In dit artikel komen de volgende onderwerpen aan de orde:
- Waarom cultuursensitieve zorg (vanuit de overheid) stimuleren?
- Wat is cultuursensitieve zorg (niet)?
- Het belang van culturele zelfreflectie
- Cultuursensitieve communicatie
- Hoe maak je cultuursensitieve zorg onderdeel van je organisatie?
1. Waarom cultuursensitieve zorg (vanuit de overheid) stimuleren?
Opvattingen over ziekten, gewoonten en voorkeuren van patiënten worden voor een deel bepaald door cultuur. Zorgverleners kunnen hun patiënten pas echt goed van dienst zijn als ze zich bewust zijn van de verschillen. Mustafa Bulut, onder meer geestelijk verzorger in het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis (ETZ) in Tilburg, geeft een triest voorbeeld van hoe het mis kan gaan op dit vlak. Een huisarts vertelde een patiënt uit een niet-westerse cultuur aan de telefoon dat hij een tumor in zijn longen had en verwees hem door naar het ziekenhuis. Maar de man kwam daar niet opdagen. Pas toen het te laat was en de tumor was uitgezaaid, werd hij tevergeefs opgenomen. ‘De directheid van de boodschap “U heeft een tumor” zorgde ervoor dat deze man de handdoek al in de ring had gegooid’ licht Bulut toe. ‘Voor hem was het alsof zijn doodvonnis al was geveld. De arts had beter kunnen zeggen: “Uw situatie is ernstig. We zullen alles doen om u alsnog te helpen.” Nu is deze patiënt uiteindelijk overleden. Terwijl de ziekenhuisspecialist hem in een eerder stadium wellicht nog had kunnen helpen.’
26% migratie-achtergrond
Bulut geeft, naast zijn werk in het ziekenhuis, cursussen aan collega’s in het hele land over cultuursensitieve zorg. Dat wordt steeds belangrijker, 26% van de Nederlandse bevolking heeft een migratie-achtergrond, blijkt uit cijfers van het CBS (derde en vierde generatie-migranten zijn niet meegenomen in deze cijfers). En dat aantal zal de komende jaren toenemen naar 30% of 40% in 2050. Eind 2022 verscheen er vanuit het ministerie van VWS een eerste beleidsnota cultuursensitieve zorg. Cultuursensitief werken is een onderdeel van persoonsgerichte zorg, volgens het ministerie. Zorgverleners moeten kunnen inschatten wanneer de etnisch-culturele achtergrond van patiënten relevant is voor het aanbod.
Maatregelen beleidsnota
Het ministerie wil cultuursensitieve zorg stimuleren met vijf maatregelen:
- Kennisuitwisseling tussen cultuurgenerieke en specifieke zorg stimuleren. Daarbij is een bijzondere rol weggelegd voor zorgverzekeraars. Zij dienen bij de contractering rekening te houden met cultuurspecifieke kenmerken van instellingen.
- Om de stem van cliënten en patiënten te versterken op dit vlak, dienen ‘sleutelfiguren’ ingezet te worden. Dat zijn mensen met een migratie-achtergrond die al langer in Nederland wonen en kennis hebben van de taal, cultuur en gezondheidszorg.
- De knelpunten op het gebied van tolken moeten worden opgelost. Dit betreft met name de (gebrekkige) financiering en het tekort.
- Het stimuleren van een cultuursensitieve benadering in zorgopleidingen en de arbeidsmarkt. De Tweede Kamer heeft VWS gevraagd om cultuursensitieve zorg in het opleidingscurriculum op te nemen. Ook zou het ministerie moeten zorgen voor een opleiding cultuursensitief werken voor zorgpersoneel en management.
- Het vergroten van het urgentiebesef van een cultuursensitieve benadering door VWS.
D66 Tweede Kamerlid Fonda Sahla maakt zich hard voor cultuursensitieve zorg.
Cultuursensitief werken zou moeten beginnen op de opleiding
De discussie over het stimuleren van cultuursensitieve zorg loopt al dertig jaar en er is er nog nooit iets structureel van de grond gekomen, volgens Cor Hoffer. Hij is medisch antropoloog en traint zorgmedewerkers in het verlenen van cultuursensitieve zorg. Dat de overheid het onderwerp nu zo duidelijk op de agenda zet, vindt hij een positieve ontwikkeling. ‘Vooral op het gebied van de opleidingen is er veel winst te behalen. Van de zorgverleners die ik train, hebben de meesten weinig of niets over cultuursensitief werken op de opleiding gehad.’ Ook op organisatieniveau kan er meer aandacht voor het onderwerp zijn. Hoffer: ‘Ik train nu vaker medewerkers die aangeven dat ze de geleerde vaardigheden niet altijd kunnen toepassen omdat hun organisatie er niet op is ingericht. Zoals het tijd kunnen nemen voor een uitgebreider gesprek.’
Organisaties zouden moeten bedenken hoe ze hun medewerkers gaan scholen op dit vlak, vindt hij. En in vele gevallen eens naar de diversiteit van het personeelsbeleid moeten kijken. ‘Ik train bijna altijd witte hulpverleners. En dat is vreemd. Zorg ervoor dat je instelling een afspiegeling is van de samenleving. Dan heb je meteen kennis over die specifieke gemeenschap in huis.’
Ook Inge Goorts, senior adviseur en projectleider bij Pharos, vindt het positief dat het ministerie zich duidelijk uitspreekt over de kwestie. ‘Dat geeft vaart aan deze beweging.’ Pharos, het landelijk expertisecentrum dat bijdraagt aan het terugdringen van grote gezondheidsverschillen, leverde input voor de beleidsnotitie. ‘Om iedereen dezelfde kwaliteit van zorg te bieden, moet je als zorgprofessional echt kunnen differentiëren’ vervolgt Goorts. ‘Hoe je als zorgprofessional dat onderscheid maakt, daar hebben we nu nog onvoldoende oog voor.’ Ook zij benoemt het belang van de opname van cultuursensitiviteit als vak in de opleidingen. ‘Het is nu nog vaak een keuzevak. Wij vinden dat het in de basis hoort te zitten.’ Verder zouden organisaties meer gevoed moeten worden over hoe ze cultuursensitieve zorg als onderdeel van persoonsgerichte zorg goed kunnen vormgeven. ‘Dat geldt zowel voor individuele medewerkers als op beleidsniveau.’
Wil je meer weten over cultuursensitieve zorg? Bezoek dan het Cultuursensitieve Zorg congres van 17 november 2023.
