Streefwaarden bij behandeling hypertensie

Verhoogde bloeddruk is een belangrijke risicofactor voor hart- en vaatziekten. Vooral mensen die reeds bekend zijn met een hartvaatziekte hebben een verhoogd risico. De meest gehanteerde streefwaarde bij behandeling van verhoogde bloeddruk is 140/90 mmHg. In een Cochrane-review werd onderzocht of mensen die al een hart- of vaatziekte hebben gehad beter af zouden zijn als hun bloeddruk nog verder wordt verlaagd.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
De reviewers selecteerden randomized controlled trials bij patiënten met hypertensie waarin werd onderzocht of bloeddrukwaarden ≤ 135/85 mmHg gepaard gaan met een lagere mortaliteit en morbiditeit dan de gebruikelijke streefwaarden (≤ 140 tot 160 mmHg systolisch en 90 tot 100 mmHg diastolisch). In de trials waren (sub)groepen geïncludeerd die bekend zijn met een hartinfarct, angina pectoris, beroerte of perifeer arterieel vaatlijden. Om voor selectie in aanmerking te komen, moesten de trials ten minste 50 van dergelijke patiënten per groep bevatten en moest de duur van de follow-up ten minste 6 maanden bedragen.

De auteurs includeerden 6 trials waarin in totaal 9484 patiënten aan deze criteria voldeden. De gemiddelde duur van de follow-up bedroeg 3,7 jaar (spreiding 1,0 tot 4,7 jaar). Alle trials verstrekten individuele patiëntendata.

De bereikte bloeddrukwaarden waren in de intensief behandelde groepen 8,9/4,5 mmHg lager dan in de minder intensief behandelde groepen. De intensief behandelde groepen hadden gemiddeld meer antihypertensiva nodig (2,4 versus 1,9), maar de streefwaarden werden in deze groepen minder vaak gehaald. Er bleek geen verschil in totale mortaliteit (RR 1,06; 95% BI 0,91 tot 1,23) of cardiovasculaire mortaliteit (RR 1,03; 95% BI 0,82 tot 1,29). Evenmin kon een verschil in het totale aantal cardiovasculaire incidenten worden aangetoond (RR 0,89; 95% BI 0,80 tot 1,00). Ernstige bijwerkingen kwamen in de intensief behandelde groepen niet frequenter voor (RR 1,01; 95% BI 0,94 tot 1,08). Wel was er meer uitval vanwege bijwerkingen in de intensief behandelde groepen (RR 8,16; 95% BI 2,06 tot 32,28).