Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

CVID: Wat u als huisarts moet weten over diagnose en behandeling

fediverbeek
CVID is een afweerstoornis die vaak moeilijk te diagnosticeren is. Dit artikel bespreekt de diagnose, behandeling en belangrijke overwegingen voor huisartsen bij het omgaan met patiënten met CVID.

Wat is CVID?

CVID, of Common Variable Immunodeficiency, is een aandoening waarbij het immuunsysteem niet goed functioneert door een tekort aan antistoffen. Dit leidt tot een verminderde afweer tegen infecties zoals virussen en bacteriën. Patiënten met CVID kunnen herhaaldelijk luchtweginfecties, keel-, neus- of oorontstekingen ervaren en hebben vaak last van vermoeidheid.

Symptomen van CVID

De symptomen van CVID kunnen variëren, maar veel voorkomende klachten zijn:

  • Herhaalde luchtweginfecties
  • Chronische keel-, neus- of oorontstekingen
  • Vermoeidheid
  • Longontstekingen en darminfecties komen ook vaak voor

Door het onvermogen om antistoffen aan te maken, kunnen patiënten moeilijker omgaan met infecties en hebben ze vaak een verhoogd risico op auto-immuunziekten.

Diagnostisch proces van CVID

Er is geen specifieke test voor CVID, wat het stellen van de diagnose uitdagend maakt. Huisartsen dienen bloedonderzoek te verrichten, waarbij de verschillende types antistoffen (IgG, IgA, IgM) worden gemeten. Het is ook van belang te controleren of er na vaccinaties voldoende antistoffen zijn aangemaakt. Dit kan aanwijzingen geven over de werking van het immuunsysteem.

In sommige gevallen wordt genetisch onderzoek uitgevoerd om mogelijke erfelijke factoren te identificeren, hoewel dit slechts bij een klein percentage van de patiënten het geval is. Diagnostiek kan tijd vergen, aangezien de symptomen in ernst en aard variëren.

Behandeling van CVID

De behandeling van CVID richt zich op het voorkomen van infecties, die ontstaan door het tekort aan antistoffen. De belangrijkste behandeloptie is antistoffen vervangingstherapie. Dit houdt in dat patiënten regelmatig een infuus of onderhuidse injectie van immunoglobuline (afkomstig van donoren) ontvangen om het tekort aan antistoffen aan te vullen. Bij sommige patiënten kan het gebruik van antibiotica ook noodzakelijk zijn om infecties te voorkomen.

Indien er sprake is van een auto-immuunziekte, kan de arts afweeronderdrukkende medicatie overwegen. Dit geldt echter alleen voor patiënten waarbij de afweer zichzelf aanvalt.

 

Is CVID erfelijk?

Hoewel genetische factoren een rol kunnen spelen in het ontstaan van CVID, is het bij slechts een klein aantal patiënten mogelijk een specifieke genetische oorzaak vast te stellen. Er wordt veel onderzoek gedaan naar de erfelijkheid van deze aandoening, maar in de meeste gevallen is de oorzaak onbekend.

 

Hoe vaak komt CVID voor?

CVID is een zeldzame aandoening, die bij ongeveer 1 op de 50.000 mensen voorkomt. Het komt vaker voor bij mensen met een westerse achtergrond, maar het kan op elke leeftijd worden gediagnosticeerd. Bij sommige mensen wordt de diagnose al in de kindertijd gesteld, terwijl anderen pas als volwassenen gediagnosticeerd worden.

Veelgestelde vragen

1. Hoe wordt CVID precies gediagnosticeerd?
De diagnose van CVID wordt meestal gesteld op basis van bloedonderzoek, waarbij het niveau van verschillende antistoffen wordt gemeten. Ook wordt gekeken naar het vermogen van het immuunsysteem om antistoffen te produceren na vaccinaties. Het kan enige tijd duren voordat de diagnose wordt gesteld, aangezien de symptomen vaak subtiel beginnen.

2. Wat zijn de behandelmogelijkheden voor CVID?
De behandeling van CVID bestaat uit het toedienen van antistoffen via infusen of injecties. Dit helpt het immuunsysteem van de patiënt om infecties beter te bestrijden. Daarnaast worden antibiotica voorgeschreven om infecties te voorkomen, en in sommige gevallen kan afweeronderdrukkende medicatie noodzakelijk zijn.

3. Kan CVID worden overgedragen binnen families?
Hoewel genetische factoren een rol kunnen spelen in de ontwikkeling van CVID, wordt bij slechts een klein percentage van de patiënten een specifieke genetische oorzaak gevonden. Er is dus geen garantie dat CVID wordt overgedragen van ouder op kind, maar het komt in sommige families vaker voor.