2. Wat is cultuursensitieve zorg (niet)?
Een stevige handdruk is bij ons de vanzelfsprekende manier om iemand te begroeten. In veel culturen is dat echter ongebruikelijk. Iemand aankijken? Dat vinden we in Nederland beleefd. Maar in sommige culturen wordt het als onbeleefd of zelfs agressief geïnterpreteerd. De oorzaak van een psychose? Die ligt volgens de meeste Nederlandse artsen in het brein. Sommige mensen van Afrosurinaamse of Arabische afkomst geloven echter dat de invloed van geesten (Winti, djinns) er aan ten grondslag kan liggen.
Cultuursensitieve zorg is meer dan een paar weetjes
Dat cultuurverschillen van invloed kunnen zijn op de beleving van ziekte en dat het belangrijk is om daar rekening mee te houden, weten de meeste zorgverleners wel. Maar dat betekent niet dat ze toegerust zijn om cultuursensitieve zorg te verlenen. Cor Hoffer merkt tijdens trainingen dat veel cursisten verwachten dat hij allerlei weetjes en feiten zal verschaffen over hoe bijvoorbeeld de Surinaamse, de Turkse en de Marokkaanse cultuur in elkaar steken. ‘Maar dat is niet waar cultuursensitief werken over gaat. De ene Marokkaanse-Nederlandse patiënt is de andere niet. Je moet altijd terug naar het individu. Bovendien leven er zoveel verschillende nationaliteiten in Nederland dat het onmogelijk is om kennis te hebben over alle gewoonten en culturele verschillen.’
De ene moslim vast tijdens de ramadan, de ander ziet daar vanaf. De ene Turkse Nederlander spreekt goed Nederlands en weet hoe het Nederlandse zorgstelsel in elkaar zit. De andere Turkse Nederlander heeft een tolk nodig en kan zijn weg in het zorgstelsel moeilijk vinden. Migranten vormen geen homogene groepen. Onder Surinaamse Nederlanders bevinden zich Afrosurinamers, maar ook Javanen en Hindoestanen. Hoffer: ‘Die groepen kun je niet over één kam scheren.’
Voorbij culturele stereotypen kijken
Cultureel antropoloog Cor Hoffer waarschuwt zorgverleners ervoor om patiënten niet te benaderen vanuit vaste ideeën over afkomst of religie. Volgens hem draait cultuursensitieve zorg niet om lijstjes met ‘do’s en don’ts’ per bevolkingsgroep, maar om het begrijpen van de individuele belevingswereld van de patiënt. Daarom werkt Hoffer veel met het Culturele Interview: een methode die zorgverleners helpt om beter zicht te krijgen op hoe patiënten hun klachten verklaren, welke rol familie, geloof of spiritualiteit spelen en welke verwachtingen zij van zorg hebben. Juist door open vragen te stellen over iemands leefwereld en overtuigingen ontstaat meer vertrouwen én voorkom je misverstanden in diagnostiek en behandeling. Lees meer over het Culturele Interview en cultuursensitieve diagnostiek.
Gesprek is belangrijk
Hoffer adviseert zorgverleners beslist om zich enigszins te verdiepen in de cultuur als ze bijvoorbeeld veel met mensen werken die moslim zijn of uit Suriname komen. ‘Dan moet je wel weten wat de ramadan inhoudt en wat Winti is.’ Maar verder moeten zorgverleners het vooral hebben van het gesprek als het gaat om cultuursensitieve zorg. Hoffers motto is: denk niet te weten hoe je patiënten denken. Vraag het aan de patiënt zelf of aan familieleden.
Hoffer gebruikt daarbij het Culturele Interview, afkomstig uit het DSM-handboek voor de psychiatrie. Daarmee kunnen zorgprofessionals de patiënt leren kennen en achterhalen hoe hij functioneert in zijn culturele leefwereld. Hoffer: ‘Zo’n interview kost tijd, maar die tijdsinvestering betaalt zich later dubbel en dwars terug’ meent hij. ‘Je voorkomt dat zorgverlener en patiënt door misverstanden onnodig lang langs elkaar heen communiceren.’
Goede zorg vraagt om meerdere perspectieven
Volgens trainer en inclusie-expert Mireille Ollivieira ontstaat betere zorg wanneer zorgverleners niet alleen kijken naar de klacht, maar ook naar de leefwereld, familiegeschiedenis en overtuigingen van de patiënt. Door bewust ruimte te maken voor verschillende perspectieven voelen patiënten zich vaker gehoord en ontstaat meer wederzijds begrip. Dat betekent niet dat een zorgverlener altijd moet meegaan in wensen van patiënten, benadrukt Ollivieira, maar wel dat het helpt om nieuwsgierig te blijven naar de achterliggende zorgen, verwachtingen en ervaringen van iemand. Juist door aandacht en open vragen kan een consult effectiever verlopen, ook zonder veel extra tijd. Volgens haar vraagt de zorg daarom steeds meer om samenwerken mét de patiënt in plaats van alleen zorgen vóór de patiënt.
Het Culturele Interview
Het Culturele Interview bestaat uit een lijst met vragen. Het instrument is in de geestelijke gezondheidszorg ontwikkeld om het gesprek tussen zorgverleners en cliënten met een andere culturele en levensbeschouwelijke achtergrond te stimuleren. Concreet betekent dit dat de zorgverlener, naast de standaardintake of diagnose, aanvullende vragen stelt over onder meer iemands levensgeschiedenis en culturele en levensbeschouwelijke achtergronden en opvattingen. Ook de manier waarop de cliënt en zijn naasten een ziekte of probleem beleven, komen hierbij expliciet aan bod.
Het Culturele Interview is ook geschikt voor gebruik in de communicatie met migrantenouderen. Bij het afnemen van het interview, kan de zorgverlener bijvoorbeeld ingaan op de migratiegeschiedenis en de gevolgen daarvan voor het leven van de oudere (gerealiseerde dromen, teleurstellingen, heimwee, enzovoort). Ook opvattingen over ouder worden en de rol van familieleden en anderen kunnen aan de orde komen. Omdat familie bij migrantenouderen dikwijls een belangrijke rol speelt, kan het Culturele Interview ook worden afgenomen bij familieleden of andere naasten. Bron: Artikel-Denkbeeld-april-2019.pdf (corhoffer.nl)
Niet iedere test past bij iedere patiënt
Geriater Jos van Campen zag al jaren geleden dat veel gangbare dementietesten onvoldoende aansloten bij ouderen met een migratieachtergrond. Testen als de MMSE zijn volgens hem oorspronkelijk ontwikkeld voor hoogopgeleide, witte patiënten en houden onvoldoende rekening met verschillen in taal, scholing en culturele achtergrond. Daardoor kunnen mensen onterecht lager scoren of juist later worden doorverwezen. Samen met collega’s ontwikkelde Van Campen daarom cultuursensitieve instrumenten zoals de Cross-Culture Dementia-test (CCD) en de aangepaste RUDAS-test voor de huisartsenpraktijk. Volgens hem bestaat dé patiënt met een migratieachtergrond niet en moet diagnostiek altijd worden afgestemd op iemands taalvaardigheid, opleiding en leefwereld. Lees meer over cultuursensitieve dementiediagnostiek en passende screeningsinstrumenten.
