Anisocorie

Onder anisocorie verstaat men een ongelijkheid in de diameter van de pupillen van het oog. Anisocorie berust meestal op een onschuldige fysiologische afwijking, maar kan ook wijzen op (potentieel levensbedreigende) pathologie.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

 

Definitie

Onder anisocorie verstaat men een ongelijkheid in de diameter van de pupillen van het oog.

Etiologie/pathogenese

De pupilgrootte wordt bepaald door een samenspel van twee spiergroepen: de kringspier (musculus sphincter pupillae) en de radiaire spier (musuculus dilatator pupillae). Parasympathische zenuwvezels sturen via de nervus oculomotorius de m. sphincter pupillae aan en zorgen voor vernauwing van de pupil (miosis), terwijl de sympathische zenuwvezels de m. dilatator pupillae aansturen en zorgen voor verwijding van de pupil (mydriasis).

Anisocorie berust meestal op een onschuldige fysiologische afwijking, maar kan ook wijzen op (potentieel levensbedreigende) pathologie.

Oorzaken van anisocorie

eenzijdige miosis

 

fysiologischsyndroom van Horner:

• congenitaal door geboortetrauma
• verworven door trauma, infectie of intracraniële tumorogtrauma of ooginfectie

eenzijdige
mydriasis
fysiologischdruk op nervus oculomotorius:

• door intracraniële tumor
• door subduraal of epiduraal hematoom

• door aneurysmatafarmacologisch:
• door engelentrompet (Brugmansia spp.) of wolfskers (Atropa belladonna)
• door anticholinergica (oogdruppels)
• door sympathicomimetica (inhalatiemedicatie) syndroom van Adie benigne episodische unilaterale mydriasisoogtrauma of ooginfectie (iridocyclitis)

 

Epidemiologie

De huisarts zal fysiologische anisocorie waarschijnlijk registreren onder een van de ICPC-codes F15 (afwijkend aspect oog), F29 (andere symptomen/klachten oog) of F99 (andere ziekten oog). Betrouwbare gegevens over de epidemiologie in de huisartsenpraktijk zijn dus niet voorhanden.

In een dwarsdoorsnedeonderzoek (n = 128) naar fysiologische anisocorie in de bevolking is de prevalentie geschat op 20%, de andere genoemde vormen van anisocorie zijn zeldzaam. Incidentiecijfers van het syndroom van Horner bij kinderen zijn schaars. In een Amerikaans retrospectief onderzoek in Olmstad County over een periode van 40 jaar is voor het syndroom van Horner bij kinderen van 0-19 jaar een incidentie van 1,42 per 100.000 kinderen per jaar vastgesteld. Bij 55% van de kinderen was het syndroom aangeboren, in 35% van de gevallen werd geen oorzaak gevonden. Bij geen van de kinderen werd een maligniteit aangetoond.

Waarmee komt de patiënt?

Ouders komen met hun kind bij de huisarts omdat ze ongerust zijn over de oorzaak van het pupilverschil. Andere kinderen komen vanwege pijn of roodheid in het oog of worden gezien na schedeltrauma. Bij een deel van de kinderen zal de anisocorie pas bij lichamelijk onderzoek opvallen.

 

Lees meer over deze kwaal (anamnese, onderzoek, beleid, wanneer verwijzen en preventie) in Kleine Kwalen Online >>

Kleine Kwalen Online bevat diagnostiek en behandeling van ruim 400 veelvoorkomende kleine kwalen in de huisartsenpraktijk. Meer informatie over de toegang >>

Tekst en beeld uit: Kleine Kwalen Online