Controlebehoefte, een negatief zelfbeeld, moeite om met overweldigende emoties om te gaan. Aan een eetstoornis kunnen verschillende oorzaken ten grondslag liggen. Maar in veel gevallen is de overwaardering van lichaamsvormen en gewicht de motor, weet Iris van der Meer, GZ-psycholoog en onderzoeker bij PsyQ- eetstoornissen in Den Haag. ‘Het zelfbeeld wordt dan voor een groot deel bepaald door het getal op de weegschaal. Als gevolg daarvan kunnen mensen heel restrictief gaan eten en zich bepaalde producten ontzeggen. Of compensatiegedrag vertonen door te braken of overmatig te sporten.’
Voorheen diagnosespecifiek
Anorexia nervosa, boulimia nervosa, eetbuistoornis, eetstoornissen bestaan in verschillende vormen. Lange tijd werd er vooral diagnosespecifiek gedacht en was er voor iedere eetstoornis een apart behandelprotocol. De CBT-E (Cognitive Behavioral Therapy Enhanced), ontwikkeld door Christopher Fairburn, is echter gebaseerd op een transdiagnostisch model dat voor alle eetstoornissen gebruikt kan worden. Het uitgangspunt is dat de diverse eetstoornissen in stand worden gehouden door vergelijkbare mechanismen die in de tijd kunnen veranderen.
Terugval
Van der Meer: ‘Fairburn zag dat, als je kijkt naar het verloop van de eetstoornis, nogal wat mensen een terugval krijgen. Maar dat het beeld er dan vaak net wat anders uitziet. Neem iemand die in de adolescentie anorexia nervosa ontwikkelt, heel restrictief eet en een laag gewicht heeft. Dan gaat het na een behandeling een tijdje beter. Maar wat je ziet, is dat deze persoon later bijvoorbeeld eetbuien krijgt en compensatiegedrag met braken ontwikkelt.’
In standhoudende factoren
CBT-E is cognitieve gedragstherapie, een van de behandelingen die aanbevolen wordt in de Zorgstandaard Eetstoornissen (2025). Tijdens deze therapie wordt sterk gefocust op de factoren die de eetstoornis in stand houden. ‘Een belangrijk onderdeel van de therapie is dat je samen met de cliënt onderzoekt hoe zijn of haar eetstoornis eruit ziet’ verklaart Van der Meer. ‘Je brengt dit samen in kaart en gaat dit weergeven in de woorden van cliënt. Op basis van de conclusies weten we met welke onderliggende factoren en interventies we aan de slag moeten. En gaat iemand oefenen met nieuw gedrag, tegen de eetstoornis in.’
Vicieuze cirkel
Het herstelpercentage met CBT-E bij cliënten zonder ondergewicht is ongeveer 50-60%. Dat is relatief hoog. Maar helaas zijn de behandeleffecten voor cliënten met anorexia nervosa nog minder sterk. Van der Meer ‘Deze cliënten hebben het meest te verliezen als ze in behandeling gaan. Alle cliënten met een eetstoornis willen controle krijgen over hun gewicht. En mensen met anorexia nervosa slagen daar ook daadwerkelijk in. Helaas zorgt het hebben van een laag gewicht ervoor dat ons brein minder goed kan functioneren. En dat we heel dwangmatig worden en nog meer de focus op lichaam en gewicht leggen. Op die manier houdt de eetstoornis zichzelf in stand.’
Eetstoornis Experts Netwerk
Op het congres Eetstoornissen op 30 januari licht Van der Meer CBT-E en andere behandelingen die bij PsyQ worden ingezet, uitgebreider toe. De afdeling PsyQ eetstoornissen Den Haag maakt samen met PsyQ Eetstoornissen Rotterdam, Youz Eetstoornissen in Den Haag en Rotterdam en Emergis in Goes deel uit van het Eetstoornis Experts Netwerk (EEN). Dit is het eerste TOPGGz netwerk van Nederland op dit vlak. Van der Meer: ‘We werken met dezelfde behandelmodellen en hebben een gemeenschappelijke visie. Onze afdeling is poliklinisch maar bij Emergis zijn wel opnamemogelijkheden. Dat is fijn omdat we merken dat de werkwijze tussen instellingen niet altijd eenduidig is en mensen tussen wal en schip kunnen vallen als er tijdelijk een opname nodig is. Binnen dit netwerk houden we ook gedurende een opname contact.’
Laagdrempelige hulp
Mensen met eetstoornissen worden binnen de ggz en het medische domein vaak gezien als een ingewikkelde en moeilijk te behandelen groep. Volgens Van der Meer zijn de cliënten en de eetstoornissen echter zo divers dat je ze niet over een kam kunt scheren. ‘Het is een hele fascinerende, veelzijdige groep cliënten. En er kan veel meer dan vaak gedacht wordt. En het is fantastisch als je cliënten erdoorheen kunt helpen en ziet dat iemand weer een leven terugkrijgt.’
Huisartsen spoort ze aan om cliënten door te verwijzen naar gespecialiseerde hulp, ook als het om mildere klachten lijkt te gaan. ‘Helaas zijn er flinke wachttijden in de ggz. Goed om te weten voor huisartsen is dat er patiëntenverenigingen en inloophuizen zijn die tijdens de wachttijd al echt iets kunnen betekenen voor de mensen. Neem een kijkje op de website www.firsteetkit.nl en www.eetstoornissennetwerk.nl waar gegevens voor doorverwijzingen en inloophuizen te vinden zijn.’