Cultuursensitieve en persoonsgerichte zorg
Cultuursensitieve zorg wordt veelal beschouwd als een onderdeel van persoonsgerichte zorg. Die twee onderdelen vullen elkaar goed aan, vindt ook Inge Goorts van Pharos. ‘Je sluit aan bij het individu en zijn culturele bagage.’ Persoonsgericht werken is echter niet hetzelfde als cultuursensitief werken. Een valkuil is dat je eraan voorbij gaat als je je alleen daarop richt. Goorts: ‘Cultuursensitieve zorg verlenen, betekent niet alleen naar het individu kijken, maar ook naar de persoon in relatie tot de omgeving en de ander. En naar de culturele achtergrond van de patiënt en de zorgverlener omdat die wel degelijk van invloed kunnen zijn.’
Als professional moet je vooral getraind zijn in de vraag: waar denk jij dat dit vandaan komt, wat denk jij dat er gebeurt? Die vaardigheden, nieuwsgierig zijn, goed in contact zijn, zijn het belangrijkste, vindt ze. ‘En neem niets zomaar aan. Denk niet: ik heb nu al een aantal keer meegemaakt dat iemand uit Syrië dit zo ervaart. Dan zal dat bij de volgende patiënt uit Syrië ook wel zo zijn. Beschouw de persoon tegenover je als de beste raadgever.’
Ruimte voor andere perspectieven op gezondheid
Communicatieadviseur en spreker Mireille Ollivieira pleit ervoor om in de zorg meer oog te hebben voor spirituele en culturele opvattingen over gezondheid en herstel. Vanuit haar eigen achtergrond ziet zij dat ziekte en genezing in sommige culturen niet alleen lichamelijk of psychologisch worden benaderd, maar ook verbonden zijn met familiegeschiedenis, spiritualiteit en voorouders. Volgens Ollivieira kan het zorgverleners helpen om open te staan voor deze perspectieven, ook als die buiten het westerse medische referentiekader vallen. Niet om medische kennis te vervangen, maar om beter te begrijpen wat patiënten betekenis, steun of vertrouwen geeft tijdens een behandeling. Lees meer over spiritualiteit, cultuur en gezondheid in de visie van Mireille Ollivieira.
Culturele verschillen in traumabeleving
Psychische klachten uiten zich niet in iedere cultuur op dezelfde manier. Waar Nederlandse patiënten eerder spreken over somberheid, angst of stress, gebruiken mensen met een niet-westerse achtergrond vaker lichamelijke of spirituele beschrijvingen. Klinisch psycholoog en psychotherapeut Mahnaz Issa-Ghariq ziet in haar praktijk regelmatig patiënten die zeggen dat hun ‘hart beschadigd’ is of dat hun ‘botten gebroken voelen’. Volgens haar kunnen zulke uitspraken wijzen op onderliggend trauma, maar worden ze door zorgverleners soms verkeerd geïnterpreteerd. Ook culturele opvattingen over bijvoorbeeld bezetenheid, geesten of lichamelijke pijn kunnen invloed hebben op de diagnostiek en behandeling van psychische klachten. Lees meer over cultuursensitieve diagnostiek en psychotrauma in ons interview met Mahnaz Issa-Ghariq.
Trauma en onzekerheid beïnvloeden de zorgrelatie
Bij vluchtelingen spelen traumatische ervaringen, onzekerheid over verblijf en eerdere ervaringen met geweld vaak een grote rol in hoe medische klachten worden beleefd en geuit. Veel vluchtelingen kampen met lichamelijke klachten, slaapproblemen, angst of chronische pijn die samenhangen met ervaringen vóór, tijdens en na de vlucht. Volgens deskundigen is het daarom belangrijk dat zorgverleners niet alleen naar symptomen kijken, maar ook aandacht hebben voor iemands migratiegeschiedenis, traumatische ervaringen en gevoel van veiligheid. Een uitgebreide anamnese, voldoende tijd en het inzetten van een vertrouwde tolk kunnen helpen om vertrouwen op te bouwen en klachten beter te begrijpen. Lees meer over cultuursensitieve zorg voor vluchtelingen en asielzoekers.
Klachten stoppen niet na de vlucht
Psychische en lichamelijke klachten van vluchtelingen hangen niet alleen samen met trauma’s uit het land van herkomst, maar ook met stress en onzekerheid in Nederland. Zo laat een casus van een Syrische vrouw zien hoe aanhoudende angst, sociaal isolement, huisvestingsproblemen en zorgen binnen het gezin kunnen leiden tot hoofdpijn, buikklachten, slapeloosheid en somberheid. Volgens deskundigen is het daarom belangrijk dat huisartsen en andere zorgverleners niet alleen naar lichamelijke symptomen kijken, maar ook aandacht hebben voor de psychosociale situatie van vluchtelingengezinnen. Een multidisciplinaire aanpak met ruimte voor maatschappelijke ondersteuning en psychologische hulp kan daarbij veel verschil maken.
Trauma kan zich lichamelijk uiten
Bij vluchtelingen en slachtoffers van geweld kunnen lichamelijke klachten nauw samenhangen met traumatische ervaringen. Zo bleef een man uit het Midden-Oosten jarenlang kampen met hevige rug- en hoofdpijn nadat hij tijdens detentie was gemarteld. Medisch onderzoek liet geen structurele afwijkingen zien, maar de patiënt bleef angstig over mogelijke blijvende schade. De casus laat zien hoe belangrijk het is dat zorgverleners niet alleen aandacht hebben voor lichamelijke symptomen, maar ook ruimte maken voor het verhaal en de emotionele verwerking van patiënten. Een multidisciplinaire aanpak met aandacht voor trauma, psychologische ondersteuning en lichamelijke behandeling kan helpen om klachten beter te begrijpen en behandelen.
