Jongeren die stralend met een cocktail in de hand het leven vieren op een zeilboot, met op de achtergrond een strakblauwe zee. Het zijn dit soort posts op social media die andere jongeren onzeker kunnen maken en het gevoel kunnen geven: doe ik het wel goed? Want ik heb niet zo’n flitsend leven. Ook de vele mogelijkheden die jongeren tegenwoordig hebben, kunnen leiden tot een gevoel van falen en somberheid, weet Mariëlla Melissen, teamcoördinator bij In je bol. ‘Zo is het tegenwoordig steeds meer de norm dat je gaat studeren. Terwijl niet iedereen daar zin in heeft of daartoe in staat is.’
Platform voor jongeren
Angst, eenzaamheid, sombere gevoelens, prestatiedruk, liefde en drugs, het zijn allemaal onderwerpen die aan de orde komen op In je bol. Het is een platform over (lichte) mentale problematiek voor jongeren van 16 tot en met 27 jaar. Er staat allerlei informatie met betrekking tot mentale gezondheid op de site, zoals ervaringsverhalen en tools waar jongeren zelf mee aan de slag kunnen gaan. Ook kunnen ze chatten of bellen met medewerkers van het platform. Daarnaast is er een online community waar jongeren met elkaar ervaringen kunnen delen. ‘Je moet het zien als een platform waarop jongeren zelf kunnen kiezen wat bij hen past’ voegt Melissen toe.
Betrouwbare informatie
In je bol bestaat nu een jaar en is een initiatief van zeven organisaties: Mind, De Kindertelefoon, 113 Zelfmoordpreventie, Join us, @ease, Transformerscommunity en Mind us. ‘Dat jongeren relatief veel mentale problemen ervaren, is natuurlijk al langer bekend’ licht Melissen toe. ‘Wij hebben met veel jongeren gesproken en hen gevraagd waar ze behoefte aan hebben. Een belangrijke wens was: een site met betrouwbare informatie. Jongeren gaven aan dat ze van alles kunnen vinden op internet maar ze niet weten of de informatie klopt. Vandaar dat we de handen ineen hebben geslagen en deze site hebben ontwikkeld. We hebben de jongeren daar zelf actief bij betrokken.’
Handelingsverlegen
Het platform wordt druk bezocht. Gemiddeld voeren medewerkers zo’n tachtig gesprekken per dag via de chat en de telefoon. Op het aankomende congres Ziektes van de nieuwe generatie geven Melissen en een collega een workshop over het voeren van gesprekken met jongeren over mentale problematiek in de huisartsenpraktijk. ‘We hebben geïnventariseerd waar huisartsen behoefte aan hebben op dit terrein’ vertelt Melissen. ‘Daaruit kwam naar voren dat huisartsen regelmatig jongeren op hun spreekuur zien met klachten als hoofdpijn, buikpijn, stress en somberheid. Een van de vragen was welke mentale problematiek er mogelijk achter somatische klachten zit en hoe je dat bespreekbaar maakt.’
Minder inzicht
‘Ik zit niet lekker in mijn vel’ is een veelgehoorde klacht van jongeren. Daar kunnen andere klachten onder zitten, dus het is belangrijk om goed door te vragen. ‘Dat doet de huisarts natuurlijk ook bij volwassen patiënten’ erkent Melissen. ‘Maar bij jongeren vergt dat vaak een andere intensievere aanpak. Zij hebben in vele gevallen minder inzicht in de eigen problematiek en kunnen hun klachten minder goed onder woorden brengen dan volwassenen. Ze weten vaak zelf niet waar ze precies last van hebben. Als huisarts zou je jongeren daar intensiever bij moeten ondersteunen.’
Normaliseren
Enig inzicht in de leefwereld van jongeren is een ander belangrijk advies. Weten dat jongeren zichzelf vaak erg vergelijken met (ogenschijnlijk) succesvollere anderen bijvoorbeeld. En dat praten over mentale problematiek geen gemeengoed is bij deze leeftijdsgroep en jongeren in vele gevallen niet van elkaar weten dat leeftijdsgenoten met dezelfde soort problemen kampen. Normaliseren, maar niet bagatelliseren, is dan ook een belangrijke taak van de huisarts, meent Melissen. ‘Je kunt bijvoorbeeld aangeven dat het niet vreemd is om soms een baaldag, of zelfs een baalweek, te hebben. Maar zeg dan niet: “Joh, dat is heel normaal.” Maar bijvoorbeeld: “Ik hoor die klacht ook vaker van andere jongeren.” En houden de klachten twee weken of langer aan, dan is er misschien meer aan de hand en is een doorverwijzing naar de POH ggz wellicht wenselijk.’
Eigen referentiekader
Verder adviseert Melissen huisartsen om jongeren met een open en nieuwsgierige houding tegemoet te treden. Dat klinkt heel logisch en als een open deur. ‘Totdat je het gaat doen en onderzoeken’ licht ze toe. ‘Dan merk je vaak dat je helemaal niet zo’n open, niet oordelende houding hebt. Je eigen referentiekader kan je bijvoorbeeld in de weg staan en daardoor kun je uitstralen dat het allemaal wel meevalt.’ Continu inchecken bij jezelf en je afvragen waarom je wat denkt, is essentieel, benadrukt ze. ‘Vind je dat die jongere zich aanstelt en heeft dat te maken met je eigen opvoeding? Of omdat je die klacht vaker van jongeren hoort? De oorzaak achterhalen, is belangrijk om goed op de jongere te kunnen reageren. Ook daarmee gaan we actief aan de slag tijdens de workshop op het congres.’


