer wordt meestal pas gediagnosticeerd bij mensen boven de 65 jaar. Toch laten eerdere onderzoeken zien dat veranderingen in het lichaam al decennia eerder kunnen optreden. Een studie, gepubliceerd in The Lancet Regional Health – Americas, werpt licht op hoe Alzheimer-gerelateerde risicofactoren en bloedwaarden zelfs bij jongvolwassenen tussen de 24 en 44 jaar aantoonbaar zijn.
Drie hoofdgroepen van biomarkers onderzocht
De onderzoekers analyseerden gegevens van meer dan 12.000 deelnemers uit de National Longitudinal Study of Adolescent to Adult Health. Daarbij richtten zij zich op drie groepen van biomarkers:
1. CAIDE-risicoscore
De Cardiovascular Risk Factors, Aging and Incidence of Dementia (CAIDE)-score combineert factoren zoals leeftijd, geslacht, BMI, cholesterol, fysieke activiteit en bloeddruk. Deze score voorspelt al decennia vóór diagnose de kans op Alzheimer.
2. Genetische aanleg: APOE e4
De aanwezigheid van de apolipoproteïne E e4-variant is al langer bekend als genetische risicofactor. Deze studie vond echter geen verband tussen APOE e4 en cognitieve functie in jongvolwassenen.
3. ATN-biomarkers
De derde groep bestaat uit amyloïde (A), tau (T) en neurodegeneratie (N). Deze biomarkers worden meestal bij ouderen onderzocht, maar de studie laat zien dat met name tau ook al bij jongere volwassenen samenhang vertoont met cognitieve functies.
Belangrijke observaties bij jongvolwassenen
Uit de analyse bleek dat met name cardiovasculaire risicofactoren, zoals opgenomen in de CAIDE-score, al vanaf 24 jaar een relatie vertonen met cognitieve prestaties. Deze bevinding ondersteunt het idee dat Alzheimer zich over de gehele levensloop ontwikkelt, niet alleen op latere leeftijd. Daarnaast werden ook verbanden gevonden tussen ATN-biomarkers en cognitieve functies voor het 50e levensjaar.
Geen vroeg cognitief effect van APOE e4
Hoewel APOE e4 bij oudere volwassenen wel samenhangt met Alzheimer, was dit niet het geval bij jongere deelnemers in deze studie. Mogelijk worden de effecten van deze genetische aanleg pas later merkbaar, bijvoorbeeld door interacties met leefstijl- of omgevingsfactoren.