Eenzaamheid ziet er niet altijd hetzelfde uit
Religiewetenschapper en onderzoeker Hanan Nhass ziet dat gevoelens van eenzaamheid onder ouderen met een migratieachtergrond vaak anders tot uiting komen dan zorgverleners verwachten. Hoewel familiebanden binnen deze groepen doorgaans hecht zijn, kunnen veranderende rolpatronen, gezondheidsproblemen en het wegvallen van het perspectief op terugkeer naar het land van herkomst juist leiden tot gevoelens van verlies en isolement. Volgens Nhass spreken ouderen daar lang niet altijd direct over. In plaats van ‘eenzaamheid’ gebruiken zij bijvoorbeeld woorden die verwijzen naar verveling, geestelijke benauwdheid of onrust. Daarom is het belangrijk dat hulpverleners verder kijken dan standaardvragen en alert zijn op subtiele signalen. Ook laagdrempelige activiteiten die aansluiten bij de leefwereld van ouderen blijken belangrijk om sociaal isolement te verminderen. Lees meer over eenzaamheid en ouder worden bij ouderen met een migratieachtergrond.
3. Het belang van culturele zelfreflectie
Cor Hoffer noemt ‘culturele zelfreflectie’ een van de belangrijkste aspecten van cultuursensitief werken. Dat wil zeggen dat de zorgprofessional inzicht heeft in zijn eigen cultuur en levensbeschouwing en zich bewust is van de invloed daarvan op de communicatie met patiënten met een andere achtergrond. Inge Goorts sluit zich daarbij aan. Cultuur is niet alleen iets van de ander. We hebben allemaal een culturele achtergrond die van invloed is op hoe wij de wereld zien. Je dat realiseren, is heel belangrijk, benadrukt ze.
Niet alleen niet-westerse culturen
Cultuursensitieve zorg gaat niet alleen over cliënten uit niet-westerse culturen maar komt iedereen ten goede, volgens Goorts. ‘Het betekent dat je zorg krijgt die past bij jouw leven en bij wie jij bent. Ook de culturele bagage van iemand van het platteland of een strengchristelijke gemeenschap kan anders zijn dan die van de zorgverlener. Het is belangrijk dat professionals meer zicht krijgen op hoe hun eigen culturele bagage hun bril als zorgprofessional kleurt. En wat de invloed daarvan is op de behandelrelatie met de patiënt.’
In vier stappen cultuursensitief werken
Op Zorg voor Beter, het kennisplein voor verpleging, verzorging, zorg thuis en eerste lijn, staan vier stappen om cultuursensitief te zorgen. De eerste stap is bewustwording: ken jezelf. Wat zijn jouw waarden, normen en overtuigingen? En ook: welke (voor)oordelen heb jij? Pas als je weet wie je zelf bent, kun je de ander beter leren kennen en waarderen. Daarmee is stap twee genoemd: leer de ander kennen. Wat zijn de overtuigingen en gevoelig- heden van jouw cliënt? Waarom reageert iemand zoals hij reageert? Culturele kennis doe je onder meer op door met de ander in gesprek te gaan. Bij stap drie draait het om gevoeligheid: verschil mag er zijn, want niet iedereen is gelijk, maar iedereen is wel gelijkwaardig. Echt partnerschap kenmerkt zich door vertrouwen, acceptatie en respect. De vierde stap is competentie. Je bent in staat iemand gepast en respectvol te bejegenen en behandelen. Bron: Zorgen voor verschillende culturen – TVV (tvvtotaal.nl)
Ook subtiele uitsluiting heeft impact
Strategisch adviseur Karima Bazi ziet dat mensen met een migratieachtergrond in het dagelijks leven én in de zorg regelmatig te maken krijgen met subtiele vormen van uitsluiting of vooroordelen. Vragen of opmerkingen die onschuldig lijken, kunnen volgens haar op termijn leiden tot gevoelens van vervreemding, stress en minder vertrouwen in zorgverleners of organisaties. Daarnaast wijst Bazi op institutionele blinde vlekken in de zorg, bijvoorbeeld in medische richtlijnen, opleidingen en de manier waarop ervaringen van discriminatie worden besproken binnen organisaties. Volgens haar is het belangrijk dat zorginstellingen actief ruimte maken voor gesprekken over inclusie, uitsluiting en veiligheid — zowel met patiënten als met zorgprofessionals. Lees meer over discriminatie, inclusie en gezondheid in de zorg.
Vooroordelen kunnen leiden tot slechtere zorg
Uit Nederlands onderzoek blijkt dat patiënten met een migratieachtergrond zich regelmatig niet serieus genomen voelen door zorgverleners. In een studie onder mensen met een migratieachtergrond gaf meer dan een kwart van de deelnemers aan dat hun pijnklachten werden gebagatelliseerd of toegeschreven aan culturele stereotypen. Volgens onderzoekers kunnen dit soort aannames leiden tot vertraging in diagnostiek, minder passende behandeling en verlies van vertrouwen in de zorg. Deskundigen benadrukken daarom het belang van bewustwording van impliciete vooroordelen en meer aandacht voor gelijke behandeling binnen opleidingen en zorgorganisaties. Onderzoek laat zien dat discriminatie en stereotypering niet alleen de zorgrelatie beïnvloeden, maar uiteindelijk ook gezondheidsverschillen kunnen vergroten.
Iedereen kijkt door een eigen bril
Trainer cultuursensitieve zorg Diana Codfried benadrukt dat zorgverleners zich vaak onvoldoende bewust zijn van hun eigen referentiekader. Wat voor de één ‘normaal’ is, kan voor een ander juist vreemd of onbegrijpelijk zijn. Dat geldt bijvoorbeeld voor ideeën over ziekte, medicatie of de rol van de huisarts. In sommige landen ben je volgens Codfried pas echt ziek als dat zichtbaar is of als je veel medicijnen gebruikt. Ook het Nederlandse zorgsysteem, waarin de huisarts als poortwachter fungeert, is voor veel mensen onbekend. Juist daarom is het belangrijk om aannames los te laten en nieuwsgierige vragen te stellen, vindt zij. Een cultureel interview of een uitgebreider gesprek aan het begin van het zorgtraject kan helpen om beter aan te sluiten bij wat voor de patiënt belangrijk is. Lees meer over de visie van Diana Codfried op referentiekaders en cultuursensitieve communicatie.
