Autisme bij ouderen (ASS)

Autismespectrumstoornis (ASS) is een neurobiologische ontwikkelingsstoornis die bij ongeveer 1% van de bevolking voorkomt. Pas sinds kort is er meer aandacht voor ASS bij ouderen. Hoe herken je ASS bij ouderen? En hoe bespreek je het vermoeden van ASS met de oudere zelf en met zijn familie?

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12503-020-0243-6/MediaObjects/12503_2020_243_Fig3_HTML.jpg

Kernpunten

  • De veranderingen die samengaan met het ouder worden, kunnen autisme bij ouderen voor het eerst aan het licht brengen.
  • Herkenning van autisme is niet eenvoudig door overlap met andere stoornissen en doordat de oudere camouflerend gedrag heeft aangeleerd.
  • Indien er een vermoeden van autisme bestaat, is het zinvol de mogelijkheid van diagnostiek voor te leggen.
  • Bij een bevestiging van de diagnose autisme kan passende zorg worden ingezet.
Centrale coherentie verwijst naar het vermogen om binnenkomende informatie globaal en in de context te verwerken. Mensen met ASS hebben moeite om losse prikkels samen te voegen tot een betekenisvol geheel. Executieve functies zijn de hogere ordefuncties van het brein waarmee mensen hun gedrag kunnen sturen. Onder deze functies valt een aantal denkprocessen die bij mensen met ASS doorgaans minder goed verlopen: inhibitie (onderdrukken van prikkels), werkgeheugen, cognitieve flexibiliteit (kunnen schakelen) en plannen en organiseren.

 

ASS bij ouderen

Ouderen die na hun zestigste jaar gediagnostiseerd worden met ASS, melden zich zelden met de vraag of er sprake is van autisme. Meestal komt men met cognitieve klachten, relatieproblemen, gedragsproblemen of stemmingsklachten. Deze problemen treden op (of worden versterkt) door onvermogen om zich voldoende aan te passen aan veranderingen in het leven, zoals pensionering, gezondheidsproblemen, verlies van de partner of opname in een instelling. De aangeleerde strategieën werken dan niet meer of de veranderde omgeving compenseert de beperkingen vanuit ASS onvoldoende. We beschrijven hieronder de belangrijkste signalen om aan een mogelijke ASS te denken. Poh’s twijfelen misschien of ze het vermoeden moeten bespreken, omdat ze zich afvragen wat de impact zal zijn als een oudere voor het eerst zou horen dat er misschien ASS speelt. Heeft het dan nog wel zin dit te benoemen? ASS is toch niet te genezen? Of: hoe kaart ik het aan?

“Ouderen met ASS proberen sociale situaties te doorgronden vanuit hun analytisch denkvermogen”

Het niet bespreken van een vermoeden op ASS onthoudt een oudere de mogelijkheid om zichzelf en zijn leven beter te begrijpen. Hoewel ASS zelf inderdaad niet behandelbaar is, biedt de diagnose doorgaans wel nieuwe perspectieven voor patiënten en hun familie. Psycho-educatie kan begrip en vervolgens acceptatie brengen. Ouderen kunnen hun verleden in een ander perspectief zien. Patiënten en hun familie kunnen hun leven opnieuw evalueren, maar nu door de bril van ASS. Patiënten begrijpen nu pas waarom ze steeds het idee hadden anders dan anderen te zijn.
Het kost tijd. Het betrekken van kinderen is van belang; zij zijn volwassen maar hebben veelal ook vragen over de ouder met autisme en over de interactie- en communicatiepatronen in het gezin. Ten slotte geeft de diagnose aanknopingspunten voor het aanvragen van de juiste zorg waardoor betere omgang en bejegening door professionele zorgverleners en mantelzorgers mogelijk is.

