Nieuwe data-analyse met behulp van kunstmatige intelligentie (AI) werpt een ander licht op de omvang en complexiteit van chronische inflammatoire huidaandoeningen in de dagelijkse praktijk. Het gaat hierbij om hidradenitis suppurativa (HS), chronische urticaria (CU), psoriasis en atopisch eczeem (AD).
Inzicht uit routinezorgdata
De bevindingen zijn gebaseerd op een grootschalige analyse van elektronische patiëntendossiers uit meerdere ziekenhuizen. Door inzet van AI en natural language processing konden ook ongestructureerde gegevens uit dossiers worden meegenomen. Dit maakt het mogelijk om patronen en trends zichtbaar te maken die met traditionele methoden lastig te achterhalen zijn.
Hoewel deze aanpak een hoge mate van nauwkeurigheid bereikt, blijft de kwaliteit afhankelijk van de volledigheid van verslaglegging. Ook is het niet altijd mogelijk om uitkomsten, zoals ziekenhuisopnames, direct toe te schrijven aan de huidaandoening zelf.
Hoge prevalentie en brede comorbiditeit
Van de onderzochte patiëntengroep kwam psoriasis het meest voor, gevolgd door atopisch eczeem, chronische urticaria en hidradenitis suppurativa. De gemiddelde leeftijd lag rond de 50 jaar en een meerderheid van de patiënten was vrouw.
Wat vooral opvalt, is de aanzienlijke comorbiditeit. Infecties en respiratoire aandoeningen kwamen frequent voor, maar ook cardiovasculaire, metabole, psychiatrische en oncologische aandoeningen waren duidelijk vertegenwoordigd. Dit onderstreept dat deze huidaandoeningen zelden op zichzelf staan.
Er zijn daarnaast duidelijke verschillen tussen ziektebeelden:
- HS komt vaker voor bij jongere patiënten, vaak met rookgedrag en metabole problematiek
- Psoriasis laat een sterke associatie zien met cardiovasculaire en metabole aandoeningen
- AD en CU gaan relatief vaak samen met allergische en respiratoire comorbiditeit
Intensief zorggebruik
De zorgvraag bij deze patiëntengroep is aanzienlijk. Psoriasis leidt tot de meeste dermatologische consulten, maar ook bij de andere aandoeningen is sprake van frequente zorgcontacten.
Opvallend is dat een groot deel van de patiënten gedurende de onderzoeksperiode werd opgenomen in het ziekenhuis. Dit lijkt vaak samen te hangen met comorbiditeit, eerder dan met de huidziekte zelf. Daarnaast is er regelmatig betrokkenheid van meerdere specialismen, zoals interne geneeskunde, psychiatrie en spoedeisende hulp.
De prevalentie van deze aandoeningen in de zorg nam toe in de onderzochte periode, met een duidelijke piek in 2021. Een mogelijke verklaring is uitgestelde zorg tijdens de COVID-19-pandemie.
Behandelpatronen laten lacunes zien
Hoewel een groot deel van de patiënten met HS en CU een vorm van behandeling kreeg, bleef dit percentage bij psoriasis en atopisch eczeem opvallend lager. Daarnaast valt op dat geavanceerde therapieën, zoals biologicals, relatief weinig worden ingezet, ondanks bewezen effectiviteit bij matig tot ernstig ziektebeeld.
In plaats daarvan wordt vaak gekozen voor meer algemene behandelingen, zoals NSAID’s en corticosteroïden. Dit kan wijzen op onderbehandeling of belemmeringen in de toegang tot specialistische therapieën.
Tot slot
AI-gestuurde analyse van patiëntendossiers maakt zichtbaar dat de ziektelast van chronische inflammatoire huidaandoeningen groter is dan vaak wordt aangenomen. Voor de praktijk betekent dit: breder kijken dan de huid alleen, kritisch blijven op behandeling en aandacht voor samenhangende problematiek.