Blinde vlekken in de zorg
Ook onbewuste aannames van zorgverleners kunnen invloed hebben op de kwaliteit van zorg, stelt arts Efraim Hart. Zelf merkte hij tijdens een presentatie over diversiteit dat hij consequent sprak over ‘vrouwen met een hoofddoekje’ — een formulering die ongemerkt kleinerend kan overkomen. Volgens Hart ontstaan veel verschillen in zorg niet door slechte bedoelingen, maar door blinde vlekken in communicatie, onderzoek en systemen. Vooral vrouwen van kleur ondervinden daarvan de gevolgen. Zo worden klachten van vrouwen in het algemeen al minder serieus genomen, terwijl vrouwen van kleur daarbovenop vaker te maken krijgen met institutionele ongelijkheid en vertraging in diagnostiek en behandeling. Hart pleit daarom voor meer bewustwording, psychologische veiligheid binnen organisaties en aandacht voor systemische verschillen in de zorg. Lees meer over diversiteit, gender en ongelijkheid in de gezondheidszorg.
Vooroordelen beïnvloeden soms medische keuzes
Onderzoek laat zien dat onbewuste aannames ook invloed kunnen hebben op medische besluitvorming. Zo bleek uit een Europese studie onder geneeskundestudenten dat patiënten met een migratieachtergrond minder vaak zware pijnmedicatie kregen voorgeschreven dan andere patiënten, ondanks vergelijkbare pijnklachten. Volgens onderzoekers onderstreept dit het belang van bewustwording van impliciete vooroordelen binnen medische opleidingen en zorgorganisaties. Door aandacht te besteden aan bias en gelijke behandeling kunnen toekomstige zorgverleners beter voorbereid worden op inclusieve en rechtvaardige zorg.
Onderscheid in rol maken
Zorgprofessionals, zeker artsen, hebben volgens Hoffer vaak de neiging te denken dat zij neutraal zijn, zij zijn immers wetenschapper. Maar onbedoeld speelt de eigen culturele en levensbeschouwelijke achtergrond altijd een rol. Hoffer vindt dat zorgverleners vaker bewust een onderscheid zouden moeten maken tussen hun eigen opvattingen en hun rol als zorgverlener. Zo zijn er psychiaters die zeggen dat ze niet in geesten geloven. Om die reden gaan ze er niet over in gesprek met hun patiënten. Hoffer: ‘Dan zeg ik: “Ik vind het prima dat je niet in geesten gelooft maar ten behoeve van je patiënten zou je je er als professional meer in moeten verdiepen en er aandacht aan moeten besteden. Stel je patiënten vragen als: Kun je me vertellen wat een winti of een djinn is? Wat betekent zo’n geest voor je?” Pas als je meer zicht hebt op je eigen culturele achtergrond, realiseer je je beter wat je als privépersoon en wat je als professional zegt.’
Laat aannames los
Onderzoeker Gözde Duran, verbonden aan Hogeschool Windesheim en de VU Amsterdam, ziet dat zorgprofessionals mensen met een migratieachtergrond nog te vaak benaderen vanuit aannames. Bijvoorbeeld dat familie de zorg altijd zelf wil organiseren of dat cliënten uitsluitend geholpen willen worden door iemand uit dezelfde cultuur. Volgens Duran werkt dat eerder vervreemdend dan verbindend. Goede cultuursensitieve zorg begint volgens haar met nieuwsgierigheid en het durven stellen van open vragen. Niet de culturele achtergrond op zichzelf moet centraal staan, maar de persoon, diens familie en de specifieke situatie. Zeker bij dementiezorg is dat belangrijk, omdat signalen van dementie bij mensen met een migratieachtergrond vaak later worden herkend en zorg daardoor later op gang komt. Lees meer over het onderzoek van Gözde Duran naar dementiezorg en migratieachtergrond.
4. Cultuursensitieve communicatie
De verschillen in communicatie tussen artsen en patiënten en hun naasten met (met name) patiënten /cliënten met een migratie-achtergrond, leiden regelmatig tot misverstanden en conflicten. ‘Een van de grootste verschillen is dat we in Nederland snel en direct communiceren’ zegt Mustafa Bulut. ‘Zo vertelt bijna iedere arts aan de patiënt wat de diagnose is en wat de vooruitzichten zijn. In veel andere landen, communiceren zorgverleners indirecter en wordt de diagnose stapsgewijs aan de patiënt duidelijk gemaakt.’
Voorbeelden cultuursensitieve communicatie
Hoe communiceer je cultuursensitief? De goede woorden kiezen, is cruciaal, zegt Bulut. Zo is ‘dood’ een woord dat in veel culturen niet gebruikt wordt. Het woord ‘ongeneeslijk’ of ‘de situatie is ernstig’ wel. Komt iemand te overlijden, dan kun je als zorgverlener zeggen: ‘We zullen alles doen wat in onze mogelijkheden ligt om u te helpen.’ Bulut: ‘Mensen begrijpen dan wel dat de dood nabij is. Maar als je dat letterlijk zegt, is dat een shockervaring. Je schrikt mensen af, ze kunnen boos worden. Er is dan geen communicatie meer.’
Cor Hoffer geeft een ander voorbeeld: ‘Stel dat je als arts wilt zeggen: “U heeft uitgezaaide darmkanker en nog maximaal enkele maanden te leven.” Zeg dan liever in plaats daarvan: ‘Kunt u me vertellen wat u weet over uw ziekte en uw situatie. En wat u zou willen weten?’
Bekijk ook de infographic ‘Cultuursensitief werken om gezondheidsverschillen te verkleinen‘ van Pharos.
Slecht nieuws vraagt om maatwerk
Geestelijk verzorger en promovendus Mustafa Bulut ziet in de praktijk regelmatig hoe directe communicatie rondom ernstige diagnoses verkeerd kan landen bij patiënten met een migratieachtergrond. Zo vertelde een huisarts een Turkse patiënt telefonisch dat hij longkanker had, waarna de man niet meer naar het ziekenhuis kwam omdat hij dacht dat behandeling geen zin meer had. Volgens Bulut staat het woord ‘kanker’ in sommige culturen vrijwel gelijk aan een doodvonnis. Nederlandse zorgverleners communiceren internationaal gezien relatief direct over ziekte en sterven, terwijl patiënten uit andere culturen soms meer behoefte hebben aan stapsgewijze informatie en behoud van hoop. Daarom pleit Bulut ervoor om vooraf te vragen hoeveel informatie iemand wil ontvangen en zorgvuldig om te gaan met woorden als ‘ongeneeslijk’ of ‘u gaat overlijden’. Lees meer over empathisch communiceren tijdens slechtnieuwsgesprekken.