 

Eerste stap

De eerste stap is het uitspreken dat je denkt aan mogelijke ASS. De poh zou dit als vertrouwenspersoon kunnen aankaarten. Het is belangrijk concreet te benoemen wat maakt dat je aan ASS denkt, bijvoorbeeld door moeite met veranderingen of overprikkeling. Het is zinvol om te vragen of een oudere (of diens partner of de kinderen) zelf weleens aan ASS gedacht heeft. Vervolgens kan de vraag worden voorgelegd of de patiënt/cliënt de diagnose wil weten. Meestal hebben ouderen daar bedenktijd voor nodig. Als iemand wil weten of hij of zij ASS heeft, is verwijzing naar de ouderenpsychiatrie geïndiceerd, waar multidisciplinaire diagnostiek verheldering kan brengen. Alleen de huisarts kan verwijzen, maar de poh kan natuurlijk informatie aanleveren of contact zoeken met de ouderenpsychiatrie om de verwijzing te mediëren of te begeleiden. Juist bij ouderen is de diagnostiek extra complex vanwege een onvolledige ontwikkelingsanamnese, het soms ontbreken van een heteroanamnese en aangeleerde compenserende vaardigheden. De diagnose wordt gesteld op grond van een ontwikkelingsanamnese, anamnestische en heteroanamnestische informatie. Hierbij kan worden gebruikgemaakt van semigestructureerde interviews, die zo mogelijk bij de oudere zelf worden afgenomen, en bij iemand die goed zicht heeft op hoe de oudere gefunctioneerd heeft. De diagnose ASS kan overigens niet met psychologische testen worden gesteld; psychodiagnostisch onderzoek heeft wel een aanvullende waarde om differentiaaldiagnoses uit te sluiten of om een sterkte-zwakteanalyse te maken voor psycho-educatie en advies.

 

Als iemand niet wil weten of er ASS speelt, kan het vermoeden wel vastgelegd worden, bijvoorbeeld in het huisartsendossier. Mogelijk wil men later alsnog diagnostiek. Misschien heeft de familie wel behoefte aan uitleg of ondersteuning.

Gedragssignalen mogelijke ASS
Toelichting
Passiviteit na pensionering
Moeite met veranderingen en aanbrengen structuur
Houdt zich niet aan leefstijladviezen
Moeite met veranderingen en/of problemen met vertalen naar concreet gedrag in dagelijks leven
Lichamelijke overbelasting ondanks pijn of vermoeidheid
Ondergevoeligheid voor lichaamssignalen en/of moeite met gedrag aanpassen
Opvallend nauwgezet
Alles ordenen om overzicht te houden en het zien van veel details
Sterke detailwaarneming
Gebeurtenissen exact op dag en datum kunnen benoemen
Moeite met veranderingen en onverwachte gebeurtenissen
Niet kunnen schakelen; ontregelen op veranderingen
Onrecht niet kunnen verdragen
Extreem rechtvaardigheidsgevoel
Opvallend en soms ongepast eerlijk gedrag
Onvermogen in te schatten wanneer verpakken van boodschap gepaster is dan onomwonden waarheid of mening zeggen
Individualistische hobby’s
Activiteiten met anderen kosten te veel energie

Naast bovenstaande gedragssignalen die kunnen wijzen op ASS, zijn er ook signalen van cognitieve en sociale aard en signalen op het gebied van levensloop.

 

Meer weten over ASS?

  • Autisme-TV; dossier autismestoornissen bij ouderen op de website van het Nederlands Kenniscentrum ouderenpsychiatrie, www.​trimbos.​nl
  • Nederlandse Vereniging voor Autisme en Autisme Informatie Centrum, www.​autisme.​nl
  • ‘Ouderen en ASS’, R. Wilting, L. Davids, F. Geven, in Behandeling van volwassenen met een autismespectrumstoornis (red. C. Schuurman, E. Blijd-Hoogewys, P. Gevers (Hogrefe, 2013)
  • ‘Herkennen van autisme bij ouderen’, A.C. Videler, E.C.J. Delescen in Huisarts & Wetenschap 2017;60: 235-37.
Literatuurlijst
Een uitgebreide literatuurlijst is op te vragen bij het secretariaat van TvPo. Mail naar TvPO@bsl.

 

Bron: TvPO
Beeld: Fotolia