België en de Bible Belt
Wij vinden het goede zorg om patiënten te vertellen wat ze hebben. ‘Maar we vergeten de vraag: wat wilt u weten?’ vervolgt Bulut. ‘Overigens hoor ik ook vaker van Nederlandse oudere patiënten dat ze de dokter heel direct vinden. Dit gaat niet alleen over niet-westerse culturen. In België is dit al anders. Mensen beseffen dat vaak niet.’ Hoffer sluit zich daarbij aan. ‘Frappant is dat bij christelijke gemeenschappen in de Bible Belt ook niet altijd even direct over het levenseinde wordt gesproken. Daarom stel ik in trainingen altijd dat er geen standaardplaatjes van culturen te geven zijn. Op groeps- en individueel niveau bestaan de nodige variaties.’
Zoek naar gedeelde waarden
Volgens adviseur en trainer Kaveh Bouteh van Pharos schuilt er ook een risico in het te sterk benadrukken van culturele verschillen. Hij spreekt daarom liever over inclusieve zorg dan over cultuursensitieve zorg. Niet cultuur alleen bepaalt hoe iemand naar ziekte, behandeling of zorg kijkt, benadrukt hij, maar ook factoren als opleiding, religie, sociaaleconomische positie en persoonlijke ervaringen. Zorgverleners doen er volgens Bouteh goed aan om minder vanuit aannames te werken en juist op zoek te gaan naar gedeelde waarden, zoals veiligheid, respect en goede zorg. Door veel vragen te stellen en eerst te investeren in de relatie met patiënt en familie, ontstaat er meer wederzijds begrip en voorkom je dat communicatie vastloopt in een ‘wij-zij’-denken. Lees meer over de visie van Kaveh Bouteh op inclusieve communicatie en zorg.
Je communicatie aanpassen
Er is méér dan het gesproken woord om elkaar te begrijpen en vertrouwen op te bouwen. Ongeveer 65 procent van de communicatie bestaat uit lichaamstaal. Weet jij bijvoorbeeld hoe je je stem gebruikt? Hard, snel, zacht of langzaam? Hiermee kun je rekening houden bij cliënten uit bepaalde culturen. Zo wordt in België en Indonesië over het algemeen zachter gepraat dan in Nederland. Let eens op hoe de cliënt spreekt en pas je daaraan aan. Wat gebeurt er dan in jullie contact?
Verder vinden mensen afkomstig uit Turkije, Marokko en Indonesië bijvoorbeeld ‘nee’ zeggen onbeleefd. Daarmee breng je in hun ogen de ander in verlegenheid. Het draagt niet bij aan een goede relatie tussen cliënt en zorgverlener als jij botweg ‘nee’ laat horen. Bron: Zorgen voor verschillende culturen – TVV (tvvtotaal.nl)
Taalbarrières kunnen zorg in de weg staan
Misverstanden in de spreekkamer ontstaan niet alleen door culturele verschillen, maar ook door taalproblemen, benadrukt trainer en cultural mediator Yordi Lassooy Tekle. Volgens haar voelen mensen met een migratieachtergrond zich regelmatig niet serieus genomen omdat klachten niet goed worden begrepen of verkeerd worden geïnterpreteerd. Familieleden of vertaalapps worden nog te vaak ingezet als alternatief voor een professionele tolk, terwijl belangrijke nuances daardoor verloren kunnen gaan. Dat kan leiden tot verkeerde diagnoses, frustratie of zelfs zorgmijding. Lassooy Tekle pleit daarom voor vaker gebruik van professionele tolken en cultural mediators: bruggenbouwers die niet alleen vertalen, maar ook culturele context kunnen uitleggen aan zowel patiënt als zorgverlener. Lees meer over spraakverwarring en cultuursensitieve communicatie in de spreekkamer.
Kinderen horen geen medische tolk te zijn
Geneeskundestudent Dicky Yee weet uit eigen ervaring hoe belastend het kan zijn wanneer kinderen medische gesprekken moeten vertalen voor hun ouders. Als vijftienjarige vertaalde hij voor zijn moeder toen zij te horen kreeg dat haar kanker niet meer behandelbaar was. Achteraf vraagt hij zich af of hij de informatie wel volledig en correct heeft kunnen overbrengen. Volgens Yee wordt nog te vaak onderschat hoe ingewikkeld medische gesprekken zijn, zeker bij slecht nieuws of complexe behandelkeuzes. Familieleden en kinderen missen vaak de medische woordenschat en zijn zelf emotioneel betrokken. Daarom pleit hij voor vaker gebruik van professionele tolken, zodat patiënten goed geïnformeerd keuzes kunnen maken en kinderen niet met die verantwoordelijkheid worden belast. Lees meer over taalbarrières en de inzet van tolken in de zorg.
Een kind is geen professionele tolk
In de praktijk worden kinderen nog regelmatig ingezet als tolk voor ouders die onvoldoende Nederlands spreken. Zo vertaalde de twaalfjarige Layla gesprekken tussen zorgverleners en haar Syrische moeder, die ernstige hartproblemen had. Hoewel zij haar best deed, bleek het moeilijk om medische informatie correct over te brengen en raakte ze emotioneel overbelast door de verantwoordelijkheid. De casus laat zien hoe belangrijk het is om professionele tolken in te schakelen bij ingewikkelde of emotionele gesprekken en kinderen niet te belasten met medische communicatie tussen patiënt en zorgverlener.
Wanneer schakel je een professionele tolk in?
Het inzetten van een professionele tolk kan misverstanden, verkeerde diagnoses en onnodige herhaalconsulten voorkomen, benadrukt epidemioloog Simone Goosen, initiatiefnemer van de campagne Tolken terug in de zorg. Toch maken zorgverleners nog regelmatig gebruik van familieleden, kinderen of vertaalapps, terwijl dat risico’s met zich meebrengt voor privacy, communicatie en kwaliteit van zorg. Volgens Goosen weten veel huisartsen bovendien niet dat tolken in veel gevallen vergoed kunnen worden via regionale Achterstandsfondsen. Lees meer over omgaan met taalbarrières en het inzetten van tolken in de zorg.
Eerst relatie opbouwen
Inge Goorts wijst op het belang van het opbouwen van een goede relatie en het creëren van vertrouwen. ‘In veel culturen bouw je eerst een relatie op voordat je bepaalde vragen stelt. Bij mensen die direct communiceren gaat dat vaak andersom.’ Ze geeft een eenvoudig voorbeeld. ‘Stel, je bent op de fiets naar je werk gekomen en als je naar huis wil stortregent het. Je vraagt een collega of je mee mag rijden in de auto. Tijdens de rit voer je een gesprek over hoe het gaat. Iemand die uit een cultuur komt waar indirect gecommuniceerd wordt, zal eerst vragen stellen over hoe het gaat, voordat hij vraagt of hij mag meerijden.’ Goorts vindt dat professionals meer getraind mogen worden op dit vlak. ‘Oefenen met dit verschil kan professionals helpen om beter te communiceren.’
Verbinding vraagt soms iets persoonlijks
Internist ouderengeneeskunde en ethicus Rozemarijn van Bruchem-Visser merkt dat patiënten met een migratieachtergrond vaak eerst behoefte hebben aan persoonlijk contact voordat er vertrouwen ontstaat in de behandelrelatie. Een ogenschijnlijk klein gesprek over familie of kinderen kan volgens haar al helpen om die verbinding te maken. Juist in gesprekken over het levenseinde is die vertrouwensbasis belangrijk. Misverstanden over palliatieve sedatie, euthanasie of het stoppen van behandelingen leiden regelmatig tot spanningen tussen zorgverleners en families. Volgens Van Bruchem-Visser helpt het om expliciet te benoemen wat bepaalde medische keuzes wel en niet betekenen en om beter te begrijpen welke morele verantwoordelijkheid familieleden voelen richting hun ouders. Ook wijst zij erop dat standaardtesten, bijvoorbeeld voor dementie, niet altijd goed aansluiten bij mensen met een migratieachtergrond of beperkte scholing. Lees meer over cultuursensitieve zorg rond het levenseinde en dementie.
Ongemak bespreekbaar maken
Volgens docent en onderwijsontwikkelaar Sascha Haans ontstaan misverstanden in de zorg vaak doordat zorgverleners ongemak of verschillen onbewust vermijden in gesprekken met patiënten. Dat kan gaan over culturele achtergrond, gender, religie of sociale verschillen. Met de gesprekstechniek ‘broaching’ leren professionals juist om die verschillen op een open en respectvolle manier bespreekbaar te maken. Daarbij draait het niet om aannames, maar om nieuwsgierigheid en kwetsbaarheid tonen. Door expliciet te benoemen dat iemand mogelijk vanuit een andere leefwereld denkt of communiceert, ontstaat vaak meer veiligheid en wederzijds begrip. Volgens Haans kan dat helpen om de behandelrelatie te versterken en miscommunicatie te voorkomen. Lees meer over broaching en inclusieve communicatie in de zorg.
Palliatieve fase en cultuursensitieve zorg
Met name tijdens de palliatieve fase kan de communicatie met patiënten uit andere culturen moeilijk worden voor Nederlandse zorgverleners. Denk aan gesprekken over het gebruik van morfine of andere pijnbestrijding. Mustafa Bulut en Cor Hoffer raden met klem aan om in die gevallen een geestelijk verzorger, bijvoorbeeld islamitisch of hindoeïstisch, die in het ziekenhuis werkt erbij te betrekken. Hoffer: ‘Ga niet mee in het verhaal van de patiënt of de familie om er zelf een imam bij te halen. Een islamitisch geestelijk verzorger is iemand die medisch ethisch geschoold is en dat is een ‘gewone’ imam niet.’
Overigens is het gebruik van morfine wel toegestaan in de islam, zegt Bulut, zelf islamitisch geestelijk verzorger. ‘Ik vraag mensen of ze weten wat het betekent als ze het niet willen gebruiken. Maar ik haal ze nooit over. Voor sommige mensen is lijden een louteringsproces. Ze mogen autonoom blijven in hun mening. Het zegt meer iets over ons dat we vinden dat dat niet kan.’
Cultuursensitieve zorg in de praktijk
Een cultuursensitieve benadering kan in de praktijk een groot verschil maken. Zo merkte een thuiszorgteam dat de communicatie met een oudere vrouw van Spaanse afkomst moeizaam verliep omdat haar culturele gewoonten en verwachtingen rondom zorg sterk verschilden van die van de zorgverleners. Toen het team zich meer verdiepte in haar achtergrond en rekening hield met zaken als eetgewoonten, communicatie en behoefte aan een warme, familiaire benadering, verbeterde het wederzijdse begrip aanzienlijk. De casus laat zien dat aandacht voor cultuur niet alleen de kwaliteit van zorg kan verbeteren, maar ook het vertrouwen tussen zorgverlener en patiënt versterkt.
Vertrouwen begint met verbinding
Kinderarts en expert Diversiteit & Inclusie Charlie Obihara ziet in de praktijk regelmatig dat culturele verschillen invloed hebben op medische keuzes en communicatie. Zo kunnen vrouwen een keizersnede weigeren vanwege angst voor stigmatisering binnen familie of gemeenschap, terwijl zorgverleners die achterliggende redenen niet altijd kennen. Volgens Obihara ontstaan veel misverstanden doordat zorgprofessionals in Nederland vooral direct, efficiënt en taakgericht communiceren. In veel andere culturen groeit vertrouwen juist eerst vanuit persoonlijk contact en relatieopbouw. Door meer aandacht te besteden aan verbinding, small-talk en het begrijpen van iemands referentiekader, kunnen zorgverleners conflicten en miscommunicatie voorkomen. Lees meer over interculturele communicatie en vertrouwen in de zorg.
Vertrouwen voorkomt conflicten
Geestelijk verzorger en CCE-consulent Hassan Bakir ziet regelmatig dat conflicten rond het levenseinde voortkomen uit wantrouwen en gebrekkige communicatie. Families met een migratieachtergrond kunnen bijvoorbeeld vrezen dat een behandeling te vroeg wordt gestopt of dat financiële overwegingen meespelen bij medische beslissingen. Volgens Bakir is het daarom belangrijk om al vroeg in het zorgtraject te investeren in een vertrouwensband met patiënt en familie. Zeker gesprekken over palliatieve zorg, sondevoeding of sedatie vragen om voorzichtigheid, duidelijke uitleg en aandacht voor culturele en religieuze overtuigingen. Daarbij benadrukt Bakir dat cultuursensitieve zorg geen taak van één zorgverlener is, maar vraagt om samenwerking tussen artsen, geestelijk verzorgers, maatschappelijk werkers en andere disciplines. Lees meer over vertrouwen, familiegesprekken en cultuursensitieve palliatieve zorg.
Soms helpt een culturele bruggenbouwer
Bij complexe gesprekken over ernstige ziekte of palliatieve zorg kan een maatschappelijk werker, geestelijk verzorger of cultureel bemiddelaar helpen om wederzijds begrip te vergroten. In een casus rond een Pakistaanse patiënt met kanker verbeterde de communicatie tussen behandelteam en familie aanzienlijk nadat een cultureel competente maatschappelijk werker werd betrokken. Door ruimte te geven aan emoties, onzekerheden en culturele overtuigingen ontstond meer vertrouwen en groeide de bereidheid om samen passende behandelkeuzes te maken.
Religieuze overtuigingen vragen om nuance
Religieuze overtuigingen kunnen invloed hebben op hoe patiënten kijken naar ziekte, behandeling en het levenseinde. Bij moslimpatiënten bestaan daarover soms hardnekkige aannames, terwijl de praktijk vaak veel genuanceerder is. Zo zijn zaken als vaccinatie, bloedtransfusie of behandeling door een arts van het andere geslacht binnen de islam meestal toegestaan, zeker als medische noodzaak een rol speelt. Tegelijkertijd kunnen onderwerpen als palliatieve sedatie, reanimatie of euthanasie gevoelig liggen en vragen om zorgvuldige communicatie. Volgens deskundigen helpt het wanneer zorgverleners niet uitgaan van stereotypen, maar open vragen stellen over persoonlijke overtuigingen en wensen van de patiënt en familie.
Familie betrekken
Verder wordt vaak vergeten om de familie bij de behandeling te betrekken. Terwijl families in sommige andere culturen graag mee willen beslissen. ‘In Nederland hebben we een ik-cultuur die gelijk staat aan autonomie’ licht Bulut toe. ‘In veel andere landen is er een wij-cultuur, waar relaties centraal staan. Het is in het belang van de patiënt dat de familie meebeslist. Meestal is de oudste van het gezin de leider. Vraag daarom op tijd aan de patiënt: heeft u een contactpersoon? Zijn er nog anderen die we erbij moeten betrekken? Voor ons voelt dat alsof je de patiënt passeert. Maar voor de patiënt voelt dat juist als gezien worden.’
Respect voor rituelen en gewoonten
In de thuiszorg kunnen culturele verschillen ook zichtbaar worden in dagelijkse verzorging. Zo liep een zorgteam tegen spanningen aan bij de verzorging van een oudere Vietnamese vrouw, omdat haar familie veel waarde hechtte aan traditionele rituelen rondom wassen en persoonlijke verzorging. Waar sommige zorgverleners vooral efficiëntie en praktische uitvoering belangrijk vonden, zagen anderen juist het belang van culturele sensitiviteit en relatieopbouw. Uiteindelijk werd gekozen voor een aanpak waarin ruimte was voor culturele gewoonten én professionele zorgstandaarden. De casus laat zien hoe belangrijk open communicatie en wederzijds begrip zijn in cultuursensitieve zorg.
Kijktip:
Pharos films In gesprek met Turkse, Marokkaanse, Antilliaanse en Chinese migranten over de laatste levensfase. Deze korte video’s kan een zorgverlener samen met een patiënt/familie bekijken.
5. Hoe maak je cultuursensitieve zorg onderdeel van je organisatie?
Bekijk het webseminar programma Waardigheid en Trots.
Diversiteit begint in de opleiding
Arts en onderzoeker Priscilla Maria ziet dat vooroordelen en stereotypen al tijdens de medische opleiding invloed hebben op hoe toekomstige zorgverleners naar patiënten kijken. Zelf maakte zij tijdens haar studie mee dat studenten met een migratieachtergrond regelmatig werden geconfronteerd met aannames of subtiele vormen van uitsluiting. Volgens Maria gaat inclusieve zorg daarom niet alleen over communicatie met patiënten, maar ook over diversiteit binnen het medisch onderwijs en de zorgsector zelf. Daarbij draait het niet uitsluitend om culturele achtergrond, benadrukt ze, maar ook om gender, sociaaleconomische verschillen, laaggeletterdheid en andere vormen van diversiteit die invloed hebben op gezondheid en toegang tot zorg. Juist door bewust te zijn van het eigen referentiekader en aannames kunnen zorgverleners beter aansluiten bij de persoon tegenover hen. Lees meer over diversiteit en inclusie in het medisch onderwijs.
Cultuursensitieve zorg vraagt om structureel beleid
Volgens D&I-adviseur Chantal van Andel is cultuursensitieve zorg niet langer iets dat ‘erbij’ gedaan kan worden door een paar bevlogen medewerkers. Zorgorganisaties en opleidingen moeten het onderwerp structureel verankeren in beleid, onderwijs en organisatiecultuur. Uit onderzoek binnen het medisch onderwijs blijkt bijvoorbeeld dat subjectieve normen rondom professionaliteit kunnen leiden tot kansenongelijkheid tussen studenten met en zonder migratieachtergrond. Daarnaast is meer diversiteit in lesmateriaal, simulatiepatiënten en zorgteams belangrijk om toekomstige zorgverleners beter voor te bereiden op een diverse samenleving. Van Andel benadrukt daarbij het verschil tussen cultuursensitief werken — een open houding, nieuwsgierigheid en zelfreflectie — en cultuurspecifieke kennis over bepaalde groepen. Volgens haar vraagt inclusieve zorg uiteindelijk om een brede organisatieverandering waarbij ook thema’s als sociale veiligheid, armoede en discriminatie aandacht krijgen.
Ook het zorgsysteem vraagt om uitleg
De zorg voor asielzoekers en statushouders vraagt niet alleen om cultuursensitieve communicatie, maar ook om kennis van hoe de zorg praktisch is georganiseerd. Veel nieuwkomers zijn onbekend met het Nederlandse zorgsysteem en weten niet altijd hoe huisartsenzorg, verwijzingen of verzekeringen werken. Daarnaast kunnen taalbarrières, ontbrekende medische dossiers en onzekerheid over verblijf invloed hebben op de toegankelijkheid van zorg. Volgens deskundigen helpt het wanneer zorgverleners extra tijd nemen voor uitleg, gebruikmaken van professionele tolken en oog hebben voor mogelijke vooroordelen of misverstanden in de zorgrelatie.
Wil je meer weten over cultuursensitieve zorg? Bezoek dan het Cultuursensitieve Zorg congres van 15 november 2026.
Geschreven door: Sigrid Starremans.


